BLOK 3_ Chronisch zieken_ bijeenkomst 2 en 3

BLOK 3_ Chronisch zieken_ bijeenkomst 2 en 3
1 / 35
suivant
Slide 1: Diapositive
VerpleegkundeHBOStudiejaar 2

Cette leçon contient 35 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 100 min

Éléments de cette leçon

BLOK 3_ Chronisch zieken_ bijeenkomst 2 en 3

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Beknopte versie
  • ICF model gebruiken in het verpleegkundig klinisch redeneren
  • in een casus van iemand met een chronische aandoening
  • classificatiesystemen
  • zorgresultaten vaststellen mbv NOC
  • Interventies opstellen mbv NIC
  • 2 voorbeelden geven van EBP interventies

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Programma
  • Introductie les
  • Vragen vorig blok diversiteit
  • OLG Klinisch redeneren (10 min)
  • Werkgroepopdracht meneer Verwoerd (45 minuten) 
  • Nabespreken (20 min)
  • Doornemen per BLOK wat bestudeerd moet worden

  • Twee voor twaalf met prijs :-) 
  • Proeftoets in ANS staat open 

Slide 5 - Diapositive

Voorebreiding les 1:

Zorgbasics diversiteit Ilness, Sichkness en desease

Terugblik drie mc vragen

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lees de volgende beschrijving: Overwegingen met betrekking tot het dagelijks bewegen krijgen een stempel: de persoon kent er een positieve of een negatieve waardering aan toe. De gevolgen die het dagelijks bewegen zal hebben, krijgen ook een waardering. Bijvoorbeeld: 'ik vind het fijn dat ik een gezonde, fitte uitstraling heb'. Welke gedragsdeterminant van het ASE-model staat in bovenstaande beschrijving beschreven?
A
Subjectieve norm
B
Eigen effectiviteit
C
Attitude

Slide 7 - Quiz

Haaren, E. van & Kerstens, J. (2020). Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. H. 6, werkgroep verpleegkunde IM en preventie
Begrijpen
Toelichting: subjectieve norm is een vorm van sociale invloed . Eigen - effectiviteit: vertrouwen in eigen kunnen in het uitvoeren van gewenst gezond gedrag is verschillende situaties (makkelijke, moeilijke situaties)
Perspectief op gezondheid:
Onder het begrip ‘medical pluralism’ valt onder andere de ‘popular sector’. Met de ‘popular sector’ wordt bedoeld
dat een individu vanuit zijn perspectief op ziekte een behandeling kiest.....(vul aan)
A
die alternatief is, zoals een kruidengenezer.
B
die het meest populair is binnen de sector
C
die vrienden hem aanbevelen.

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Casus: Meneer Sogarns is een heer van 60 jaar en heeft reuma. Sinds 1,5 jaar is hij bezig om, onder begeleiding van de reumatoloog, zijn medicatie af te bouwen.
Welke van de onderstaande antwoorden is een voorbeeld van het perspectief disease?
A
Meneer vertelt dat hij op advies van haar vriendin is gestart met het drinken van gemberthee in het behandelen van haar reuma.
B
Meneer vertelt de reumatoloog dat het wel goed met hem gaat, hij merkt alleen dat hij een beetje roestig aan het worden is.
C
Om te kijken hoe het met meneer gaat, doorloopt hij samen met de reumatoloog de medische vragenlijst Disease Activity Score.

Slide 9 - Quiz

Disease: biomedisch perspectief; het meetinstrument is hier een voorbeeld van
Illness:subjectieve perspectief van de zorgvrager op zijn ziekte/ gezondheid,
Sickness beschrijft de patientervaringen omtrent de gevolgen van ziekte, waaronder stigma, het gedrag van andere brengt leed en verdriet aan.

Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Het analyseren van verpleegkundige diagnosen wordt methodische wijze gedaan. Waaruit bestaat de structuur van een verpleegkundige risico diagnose?
A
PES
B
PE
C
PS
D
PES of PE

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waaruit bestaat de structuur van een hypothetische verpleegkundige diagnose?
A
PES
B
PE
C
PES of PE
D
PS

Slide 12 - Quiz

De structuur van een feitelijke verpleegkundige diagnose bestaat uit P(probleem) E(tiologie) S(igns en symptoms). Een hypothetische diagnose kan een PE of PES zijn maar daarbij moet bij de P of E "mogelijk" staan. de structuur van een welzijnsdiagnose is PS en betreft altijd een wens van de zorgvrager. De structuur voor de risicodiagnose bestaat PE zonder de signs en symptoms dus. deze diagnosen worden vaak opgespoord met meetinstrumenten.
Wilkinson, J. M. (2020). Kritisch denken in het verpleegkundig proces (6e editie). Pearson. p. 78,79 en 80.
Welke van onderstaande antwoorden beschrijft de gedragsdeterminant eigen-effectiviteit van het ASE-model?
A
Observeren van het gezondheidsgedrag van anderen
B
Sociale druk ten aanzien van het gezondheidsgedrag
C
Individuele verwachtingen ten aan zien van het uitvoeren van het gezondheidsgedrag

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de relatie tussen een actuele verpleegkundige diagnose en verpleegkundige interventie?
A
Een interventie richt zich allereerst op de risicofactoren
B
Een verpleegkundige diagnose wordt vastgesteld aan de hand van de verpleegkundige interventies
C
Een interventie richt zich over het algemeen op de etiologische factoren

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Aanwijzingen voor studeren
Wilkinson, J. M., Burgh, A. van der., Luitjes, M., Eisenberg, I., & Hul, L. van't. (2020). Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces (6e editie). Pearson Benelux. (zie boekenlijst jaar 1)   
Hoofdstuk 10: Verpleegkundige diagnose lezen 
maar eigenlijk moet je dit gewoon weten en kunnen toepassen

Geldt ook voor deze voorbereiding:
Haaren, van E., Mast, J., & Graaf-Waar, de. H. (2017). Klinisch redeneren en verpleegkundige classificaties. Hoofdstuk 5 Nanda-I, NIC en NOC

Bijvoorbeeld: Je moet weten wat het ICF model is maar ook kunnen toepassen (doen we in deze les)


Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Classificatiesystemen

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 18 - Diapositive



mbt de uitwerking: zie antwoordmodel docent-documenten:hoofdstuk uit de nanda

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Handboek Carpenito
Per NANDA diagnose
  •  Verschijnselen
  • beïnvloedende factoren (oorzaken)
  • Beoogde resultaten NOC
  • Interventies NIC

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stappenplan KR
  1. Maak een mindmap van de casus
  2. Orden je gegevens (SS) in de gezondheidspatronen van Gordon
  3. bepaal welke dysfunctioneel zijn  
  4. Verwoord het verpleegprobleem in eigen woorden aan de hand van de SS
  5. Ga naar bijlage A van Carpenito
  6. Zoek op de dysfuncionele gezondheidspatronen
  7. Zoek de verpleegkundige diagnose in het patroon die het beste past bij je geanalyseerde verpleegprobleem
  8. Vermeld de NANDA diagnose 
  9. bepaal nu de oorzaak van je verpleegprobleem (kan ook in stap 4) 
  10. Et voila!

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Opdracht : Casus meneer Verwoerd
kennis toepassen
Samenwerkingsvorm
2 personen
Duur
40 minuten
Verwerkingsopdracht Klinisch redeneren

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Verpleegkundige diagnosen, borgresultaten en EPB interventies
casus Verwoerd

Slide 27 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Studievaardigheden BLOK 3

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 29 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 30 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Doornemen literatuur Kennislijn

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Diagnostische toets 
  • Twee voor twaalf
  • Groep wordt verdeeld in zes groepjes
  • 14 vragen waarbij steeds een letter gevonden moet worden
  • Let the best team win!

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions