Periode 3 - 1. Retaillandschap - Les 1

Periode 3
Hospitality, verkoopt en klantreis

Introductie
1. Retaillandschap
Les 1
1 / 32
suivant
Slide 1: Diapositive
RetailMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 32 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 120 min

Éléments de cette leçon

Periode 3
Hospitality, verkoopt en klantreis

Introductie
1. Retaillandschap
Les 1

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Indeling periode

Lesweek 1 Introductie/  Retaillandschap
Lesweek 2 Geen les/ Bezoek 2e kamer
Lesweek 3 Vervolg Retaillandschap
Lesweek 4 De klantreis
Lesweek 5 Ontvangt de klant in de verkoopomgeving
Lesweek 6 OGO (actieve opdracht buiten de school)
Lesweek 7 Begeleidt de klantreis in de omgeving
Lesweek 8 Informeert en adviseert de klant
Lesweek 9 Geen les/ Geen les
Lesweek 10 Toets hoofdstuk 1 t/m 5 - Examenweek

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

BSA punten (3)
  • 1 punt - opdrachten in de hoofdstukken (digitaal)
  • 1 punt - OGO opdracht(en)
  • 1 punt - Tussentijdse toets 

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Klas toevoegen in licentie
  • boomdigitaal.nl
  • De docent schrijft de klassencode op het bord
  • De student opent en activeert de licentie
  • De student meld zich aan bij de klas
  • De student veranderd zijn nummer in zijn naam. (Profiel)

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Inhoud van de les
  • Het retaillandschap
  • Clicks en bricks
  • Diverse handel ( B2C, B2B, D2C)
  • Bedrijfsgroottes
  • Commercieel/non profit
  • De bedrijfskolom
  • Distributie (prijs/service, mix)

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoofdstuk 1 Retaillandschap 
Bekijk de website: www.ANWB.nl/webwinkel
  • Is het een online of een offline winkel? ...of allebei?
  • Bij de ANWB kun je ook artikelen van andere retailers kopen. Waarom zou de ANWB dat volgens jou doen?
  • Als een klant via de ANWB een artikel van een andere retailer heeft gekocht, dan kan de klant het artikel niet afhalen/ruilen in een ANWB winkel. Hoe kan dat?
timer
5:00

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoofdstuk 1 Retaillandschap
  • Maak in tweetallen opdracht 2 - Het veranderende Retaillandschap 
  • Maak in tweetallen opdracht 3 - Clicks and bricks
timer
15:00

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

B2B
B2C
D2C
C2C

Slide 13 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Sleep het juiste aantal medewerkers per bedrijfsgrootte bij het juiste antwoord.
hoeveel medewerkers werken er bij een microbedrijf
Hoeveel medewerkers werken er bij een middelgrootbedrijf.
Hoeveel medewerkers werken er bij een kleinbedrijf
Hoeveel medewerkers werken er bij een grootbedrijf.
50 - 250 werknemers
< 10 werknemers
tip: < = minder dan
10 - 49 werknemers
> 250 werknemers
tip: > = groter dan

Slide 14 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef aan
Profit of non profit
Shell
A
Profit
B
Non-Profit

Slide 17 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef aan
Profit of non profit
ROC Talland College
A
Profit
B
Non-Profit

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef aan
Profit of non profit
Rode Kruis
A
Profit
B
Non-Profit

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef aan
Profit of non profit
Action
A
Profit
B
Non-Profit

Slide 20 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef aan
Profit of non profit
KWF kankerbestrijding
A
Profit
B
Non-Profit

Slide 21 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is het belangrijkste verschil tussen profit en non-profit organisaties?
A
Een profit organisatie heeft geen winstoogmerk, terwijl een non-profit organisatie dit wel heeft.
B
Beide organisaties hebben als doel winst maken.
C
Een non-profit organisatie is altijd kleiner dan een profit organisatie.
D
Het doel van een profit organisatie is winst maken, terwijl een non-profit organisatie geen winstoogmerk heeft.

Slide 22 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bedrijfskolom
Maak de bedrijfskolom kloppend 
Stoffenfabriek
Kledingwinkel 
Katoenplantage
Spijkerbroekenfabriek

Slide 24 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

A
B
C
D
E
1
3
2
Consument
Groothandel/distributiecentrum
Fabrikant
Producent
Detailhandel/ondernemer
Goederenstroom
Informatiestroom
Geldstroom

Slide 25 - Question de remorquage

Ter afsluiting deze sleepvraag

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Prijsdistributie
Servicedistributie

Slide 28 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 29 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Convenience goods 
Shopping goods
Specialty goods

Slide 30 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoofdstuk 1 Retaillandschap
  • Maak opdrachten 4 t/m 10
timer
30:00

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

terugblik op de les
  • Het retaillandschap
  • Clicks en bricks
  • Diverse handel ( B2C, B2B, D2C)
  • Bedrijfsgroottes
  • Commercieel/non profit
  • De bedrijfskolom
  • Distributie (prijs/service, mix)

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions