6.3 Vraag en aanbod in evenwicht.

6.3 Vraag en aanbod in evenwicht.
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 2 vidéos.

Éléments de cette leçon

6.3 Vraag en aanbod in evenwicht.

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Vidéo

Sleep de vraag- en aanbodlijn naar de juiste lijn in de grafiek
Evenwichtspunt
Evenwichtsprijs
Vraaglijn (Qv)
Evenwichtshoeveelheid
Aanbodlijn (Qa)

Slide 7 - Question de remorquage

Wat is hier de evenwichtsprijs?
A
€6
B
€50
C
€150
D
€300

Slide 8 - Quiz

qa = 4P - 120
qv = -2P +240
Bereken de evenwichtsprijs
A
P = 120
B
P = 180
C
P = 60

Slide 9 - Quiz

Qv = -10P + 90
Qa = 20P - 30

Bereken de evenwichtsprijs
A
P = 2
B
P = 20
C
P = 4
D
P = 40

Slide 10 - Quiz

Bereken de evenwichtsprijs en hoeveelheid
A
p=12 q = 80
B
p= 9,33 q= 266,6
C
p = 4 q= 160
D
p= 28 q = 640

Slide 11 - Quiz

Qv = -8p +40
Qa = 6p -16
Bereken de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid
A
p=2 en q=4
B
p= 4 en q =8
C
p = 4 en q 4
D
p = 8 en q= 4

Slide 12 - Quiz

Qv = -0,5P + 80
Qa = P - 40
Bereken de evenwichtsprijs.
A
€ 40
B
€ 80
C
€ 120

Slide 13 - Quiz

De evenwichtsprijs bereken je door de Qv gelijk te stellen aan Qa.
Dus Qv = Qa
1. Bereken de evenwichtsprijs m.b.v. de volgende vraag- en aanbodvergelijking:
Qv = -100P + 400
Qa = 200P - 500
2. Bereken vervolgens de evenwichtshoeveelheid

Slide 14 - Question ouverte

Slide 15 - Diapositive

Koppel het begrip aan de juiste situatie
Aanbodoverschot 
Vaagoverschot

Slide 16 - Question de remorquage

Sleep naar de juiste definitie
Vraagoverschot
Aanbodoverschot
De prijs zal stijgen
De prijs zal dalen

Slide 17 - Question de remorquage

Zet in de goede volgorde (begin met aanbodoverschot):
1
2
3
4
Een deel van de aangeboden producten wordt niet verkocht
De vraag zal stijgen, aanbod daalt
De markt komt in evenwicht
Aanbieders die niet verkopen verlagen hun prijs

Slide 18 - Question de remorquage

Bij een prijs van € 250.000,- is er een vraagoverschot van vrijstaande huizen. Hoe reageert de huizenmarkt op een vraagoverschot?
Zet de zinnen in de juiste volgorde
Vrijstaande huizen staan maar zeer kort te koop; veel belangstellenden vissen achter het net.
Een deel van de huizenkopers ziet af van een vrijstaand huis en koopt een (goedkopere) twee-onder-een-kapwoning.
Aanbieders van een vrijstaand huis verhogen de verkoopprijs omdat ze hun huis heel makkelijk kunnen verkopen.
De vraag naar vrijstaande huizen wordt gelijk aan het aanbod van vrijstaande huizen.
1
2
3
4

Slide 19 - Question de remorquage

Qa = 50P - 500
Qv = -200P + 3.000
Hoe groot is het vraagoverschot bij P=12? Laat zien met een berekening.

Slide 20 - Question ouverte

Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Diapositive

Vraag groter dan aanbod =
Vraag kleiner dan aanbod =
Krappe arbeidsmarkt
Ruime arbeismarkt

Slide 23 - Question de remorquage

Slide 24 - Vidéo