Adverbs vs adjectives Part 2

WEEK 4
Lesson 2
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

Cette leçon contient 19 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 1 min

Éléments de cette leçon

WEEK 4
Lesson 2

Slide 1 - Diapositive

Lesson Aim

  • Je weet het verschil  tussen Adverbs  & Adjectives. 
  • Je kunt Adverbs & Adjectives toepassen in zinnen. 

Slide 2 - Diapositive

Adverbs
Dichtbij            Verweg

Slide 3 - Diapositive

Wat weet je nog over "Adverbs"(bijwoorden) & "Adjectives"(bijvoegelijk naamwoorden?

Slide 4 - Carte mentale

Hoe zat het weer? 

Slide 5 - Diapositive

Quiz Time - Part 1
Choose the correct answer

Slide 6 - Diapositive

Choose the right answer
He is wearing ____ pants.
A
Old
B
Oldest
C
Older
D
Eldery

Slide 7 - Quiz

Choose the right answer
It is _____ hot today!
A
Real
B
Really
C
Reallest
D
So real

Slide 8 - Quiz

Choose the correct answer
The garden is .....
A
Beautiful bijwoord
B
Beautifully bijwoord
C
Beautifully Bijv. naamwoord
D
Beautiful Bijv. naamwoord

Slide 9 - Quiz

Choose the correct answer
She put her glasses down ...
A
careful Bijv. naamwoord
B
carefully Bijwoord
C
Carefully Bijv. naamwoord
D
Carfull Bijwoord

Slide 10 - Quiz

Wat is de correcte vorm van het bijwoord van fantastic?
A
fantasticaly
B
fantasticly
C
fantastically
D
fantasticle

Slide 11 - Quiz

Quiz Time - Part 2
Fill in the sentences using the correct adverb
or adjective

Slide 12 - Diapositive

The bus driver was _____ injured. (serious)

Slide 13 - Question ouverte

Robin looks _____. What's the matter with him? (sad)

Slide 14 - Question ouverte

The weather is _____ today. (terrible)

Slide 15 - Question ouverte

The dog barks _____. (loud)

Slide 16 - Question ouverte

To do
11 t/m 16 
8 + 9

Slide 17 - Diapositive

End of class

Je weet het verschil tussen Adverbs & Adjectives.
Je hebt geoefend met het toepassen van Adverbs & Adjectives  een in zin.

Slide 18 - Diapositive

Heb je het gevoel dat je adjectives en adverbs beheerst.
A
Ja, deze quiz en opdrachten waren makkie
B
Nee, ik moet nog meer leren
C
Het was te doen, maar nog een beetje extra oefenen kan geen kwaad
D
Ik snap er helemaal niks van

Slide 19 - Quiz