Cette leçon contient 45 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.
Éléments de cette leçon
Spreken
Manieren van communiceren
Spreekhouding
Stemgebruik
Slide 1 - Diapositive
Waar denk je aan bij communicatie?
Slide 2 - Carte mentale
Slide 3 - Diapositive
Bron: vandale.nl
Slide 4 - Diapositive
Slide 5 - Vidéo
Wat is belangrijker?
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie
Slide 6 - Quiz
Slide 7 - Diapositive
Manieren van communiceren
Slide 8 - Diapositive
Mark pakt zijn telefoon en laat een foto van zijn nieuwe vriendin aan Richard zien. "Moet je kijken wat een leuke meid." , zegt Mark, terwijl hij trots glimlacht.
Slide 9 - Diapositive
Wie is de zender?
A
Mark
B
Richard
Slide 10 - Quiz
Wie is de ontvanger?
A
Mark
B
Richard
Slide 11 - Quiz
Mark pakt zijn telefoon en laat een foto van zijn nieuwe vriendin aan Richard zien. "Moet je kijken wat een leuke meid." , zegt Mark, terwijl hij trots glimlacht.
Slide 12 - Diapositive
Wat is de verbale communicatie van Mark?
Slide 13 - Question ouverte
Wat is de non-verbale communicatie van Mark?
Slide 14 - Question ouverte
Je gaat naar een telefoonwinkel en vraagt een medewerker om jou uit te leggen welk abonnement jij het beste kunt nemen bij een nieuwe telefoon. De medewerker legt jou uit welke abonnementen hij kan aanbieden.
Slide 15 - Diapositive
Van welke vormen van communicatie is er sprake?
A
eenzijdige en directe communicatie
B
meerzijdige en directe communicatie
C
eenzijdige en indirecte communicatie
D
meerzijdige en indirecte communicatie
Slide 16 - Quiz
Je werkbegeleider hangt een lijst met regel voor het gebruik van telefoons op de werkvloer op het mededelingenbord.
Slide 17 - Diapositive
Van welke vormen van communicatie is hier sprake?
A
eenzijdige en directe communicatie
B
meerzijdige en directe communicatie
C
eenzijdige en indirecte communicatie
D
meerzijdige en indirecte communicatie
Slide 18 - Quiz
De presentator van een talentenshow vertelt hoe kijkers online hun stem kunnen uitbrengen.
Slide 19 - Diapositive
Van welke vormen van communicatie is hier sprake?
A
eenzijdige en directe communicatie
B
meerzijdige en directe communicatie
C
eenzijdige en indirecte communicatie
D
meerzijdige en indirecte communicatie
Slide 20 - Quiz
Kan hier ook sprake zijn van eenzijdige directe communicatie?
A
ja
B
nee
Slide 21 - Quiz
Je komt een docente van je school tegen in de gang. Ze vertelt je dat leerlingen hun telefoon of tablet voortaan moeten inleveren voor de les begint. Jij vraagt haar waarom die regel is bedacht.
Slide 22 - Diapositive
Van welke vormen van communicatie is hier sprake?
A
eenzijdige en directe communicatie
B
meerzijdige en directe communicatie
C
eenzijdige en indirecte communicatie
D
meerzijdige en indirecte communicatie
Slide 23 - Quiz
Deze spreekdoelen ken ik
Slide 24 - Question ouverte
Slide 25 - Diapositive
Wat is het verschil tussen formeel en informeel?
Slide 26 - Question ouverte
Spreekhouding
Slide 27 - Diapositive
studiereader.uitgeverij-deviant.nl
Slide 28 - Lien
Wat valt je op qua actieve spreekhouding en oogcontact in fragment 1?
Slide 29 - Question ouverte
Welk effect heeft deze non- verbale communicatie op jou?
Slide 30 - Question ouverte
Wat valt je op qua actieve spreekhouding en oogcontact in fragment 2?
Slide 31 - Question ouverte
Welk effect heeft deze non- verbale communicatie op jou?
Slide 32 - Question ouverte
Welke tips heb je voor de spreker in fragment 1?
Slide 33 - Question ouverte
Welke tips hen je voor de spreker in fragment 2?
Slide 34 - Question ouverte
stemgebruik
Slide 35 - Carte mentale
Stemgebruik
Slide 36 - Diapositive
studiereader.uitgeverij-deviant.nl
Slide 37 - Lien
Het stemvolume van de spreker is goed
-
+/-
+
Slide 38 - Sondage
De spreker articuleert goed.
-
+/-
+
Slide 39 - Sondage
De spreker heeft een rustig spreektempo.
-
+/-
+
Slide 40 - Sondage
De spreker heeft een goede intonatie.
-
+/-
+
Slide 41 - Sondage
Verbetertip verstaanbaarheid
Slide 42 - Question ouverte
Verbetertip spreektempo
Slide 43 - Question ouverte
belangrijke informatie benadrukken
Slide 44 - Diapositive
spreekdoel
overtuigen
communicatie waarbij geschreven of gesproken woorden worden gebruikt
zender
boodschap
ontvanger
uitleg in stappen
feiten i.p.v. menigen
aspecten van stemgebruik
Communicatie waarbij geen woorden, maar gezichtsuitdrukkingen of lichaamstaal wordt gebruikt.