Een verslag schrijven

Een verslag schrijven (2)
1 / 12
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 12 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Een verslag schrijven (2)

Slide 1 - Diapositive

Doel



Ik kan een kort persoonlijk verslag schrijven aan de hand van de 5w+h-vragen

Ik weet wat een tekstopbouw is

Ik kan een goede inleiding schrijven

Slide 2 - Diapositive

Welke stap hoort niet bij het schrijven van een verslag?
A
deelonderwerpen op een kladblaadje schrijven
B
je onderwerpen in de volgorde zetten waarin ze gebeurd zijn
C
één lap tekst schrijven
D
je naam onder het verslag schrijven

Slide 3 - Quiz

Wat is citeren?
A
Een verslag schrijven
B
Opschrijven wat iemand letterlijk zegt

Slide 4 - Quiz

Zo schrijf je een verslag

- bedenk wat je gaat schrijven: geef antwoord op de 5w+h-vragen

- zet alle informatie in een juiste volgorde (chronologische volgorde)

- maak gebruik van signaalwoorden zoals eerst, daarna,toen, daarna, ten slotte 

- verdeel de informatie in alinea's (inleiding, kern, slot)

- besteed in een persoonlijk verslag aandacht aan wat je zelf van de gebeurtenis vond

- Noteer, indien van toepassing, het materiaal dat je gebruikt hebt

Slide 5 - Diapositive

Wat wordt er bedoeld met tekstopbouw volgens jou?

Slide 6 - Question ouverte

0

Slide 7 - Vidéo

Inleiding  
Doel: 
  • de lezer nieuwsgierig maken naar de tekst en/ of vertellen waar de tekst over zal gaan (onderwerp duidelijk maken)

Manieren:
  1. het onderwerp aankondigen
  2. de aanleiding voor het schrijven van de tekst noemen

Slide 8 - Diapositive

Schrijf nu op wat je in de inleiding schreef van je verslag 'Glad ijs'

Slide 9 - Question ouverte

Lees opdracht 4 (blz.134) in je leerboek en bedenk de eerste twee zinnen voor je inleiding van dit verslag

Slide 10 - Question ouverte

Slide 11 - Lien

Opdracht maken (20minuten)
  • Je maakt nu opdracht 4 op blz. 134 af.
  • Je verslag heeft een goede tekstopbouw: inleiding, kern en een slot 
  • Beantwoord de vragen uit je boek in je tekst en schrijf ze op een kladblaadje(bedenk in welke alinea ze thuishoren!)
  • Maak nu van je antwoorden een goedlopend verslag(je)
  • Maak gebruik van signaalwoorden voor een logische volgorde van de tekst  

Slide 12 - Diapositive