2425 P1a lundi 10 mars

2425 P1a lundi 10 mars
1 / 31
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 31 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

2425 P1a lundi 10 mars

Slide 1 - Diapositive

P1a Bonjour!
* Ga rustig zitten op je eigen plaats
* Pak je spullen:
     agenda, pen, chromebook, boek, schrift
* Zet je tas op de grond naast je tafel

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Vidéo

Lesdoelen
In deze les 
Bijvoeglijk Naamwoord Uitleg
Bijvoeglijk Naamwoord Oefenen

mais d'abord ....

Slide 4 - Diapositive

woensdag 12 maart 2024

Leren
: Stencil Bijvoeglijk nw.

(af)Maken :
Stencil oefeningen A-B-C




Slide 5 - Diapositive



Het 
Bijvoeglijk Naamwoord

Slide 6 - Diapositive

maandag 17 maart 2024

Leren
>Unité 4 appr 9, 8
>Stencil Bijvoeglijk Naamwoord

(af)Maken :
Stencil oefeningen D-E




Slide 7 - Diapositive

Leg uit: Een bijvoeglijk naamwoord is .....

Slide 8 - Carte mentale

Slide 9 - Vidéo

De vorm 1
Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort:

le garçon est grand      de jongen is groot         ( le grand   garçon)
la fille        est grande    het meisje is groot        ( la grande fille)


Slide 10 - Diapositive

De vorm 2
In het Frans past het bijvoeglijk naamwoord zich aan aan het zelfstandig naamwoord

le garçon est grand      de jongen is groot  (mannelijk enkelvoud)

la fille        est grande    het meisje is groot (vrouwelijk enkelvoud)
                                             


Slide 11 - Diapositive

De vorm 4
Een VROUWELIJK bijvoeglijk naamwoord krijgt een e,
behalve als het bijv.nw. al op een -e eindigt.

le pull   est jaune  (mannelijk enkelvoud)

la page est jaune (vrouwelijk enkelvoud)
                                             


Slide 12 - Diapositive

Kies het juiste bijv.naamw.
Une .... chambre
A
petit
B
petite

Slide 13 - Quiz

Kies het juiste bijv.naamw.
La ... maison
A
grand
B
grande

Slide 14 - Quiz

Kies het juiste bijv.naamw.
Le cousin est ....
A
joli
B
jolie

Slide 15 - Quiz

Kies het juiste bijv.naamw.
Une fleur ....
A
vert
B
verte

Slide 16 - Quiz

Dit moet je ook nog weten (over de vorm)
Als het bijvoeglijk naamwoord hoort bij een zelfstandig naamwoord dat in het meervoud staat, dan krijgt het een -s

le pull bleu     -> les pulls bleus
la jupe bleue -> les jupes bleues




Slide 17 - Diapositive

Dit moet je ook nog weten (over de vorm)
MAAR, als het bijv.nw. op een S eindigt, komt er geen extra s 
le   garçon   français  = de Franse jongen
les garçons français = de Franse jongens


Slide 18 - Diapositive

Leer de uitzonderingen uit je hoofd
Sommige vrouwelijke bijvoeglijke naamwoorden vorm je een beetje anders:

blanc -> blanche
long   -> longue
Leer die gewoon uit je hoofd!

Slide 19 - Diapositive

Dit moet je weten over de plaats (1)
REGEL:
Het Franse bijvoeglijk naamwoord staat 
achter het zelfstandig naamwoord

la page jaune, les pages jaunes
le pull noir, les pulls noirs

Slide 20 - Diapositive

Dit moet je weten over de plaats (2)
REGEL: Het Franse bijvoeglijk naamwoord staat achter het zelfst. nw.

BEHALVE
  1. alle rangtelwoorden (eerste, tweede, etc.)
  2. beau (belle), petit(e), grand(e), joli(e), beau (belle), nouveau (nouvelle), long(ue), bon(ne), vieux (vielle)

une petite fille, un grand garçon, une belle maison, un nouveau pull, une longue promenade

Slide 21 - Diapositive

Donc 
Als je een Frans bijvoeglijk naamwoord gebruikt, moet je
letten op
  1. de vorm (mannelijk, vrouwelijk? enkel- of meervoud?)
  2. de plaats (achter znw, behalve ......)

[ dit staat ook in het stencil]

Slide 22 - Diapositive

Slide 23 - Vidéo

In welke zin is het bijv.nw. juist?
(let op vorm + plaats)

A
une tortue petit
B
une tortue petite
C
une petit tortue
D
une petite tortue

Slide 24 - Quiz

Zet het bijv.nw. in de zin:
(noir) Une ........ voiture .......

Slide 25 - Question ouverte

Zet het bijv.nw. in de zin:
(français) Deux ...... filles .......

Slide 26 - Question ouverte

Zet het bijv.nw. in de zin:
(grand) La ...... maison ........

Slide 27 - Question ouverte

Maak nu
stencil
exercices A-B-C

Slide 28 - Diapositive

Ik snap het Franse bijvoeglijk naamwoord
Helemaal niet
Nog niet zo goed
Redelijk goed
Heel goed

Slide 29 - Sondage

Pak nu rustig je tas in.
Wacht op je stoel tot de bel gaat.
Schuif dan je stoel aan en verlaat het lokaal.

Slide 30 - Diapositive

De vorm 3
Een VROUWELIJK bijvoeglijk naamwoord krijgt een e

le garçon est grand      de jongen is groot  (mannelijk enkelvoud)

la fille        est grande    het meisje is groot (vrouwelijk enkelvoud)
                                             


Slide 31 - Diapositive