LES 21 _BASIS 1_HOE SCHRIJF JE STERKE WERKWOORDEN IN DE VERLEDEN TIJD?

LES 12_BASIS 1_HOE HERKEN JE ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN?
1 / 17
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactif et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

LES 12_BASIS 1_HOE HERKEN JE ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN?

Slide 1 - Diapositive

15 MIN LEZEN

Lees in je boek het vak 'belangrijk'. 

Daarna lezen we samen beide teksten op blz 6 en 7

Slide 2 - Diapositive

Na deze les kan/weet je....
  • Ik weet dat zwakke werkwoorden in de verleden tijd op -de(n) of -te(n) eindigen.
    → Zwakke werkwoorden veranderen niet van klank. Je schrijft er -de(n) of -te(n) achter.

  • Ik kan bepalen of een werkwoord -de(n) of -te(n) krijgt.
→ Kijk naar de laatste letter van het woord (bijvoorbeeld werk krijgt -te, luister krijgt -de).

  • Ik kan de juiste vorm van een werkwoord invullen in de verleden tijd.
→ Ik weet hoe ik het goed schrijf, zoals hij werkte of zij luisterde.

  • Ik kan zelf zinnen maken met zwakke werkwoorden in de verleden tijd.
→ Ik schrijf zinnen zoals: "Hij werkte hard" of "Wij luisterden naar de muziek."

Slide 3 - Diapositive

Hoe schrijf je een werkwoord in de verleden tijd? Kun je een voorbeeld geven?

Slide 4 - Question ouverte

Wat zijn 'zwakke' werkwoorden?


Een zwak werkwoord verandert niet van klank
in de verleden
tijd, zoals werken → werkte of lachen → lachte.

Slide 5 - Diapositive

ZWAK WERKWOORD
FIETSEN

FIETSTE

>> VERANDERD NIET VAN KLANK
>> -TE ERACHTER

Slide 6 - Diapositive

ZWAKKE WERKWOORDEN VERLEDEN TIJD

Slide 7 - Diapositive

Waarom gebruik je hier -te ?
Hij werkte hard gisteren

Slide 8 - Diapositive

Waarom gebruik je hier -de ?
Gisteren luisterde hij naar het concert

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

REGELS ZWAKKE WERKWOORDEN VERLEDEN TIJD
Haal -en van het werkwoord af:
Bijvoorbeeld: merken → merk.

Kijk naar de laatste letter van het woord:

Als het eindigt op t, k, f, s, ch, of p, schrijf je -te of -ten.
Voorbeeld: werken → werkte.

Eindigt het op een andere letter? Schrijf dan -de of -den.
Voorbeeld: luisteren → luisterde.

Slide 11 - Diapositive

ZWAKKE WERKWOORDEN VERLEDEN TIJD

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Diapositive

Slide 14 - Diapositive

KLASSIKAAL -LES 20 - oef 1 t/m 3

Slide 15 - Diapositive

OEF 1 - HOE VIND JE DE PERSOONSVORM? (LES 5)

Slide 16 - Diapositive

ZELFSTANDIG MAKEN
Huiswerk > Zie 'weekplanning' in Teams
MAKEN: LES 20 - oef 5 t/m 10

Slide 17 - Diapositive