Kan open gaan bij slikken of gapen, waardoor luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk blijft.
Slide 12 - Diapositive
Slide 13 - Vidéo
Buitenkant van het oog.
Slide 14 - Diapositive
Slide 15 - Diapositive
Het Oog
Slide 16 - Diapositive
Oogspieren
Draaien de ogen in je juiste richting.
Slide 17 - Diapositive
Werking oog
Slide 18 - Diapositive
Slide 19 - Diapositive
Bijziend en verziend
Bij sommige mensen werkt de ooglens niet goed of is de oogbol te lang of te kort. Het beeld (het licht) komt dan niet precies op het netvlies terecht. Iemand ziet dan niet scherp.
Slide 20 - Diapositive
Iemand die verziend is, kan alles in de verte goed zien. Maar kijkt hij naar iets wat dichtbij is, dan komt het beeld achter het netvlies terecht. Bij een verziend persoon is de ooglens te plat of de oogbol te kort. Een bril met bolle lenzen zorgt ervoor dat het beeld wel precies op het netvlies komt.
Slide 21 - Diapositive
Iemand die bijziend is, kan alleen dichtbij scherp zien. Kijkt hij in de verte, dan komt het beeld vóór het netvlies terecht. De ooglens is te bol of de oogbol is te lang (te diep).
Bijziendheid kan worden gecorrigeerd met een bril (of contactlenzen) met holle lenzen. Het beeld komt daardoor weer precies op het netvlies.
Slide 22 - Diapositive
Slide 23 - Vidéo
Bescherming van het oog
Slide 24 - Diapositive
Gele vlek en blinde vlek
In de gele vlek zitten heel veel kegeltjes (kleuren).
Rondom de gele vlek zitten vooral staafjes (licht).
Op de blinde vlek zitten geen staafjes of kegeltjes --> hier verlaat de oogzenuw het oog