herhalen grammar methodetoets H2

1 / 52
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 52 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Aan het eind van deze les weet je:
1. Wat het verschil is tussen een present perfect en een past simple.
-filmpje-
2.  Wat het verschil is tussen some en any.
-filmpje-
3. Het waarom en hoe van de past continuous.
4. The Future

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Vidéo

Wanneer is de toets?
A
dinsdag
B
donderdag
C
woensdag
D
vrijdag

Slide 4 - Quiz


Past simple
Wanneer gebruik je de past simple.
A
Wanneer iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.
B
Wanneer iets nu bezig of aan de gang is.
C
Wanneer iets in het verleden is gebeurd.
D
Wanneer iets in het verleden is begonnen en nu nog bezig is.

Slide 5 - Quiz

PAST SIMPLE:
Welke zin gebruikt de Past Simple?

A
Did you eat eggs for breakfast yesterday?
B
Do you always eat breakfast in the morning?
C
Have you eaten breakfast yet?
D
Has she seen the movie?

Slide 6 - Quiz

Past Simple:
Welke zin gebruikt de Past Simple?
A
She was living in the city.
B
She lived in the city.
C
She has lived in the city.
D
She has been living in the city.

Slide 7 - Quiz

PAST SIMPLE:
Welke zin staat in de Past Simple?
A
I was hearing my mother.
B
I have heard my mother.
C
I heard my mother.
D
I hear my mother.

Slide 8 - Quiz

Past Simple:

Wat is de regel van de past simple?
A
hele ww+ - ed of irregular verb
B
vorm van to be + hele ww+ -ing

Slide 9 - Quiz

Present Perfect:

Wat is de regel van de present perfect?
A
ww+ - ed
B
shit = ww+-s
C
vorm van to be + ww+-ing
D
have/has + voltooid deelwoord (3e rijtje)

Slide 10 - Quiz

Present perfect:
Wanneer gebruik je de present perfect?
A
het is in het verleden gebeurd en niet belangrijk wanneer.
B
A en C zijn allebei fout
C
Het is in het verleden begonnen en loopt door tot het heden
D
A en C zijn allebei goed

Slide 11 - Quiz

PRESENT PERFECT:
welk werkwoord is ALTIJD aanwezig in de present perfect?
A
do of does
B
am of are
C
have of has
D
was of were

Slide 12 - Quiz

present perfect
A
I have decided
B
I had decided
C
He had decided
D
I did decide

Slide 13 - Quiz

I lived in London.
I have lived in London.
Present Perfect
Past Simple

Slide 14 - Question de remorquage

I ...................................already ...............................that.
A
has already done
B
have already did
C
has already did
D
have already done

Slide 15 - Quiz

1ste rijtje
2de rijtje
3de rijtje
Past Simple
Present Perfect
Present Simple

Slide 16 - Question de remorquage

Welke tijd hoort bij deze tijdlijn? Past simple of present perfect?
A
past simple
B
present perfect

Slide 17 - Quiz

Welke tijd hoort bij deze tijdlijn? Past simple of present perfect?
A
past simple
B
present perfect

Slide 18 - Quiz

past simple vs. present perfect

Slide 19 - Diapositive

Present Perfect
Iets is in het verleden gebeurd, maar je hebt er nu nog mee van doen.
Wanneer iets in het verleden is gebeurd en je er nu nog
mee van doen hebt.

Slide 20 - Diapositive

Present perfect
past simple

yesterday
last year
since
for
yet
already
in 1996
never
a week ago

Slide 21 - Question de remorquage

Signaalwoorden Present Perfect:


For
Yet
Never 
Ever

Just
Already
Since

Slide 22 - Diapositive

Past simple or present perfect?
Past simple
Present perfect
have of has + voltooid deelwoord
Vragen maak je altijd met Did (of Was/Were) + ow + hele ww
Vragen maak je altijd met Have of Has + ow + voltooid deelwoord
Onregelmatige werkwoorden: 2e  rijtje

Onregelmatige werkwoorden: 3e rijtje
didn't + hele ww
I walked

Slide 23 - Question de remorquage

Past simple or present perfect?
Past simple
Present perfect
I have worked
Did they work....?
Has she worked...?
We worked
They haven't worked
She didn't work
I was / you were

Slide 24 - Question de remorquage

Ik weet wat het verschil is tussen de past simple en de present perfect.
Piece of cake
almost
maybe
help

Slide 25 - Sondage

relax for a minute

Slide 26 - Diapositive

Slide 27 - Vidéo

Vraagzinnen
Bevestigende zinnen
Ontkennende zinnen
Some 
Any
Any/some
Any
Some

Slide 28 - Question de remorquage

Please get me ...          coffee
Susan didn't make              mistakes
He hasn't got              time.
We need               bananas. 
Do you have              pets?
some
any
some
some
some
any
any
some
any
any

Slide 29 - Question de remorquage

Ik weet wat het verschil is tussen some & any.
Piece of cake
almost
maybe
help

Slide 30 - Sondage

Slide 31 - Diapositive

Slide 32 - Vidéo

Slide 33 - Diapositive

Slide 34 - Diapositive

Wat is een past continuous?
A
I was waiting for the bus.
B
I has waited for the bus?
C
I am waiting for the bus.
D
I don't know;(

Slide 35 - Quiz


Past Continuous
Wanneer gebruik je de Past Continuous?
A
Wanneer iets altijd, nooit of regelmatig gebeurt.
B
Wanneer iets een tijdje bezig of aan de gang was in het verleden.
C
Wanneer iets in het verleden is gebeurd.
D
Wanneer iets in het verleden is begonnen en nu nog bezig is.

Slide 36 - Quiz

past continuous of 'eat'
A
eated
B
was/were eating
C
ate
D
eating

Slide 37 - Quiz

Fill in the past continuous:
We ________ (learn) the past continuous.

Slide 38 - Question ouverte

Slide 39 - Diapositive

Slide 40 - Diapositive

Met de 'Future Tense' kan ik dingen zeggen over:
A
Wat er nog gaat gebeuren
B
Wat in het eerder al is gebeurd
C
Wat nu aan de gang is
D
Wat in het verleden begon en nu stopt

Slide 41 - Quiz

fill in the future tense:

I ______ my sister in December.
A
will see
B
am going to see
C
shall see
D
is going to see

Slide 42 - Quiz

Fill in the future tense:

Look at those clouds! it __________ rain
A
is going to
B
will

Slide 43 - Quiz

Which sentences are in the future tense?
A
I will help you tomorrow.
B
I'm playing football on Saturday.
C
I am going to play football.
D
He helps you every day.

Slide 44 - Quiz

Fill in the future tense:
The train ... at 8o'clock
A
will leave
B
leaves
C
is going to leave
D
shall leave

Slide 45 - Quiz

What did you learn today?

Slide 46 - Question ouverte

Slide 47 - Lien

Slide 48 - Lien

Slide 49 - Lien

Slide 50 - Lien

Slide 51 - Lien

Slide 52 - Lien