HEILSGESCHIEDENIS
Schepping: De heilsgeschiedenis begint met het scheppingsverhaal in het boek Genesis van de Bijbel, waarin God de wereld en de mensheid schept. De schepping wordt gezien als goed en perfect.
Zondeval: Het verhaal van de zondeval, ook in Genesis, vertelt hoe Adam en Eva, de eerste mensen, tegen Gods gebod ingingen door van de verboden vrucht te eten. Dit wordt beschouwd als het begin van de zonde en de gebroken relatie tussen God en de mensheid.
Verbonden met God: Ondanks de zondeval blijft God betrokken bij de mensheid en sluit hij verbonden met verschillende figuren in het Oude Testament, zoals Noach, Abraham, en Mozes.
Deze verbonden legden de basis voor Gods relatie met het Joodse volk.
Komen van de Verlosser: De heilsgeschiedenis bereikt een hoogtepunt met de komst van Jezus Christus, die volgens het Nieuwe Testament de beloofde Verlosser en de Zoon van God is. (kerstverhaal ) Zijn geboorte, leven, leer, dood aan het kruis en opstanding worden gezien als het middel waardoor God de mensheid redt van zonde en dood.
Verlossing: Het centrale thema van de heilsgeschiedenis is verlossing. Christenen geloven dat Jezus' offer aan het kruis verzoening bracht tussen God en de mensheid, en dat geloof in Hem de weg is naar eeuwig leven en verlossing van zonde. (passie )
Apocalyps: Het einde der tijden en het uiteindelijke doel van de geschiedenis. Christenen geloven dat Jezus zal terugkeren om te oordelen over de levenden en de doden en dat er een nieuwe hemel en aarde zullen worden geschapen.