Hoofdstuk 4: ontwikkeling van de kleuter

Wat weet je over de tandjes van een peuter?
1 / 24
suivant
Slide 1: Carte mentale
Pedagogisch handelenSecundair onderwijs

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Wat weet je over de tandjes van een peuter?

Slide 1 - Carte mentale

Wat is er bijzonder voor de motorische ontwikkeling van een peuter?

Slide 2 - Carte mentale

Wat is 'magisch denken'?

Slide 3 - Carte mentale

Wat weet je over de 'peuterpuberteit'?

Slide 4 - Carte mentale

Welke 3 soorten spel kent een peuter?

Slide 5 - Carte mentale

Slide 6 - Vidéo

Welke leeftijd heeft een kleuter?

Slide 7 - Carte mentale

Wat is het verschil tussen een peuter en kleuter?

Slide 8 - Carte mentale

Welke 3 ontwikkelingsdomeinen zien we bij de ontwikkeling van een kleuter?

Slide 9 - Carte mentale

Welke subdomeinen zien we bij de fysieke ontwikkeling van een kleuter?

Slide 10 - Carte mentale

Hoofdstuk 4: ontwikkeling van de kleuter

Slide 11 - Diapositive

Fysieke ontwikkeling
  1. Lichamelijke ontwikkeling
  2. Motorische ontwikkeling
  3. Sensorische ontwikkeling 

Slide 12 - Diapositive

1. Lichamelijke ontwikkeling
  • Groeit 6 cm/jaar
  • Lichaam groeit sneller dan hoofd
  • Kleuter gaat er 'volwassener' uitzien 

Slide 13 - Diapositive

2. Motorische ontwikkeling
Grove motorieke: kleuter krijgt meer controle over zijn eigen spieren => bv. leren fietsen, hinkelen, met de bal spelen, klimmen,...

Slide 14 - Diapositive

2. Motorische ontwikkeling
Fijne motoriek (evolutie tekenstijl)
  • Begin: horizontale krassen, daarna verticale krassen en ronde vormen
  • Krassen worden geleidelijk aan krabbels (bewegingen worden beheerster)
  • 3 jaar: figuren worden zichtbaar + zelfgemaakte tekeningen worden herkenbaar
  • 4 à 5 jaar: eerste tekening is een mens (belangrijkste deel voor een kind)
  • Kopvoeters: armen en benen rechtstreeks aan het hoofd

Slide 15 - Diapositive

3. Sensorische ontwikkeling
  • Sensomotoriek: de interactie tussen de zintuigen (sensoriek) en het bewegen (motoriek) wordt steeds beter. 

  • Betere oog-handcoördinatie + wordt zelfredzamer --> bv. zelfstandig eten met vork en mes, zichzelf aan-uitkleden, zich wassen,...

Slide 16 - Diapositive

Cognitieve ontwikkeling
  1. Ontwikkeling van het denken 
  2. Taalontwikkeling
  3. Persoonlijkheids- ontwikkeling 

Slide 17 - Diapositive

1. Ontwikkeling van het denken
Fantasie! 
  • basis voor spel: eerste rollenspelen
  • als verwerking: beleefde zaken een plaats geven
  • en angst: soms bang van de eigen fantasie
  • slimme fantasie om eigen fouten te verstoppen

Slide 18 - Diapositive

2. Taalontwikkeling
  • Al ongeveer 600 woorden ter beschikking
  • Passieve woordenschat: niet alle woorden worden door de kleuter gebruikt, maar hij begrijpt ze wel. 
  • Vertelt veel verhalen en zinnen worden langer
  • Uitspraak verbetert en grammaticale regels worden beter toegepast
  • Stelt eindeloze waarom- vragen 

Slide 19 - Diapositive

3. persoonlijkheidsontwikkeling
  • Leert verschil tussen 'goed' en 'kwaad' kennen 
  • Regels, geboden en verboden begint hij te gehoorzamen om geen straf of beloning te krijgen. 
  • Begrijpt 'oorzaak' en 'gevolg'
  • Opgelegde regels verinnerlijken = hij leert het verschil tussen 'goed' en 'kwaad'

  • Inlevingsvermogen wordt groter = denkt minder egocentrisch => leert zich in te leven in het standpunt en gevoelens van anderen = Empathie

Slide 20 - Diapositive

Socio - emotionele ontwikkeling
  1. Sociale ontwikkeling 
  2. Emotionele ontwikkeling 

Slide 21 - Diapositive

1. Sociale ontwikkeling
Leren door te spelen! 

Favoriete spelvormen kleuters: 
  • Constructief spel: voorwerpen om iets te bouwen
  • Associatief spel: uitwisselen van voorwerpen, verbanden leggen bv. een schilderij maken en materiaal uitwisselen met elkaar
  • Coöperatief spel: met elkaar samen spelen

Slide 22 - Diapositive

2. Emotionele ontwikkeling
Kleuters vinden plezier in de dingen die ze kunnen, maar willen ook bijleren en groeien. 

  • Genderidentiteit: ze weten van zichzelf of ze zich mannelijk of vrouwelijk voelen. 
  • Vanaf 5 jaar: weten dat gender vaststaat
  • Kleuters verkennen het lichaam verder

  • Gevoelens en emoties bij zichzelf leren herkennen en benoemen

  • Kan al eigen emoties bij anderen herkennen = begin van empathie

Slide 23 - Diapositive

Slide 24 - Lien