4.1 Bijwoord of bijvoeglijk naamwoord?

Bijwoord
Bijv. naamwoord
Bad
Badly
1 / 15
suivant
Slide 1: Question de remorquage
EngelsMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

Bijwoord
Bijv. naamwoord
Bad
Badly

Slide 1 - Question de remorquage

Bijwoord
Bijv. naamwoord
Well
Good

Slide 2 - Question de remorquage

Adjective = bijv. naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord.


The green car.

green = bijvoeglijk naamwoord
car = zelfstandig naamwoord (de, het, een voor zetten).

Slide 3 - Diapositive

Uitzonderingen bijv. nw.
sommige werkwoorden (ww.) beschrijven hoe iets of iemand is of lijkt. Dit zijn koppelwerkwoorden, zoals bijvoorbeeld to be, become en appear, maar ook taste, look, sound, smell en feel (de zintuigen). In dit geval staat het bn. achter het ww.

Slide 4 - Diapositive

Uitzonderingen bijv. nw.
voorbeelden
  • This road looks dangerous.
  • That sign appeared important.
  • The food smells great.
  • That looks fantastic!
  • His voice sounds beautiful.

Slide 5 - Diapositive

Adverb = bijwoord


- bijwoord zegt iets over het werkwoord
Quickly press the space bar.

- bijwoord zegt iets over een bijvoeglijk naamwoord
This is an incredibly difficult level.

- bijwoord zegt iets over een ander bijwoord

You have to move really quickly.

Slide 6 - Diapositive

Het bw. is een bn. met -ly op het eind. Uitzonderingen:
  • medeklinker +le wordt -ly   simple → simply 
  • medeklinker +y wordt -ily    happy → happily
  • -ic wordt -ically (spreek uit als icly)  basic → basically
  • good wordt well  This is a good car; it performs well.
  • hard, fair, high, late, deep en fast veranderen niet!
  • hardly, fairly, highly, lately, en deeply bestaan wel, maar betekenen heel iets anders

Slide 7 - Diapositive

I think you understand this grammar rule quite good/well.
A
good
B
well

Slide 8 - Quiz

She played bad/badly and lost the game.
A
Bad
B
Badly

Slide 9 - Quiz

She asks intelligent/intelligently questions.
A
intelligent
B
intelligently

Slide 10 - Quiz

Unfortunately/unfortunate, we were late and missed the beginning of the film.
A
unfortunately
B
unfortunate

Slide 11 - Quiz

Sam is a very ... lorry driver.
A
enthusiastic
B
enthusiastically

Slide 12 - Quiz

Sam the lorry driver drove ...
A
enthusiastic
B
enthusiastically

Slide 13 - Quiz

He (a) bought (b) a new house (c).

recently
A
A
B
B
C
C

Slide 14 - Quiz

Maken
  • exercise 3
  • Grammar 22 Adjectives and adverbs

extra:
  • Extra Grammar 22 Adjectives and adverbs

Slide 15 - Diapositive