Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 15 min
Éléments de cette leçon
Bonjour schatteboutjes !
Slide 1 - Diapositive
Plan de la leçon
- herhaling van de ontkenningen
- oefeningen over de ontkenningen
- schrijfopdracht met ontkenningen
Slide 2 - Diapositive
La négation = De ontkenning
Doel van de les:
Ontkenningen:
- kunnen vertalen (F-N & N-F)
- goede plek in de zin
- in een schrijf- en leesopdracht of in een gesprek kunnen gebruiken en herkennen
Slide 3 - Diapositive
Ken je nog een paar ontkenningen in het Frans?
Slide 4 - Carte mentale
ne ... pas
ne ... plus
ne ... jamais
ne ... rien
ne ... pas encore
ne ... personne
ne ... aucun
ne ... pas du tout
ne ... pas non plus
ne ... plus jamais
ne ... que
ne.... ni.... ni...
niet/geen
niet meer
nooit
niets
nog niet
niemand
geen enkele
helemaal niet
ook niet
nooit meer
slechts
noch.... noch....
Slide 5 - Diapositive
Nooit
Niets
nog niet
niet meer
niet
Ne ... plus
Ne ... pas encore
Ne ... rien
Ne ... pas
Ne ... jamais
Slide 6 - Question de remorquage
Helemaal niet
Ne ... personne
Geen enkele
Ne ... que
Ne ... pas non plus
Nooit meer
Niemand
Ook niet
Slechts
Ne ... plus jamais
Ne ... pas du tout
Ne ... aucun(e)
Slide 7 - Question de remorquage
De plek:
Voorbeeld: je n'aime pas la musique de Stromae.
ne staat vóór de p.v.
pas staat er direct achter
Slide 8 - Diapositive
Let op! ne...personne
Je n'ai vupersonne. Ik heb niemandgezien.
Je ne veux voirpersonne. Ik wil niemandzien.
voltooid deelwoord of heel werkwoord achter persoonsvorm
personne komt achter dit voltooid deelwoord of hele werkwoord (achter alle w.w.)
Slide 9 - Diapositive
Maak de zin ontkennend: J'ai mangé (nog niet)
Slide 10 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: Je veux aller en Espagne (nooit meer)
A
Je ne veux plus aller en Espagne
B
Je ne veux pas non plus aller en Espagne
C
Je ne veux pas encore aller en Espagne
D
Je ne veux plus jamais aller en Espagne
Slide 11 - Quiz
Maak de zin ontkennend: Elle va au concert de Stromae (niet meer)
Slide 12 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: Ils vont au cinéma (nooit)
Slide 13 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend:
Je regarde la télé (ook niet)
A
Je ne regarde pas du tout la télé
B
Je ne regarde plus la télé
C
Je ne regarde pas non plus la télé
D
Je ne regarde plus jamais la télé
Slide 14 - Quiz
Maak de zin ontkennend: Elle a vu quelqu'un (niemand)
Slide 15 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: Tu habites à Paris (niet)
Slide 16 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: On a un problème (geen enkele)
A
On n'a qu'un problème
B
On n'a aucun problème
C
On n'a pas de problème
D
On n'a aucune problème
Slide 17 - Quiz
Maak de zin ontkennend: Il est allé au cinéma avec Sophie (nooit)
Slide 18 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: Vous avez un copain (slechts)
Slide 19 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: Il aime le chocolat et la tarte (noch... noch...)
Slide 20 - Question ouverte
Maak de zin ontkennend: Il est content (helemaal niet)
A
Il n'est pas encore content
B
Il n'est pas du tout content
C
Il n'est plus jamais encore content
D
Il n'est encore pas content
Slide 21 - Quiz
Doel behaald? Ik begrijp hoe ik ontkenningen kan vertalen (F-N & N-F) + in de goede plek in de zin zetten
Slide 22 - Sondage
Wat heb je nog meer nodig om de ontkenningen te begrijpen / gebruiken?
Slide 23 - Carte mentale
Opdracht: normale route
Stap 1:
- Maak 10 zinnen (in de présent) over wat je NIET DOET of wat je NIET HEBT in het Frans en verwerk de ontkenningen .
- Zorg ervoor dat je minstens 10 verschillende ontkenningen gebruikt.
- HULP: Woordenboek en grammatica boekje toegestaan (let op de vervoeging van werkwoorden!)
Stap 2:
Lees jouw zinnen aan je buurman / buurvrouw. Hij / zij moet daarna in het NL samenvatten wat je gezegd hebt.
EERDER KLAAR? Leren / herhalen de woorden van A, B, C blz. 82-84
Opdracht: moeilijke route
Stap 1:
- Schrijf een korte tekst (+/- 150 woorden) waarin je beschrijf wat je gisteren of vorige week niet gedaan hebt of wat je niet had (in de passé composé of imparfait) en verwerk de ontkenningen.
- Zorg ervoor dat je minstens 10 verschillende ontkenningen hebt gebruikt.
- HULP: Woordenboek en grammatica boekje toegestaan (let op de vervoeging van werkwoorden!)
Stap 2:
Lees jouw verhaal aan je buurman / buurvrouw. Hij / zij moet daarna in het NL samenvatten wat je gezegd hebt.
EERDER KLAAR? Leren / herhalen de woorden van A, B, C blz. 82-84
Slide 24 - Diapositive
Tijdens deze les ben ik beter geworden in het correct gebruiken van ontkenningen in het Frans.