BSR 17/3 2aha Spelling oefenen voor SO

  • Neem de theorie op blz. 267 door.
  • Maak de startopdracht.
  • Klaar? Werk verder aan
      paragraaf 7.14.
Oefenen voor de toets

Startopdracht:
2(A)HA
SPELLING
havo
Noteer de juiste spelling van onderstaande werkwoorden. Bedenk ook waarom.

De zon ... (verblinden) de automobilist gistermiddag en de ... (verblinden) man is vervolgens in de sloot geraakt. 


timer
5:00
vwo
Maak met onderstaande werkwoordsvormen een zin van teminste acht woorden. In tweetallen. Denk om je spelling.

bezuinigt - bezuinigd
vertaalt - vertaald

1 / 31
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

Cette leçon contient 31 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

  • Neem de theorie op blz. 267 door.
  • Maak de startopdracht.
  • Klaar? Werk verder aan
      paragraaf 7.14.
Oefenen voor de toets

Startopdracht:
2(A)HA
SPELLING
havo
Noteer de juiste spelling van onderstaande werkwoorden. Bedenk ook waarom.

De zon ... (verblinden) de automobilist gistermiddag en de ... (verblinden) man is vervolgens in de sloot geraakt. 


timer
5:00
vwo
Maak met onderstaande werkwoordsvormen een zin van teminste acht woorden. In tweetallen. Denk om je spelling.

bezuinigt - bezuinigd
vertaalt - vertaald

Slide 1 - Diapositive

Antwoord op de startopdracht:

Slide 2 - Carte mentale

  • Je kunt uitleggen wat homofone werkwoorden zijn.
  • Je weet wanneer je een homofoon werkwoord met een -d of -t spelt.
  • Plusdoel:  Je kunt werkwoordsvormen die hetzelfde klinken (homofoon) correct spellen.
Lesdoelen

Slide 3 - Diapositive

In deze les gaan we:
  • Klassikaal oefenen voor de toets.
  • Paragraaf 14 afmaken. 
  • Zelfstandig oefenen met een onderdeel naar keuze.
  • Afronden.

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Er volgen nu wat oefenvragen.

Slide 6 - Diapositive

Tussenletters in samenstellingen

Slide 7 - Carte mentale

Tussenletter? Waarom wel of niet?
A
hogenschool
B
hogeschool
C
hoge school

Slide 8 - Quiz

Tussenletter? Waarom wel of niet?
A
Stoeledans
B
Stoelendans
C
stoele dans
D
stoelen dans

Slide 9 - Quiz

Aan elkaar of los?

Slide 10 - Carte mentale

Aan elkaar
Los
twee+duizend+drieëndertig
moderne+woonkamer
voorkeurs+behandeling
sport+schoenen+winkel
sfeervol+appartement
tafel+voetbal+spel

Slide 11 - Question de remorquage

Welke woorden horen aan elkaar?

Voor dat u uw appartement betrekt, moet u de namen van alle aanwezige vakantie gangers in vullen op de bezoekers lijst.

Slide 12 - Question ouverte

In welke zin is de gebiedende wijs goed gespeld? En waarom?

A
Wordt niet boos!
B
Word niet boos!
C
Wort niet boos!

Slide 13 - Quiz

Werkwoordsvormen en werkwoordstijden

Slide 14 - Carte mentale

Op de atletiekbaan in Zeewolde heeft Maher het baanrecord kunnen breken.

A
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
B
onvoltooid verleden tijd (ovt)
C
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
D
voltooid verleden tijd (vvt)

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Vidéo

De Oscaruitreiking is voor de 96ste keer ... (organiseren).
A
persoonsvorm
B
voltooid deelwoord

Slide 17 - Quiz

De Oscaruitreiking is voor de 96ste keer ... (organiseren).

Slide 18 - Question ouverte

Voor verschillende onderdelen worden prijzen ... (uitreiken).
A
persoonsvorm
B
voltooid deelwoord

Slide 19 - Quiz

Voor verschillende onderdelen worden prijzen ... (uitreiken).

Slide 20 - Question ouverte

Billie Eilish ... (winnen, v.t.) een prijs voor haar liedje in de film Barbie.
A
persoonsvorm
B
voltooid deelwoord

Slide 21 - Quiz

Billie Eilish ... (winnen, v.t.) een prijs voor haar liedje in de film Barbie.

Slide 22 - Question ouverte

'The Boy and the Heron' heeft het als animatiefilm het verste ... (schoppen).
A
persoonsvorm
B
voltooid deelwoord

Slide 23 - Quiz

'The Boy and the Heron' heeft het als animatiefilm het verste ... (schoppen).

Slide 24 - Question ouverte

Homofone werkwoorden
Homofoon (homo = gelijk, foon = klank).
Homofoon = gelijk van klank.

Homofone werkwoordsvormen = werkwoorden die hetzelfde klinken, maar verschillend geschreven worden. 
30 seconden (individueel): welke werkwoorden kun je zowel met een -t als -d spellen?
30 seconden (tweetallen): overleggen.
60 seconden (klassikaal): bespreken.
timer
0:30

Slide 25 - Diapositive

Een voorbeeld
verdient - verdiend
Hij verdient een goed resultaat.
Hij heeft een goed resultaat verdiend. 
Je spreekt beide vormen hetzelfde uit, maar je schrijft ze anders. Dat kom omdat 'betaalt' een persoonsvorm tegenwoordige tijd is en 'betaald' een voltooid deelwoord. Oftewel, je moet de soort werkwoord herkennen, voordat je homofone werkwoorden goed kunt spellen.

Slide 26 - Diapositive

-de(n), -dde(n), -te(n), -tte(n)?
Er is verschil tussen de infinitief (inf) of de persoonsvorm tegenwoordige tijd meervoud (misleiden, richten) en de persoonsvorm verleden tijd meervoud (misleidden, richtten).

Bij werkwoorden die beginnen met be, ge, her, mis, ont en ver is er ook verschil tussen de persoonsvorm verleden tijd enkelvoud (De handelaar misleidde de klant) en het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord (bn): de misleide klant.

Slide 27 - Diapositive

Aan het werk
Wat?
Keuze 1: Verder oefenen in de online trainer.
Keuze 2: Oefentoetsjes in je online boek of oefentoets op papier.
Keuze 3: Verder in je leesboek.
Hoe?
Zelfstandig of in tweetallen.

Hulp
4B's en het oogje. 
Tijd
Timer.

Klaar?
Verder in je leesboek.
timer
15:00

Slide 28 - Diapositive

  • Je kunt uitleggen wat homofone werkwoorden zijn.
  • Je weet wanneer je een homofoon werkwoord met een -d of -t spelt.
  • Plusdoel:  Je kunt werkwoordsvormen die hetzelfde klinken (homofoon) correct spellen.
Lesdoelen

Slide 29 - Diapositive

In welke gevallen krijg je in de verleden tijd een dubbele t of dubbele d?

Slide 30 - Question ouverte

Welk onderdeel van dit hoofdstuk (spelling) vind jij nog het lastigst?
A
Tussenletters in samenstellingen
B
Aan elkaar of los
C
Werkwoordsvormen en werkwoordstijden
D
Homofone werkwoorden

Slide 31 - Quiz