Grammar unit 3

Today's planning
  1. Herhaling grammar
    - present simple
    - present continuous
    - present perfect
    - some/any
    - myself/yourself/themselves
1 / 10
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 10 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Today's planning
  1. Herhaling grammar
    - present simple
    - present continuous
    - present perfect
    - some/any
    - myself/yourself/themselves

Slide 1 - Diapositive

Present simple
Wat is present simple?
Tegenwoordige tijd
Waarvoor gebruik je het?
Je gebruikt de present simple als iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt
Wat doe je bij he, she, it 
Je plakt een -s achter het werkwoord

Bijv: Caitlin thinks she's the boss

Slide 2 - Diapositive

Present Continuous
When
iets wat nu / op dit moment aan de gang is.
How
I                         am walking
he/she/it          is walking
you/we/they   are walking
Signal words
now, at the moment, look, right now
Example 
The pupils are listening to the teacher.

Slide 3 - Diapositive

Present perfect
Wat is het?
Voltooid deelwoord
Wat geeft het aan?
Je gebruikt de present perfect als je wilt zeggen dat iets is gebeurd en het niet belangrijk is wanneer.
Hoe maak je de present perfect?
have/ has + voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord eindigt op -ed bij regelmatige werkwoorden. Onregelmatige werkwoorden hebben een eigen vorm.

Slide 4 - Diapositive

Present perfect
Bevestigend
I        have worked for hours
You    have stolen our computer
He     has taken that away
Ontkenned
I        haven't eaten yet
You    haven't played a game
She    hasn't found her keys yet
Vragend
Have    I      played the game?
Has     she   eaten lunch?
Have   they  brought the tv?

Slide 5 - Diapositive

Some / Any
Wat betekent het?
some en any beteken allebei: enige/ enkele/ een paar
Wat betekent not.. any
geen

Slide 6 - Diapositive

Some/ Any
Something/anything
iets
somebody/anybody
iemand
someone/anyone
iemand
somewhere/anywhere
ergens
met not = maak je het ontkenned

Slide 7 - Diapositive

Bevestigend: Some/Any
We do some work on it every week

I've got some problems with this Math

Sombody must have eaten my breakfast

Slide 8 - Diapositive

Vragend: some/any
In een vragende zin gebruik je some als je het antwoord 'ja' verwacht:
Can I have some biscuits? - Yes, you can.
Are you going to write any articles?

Have you got any plans for the weekend?

Have you bought anything for her birthday?

Slide 9 - Diapositive

Ontkennend: some/any
I can't write any stories this week

I don't want any pizza

I can't find my bag anywhere

Slide 10 - Diapositive