Taal les 12

Taal les 12
Doel: Je leert de betekenis van de voorvoegsel on-, her-, ge-.

Je voegt het voor een woord.


1 / 13
suivant
Slide 1: Diapositive
TaalBasisschoolGroep 6

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Taal les 12
Doel: Je leert de betekenis van de voorvoegsel on-, her-, ge-.

Je voegt het voor een woord.


Slide 1 - Diapositive

Voorbeelden 
  • onbekende
  • herdenken
  • gestreepte 
  • ongeluk 
  • hergebruiken 
  • gegoochel 

Slide 2 - Diapositive

Welk voorvoegsel vind je in dit woord?

gekleurde
A
on
B
her
C
ge

Slide 3 - Quiz

Welk voorvoegsel vind je in dit woord?

onhandig
A
on
B
her
C
ge

Slide 4 - Quiz

Welk voorvoegsel vind je in dit woord?

herinrichten
A
on
B
her
C
ge

Slide 5 - Quiz

Pak je wisbord
Schrijf mee:

Een voorvoegsel zegt

Slide 6 - Diapositive

Wat zijn ook alweer de 3 voorvoegsels van vandaag?
A
ver-, me-, be-
B
on-, her-, ge-
C
lijk-, bij-

Slide 7 - Quiz

Een voorvoegsel zegt iets over het woord dat ________________
A
ervoor staat
B
ernaast staat
C
eronder staat
D
erachter staat

Slide 8 - Quiz

Sleep het juiste voorvoegsel naar het woord waar het bij hoort. 
veilig
beleven
rust
on
her
ge

Slide 9 - Question de remorquage

rimpelde
tevreden
herkennen
ge
her
on

Slide 10 - Question de remorquage

Geef 2 woorden met het voorvoegsel ge-.

Slide 11 - Question ouverte

Geef 2 woorden met het voorvoegsel her-.

Slide 12 - Question ouverte

Geef 2 woorden met het voorvoegsel on-.

Slide 13 - Question ouverte