Noteer drie woorden die bij je opkomen bij het woord 'ROOD'.
1 / 30
suivant
Slide 1: Question ouverte
PAVSecundair onderwijs
Cette leçon contient 30 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 50 min
Éléments de cette leçon
Noteer drie woorden die bij je opkomen bij het woord 'ROOD'.
Slide 1 - Question ouverte
Noteer drie woorden die bij je opkomen bij het woord 'ZOMER'.
Slide 2 - Question ouverte
Noteer drie woorden die bij je opkomen bij het woord 'FEE'.
Slide 3 - Question ouverte
Probeer op een logische manier van het linkerwoord naar het rechterwoord te gaan. Gebruik maximaal drie woorden als tussenstap. SCHAATSEN ... ... ... AARDBEIEN
Slide 4 - Question ouverte
Probeer op een logische manier van het linkerwoord naar het rechterwoord te gaan. Gebruik maximaal drie woorden als tussenstap. TOMAAT ... ... ... ZEE
Slide 5 - Question ouverte
Probeer op een logische manier van het linkerwoord naar het rechterwoord te gaan. Gebruik maximaal drie woorden als tussenstap. BOEK ... ... ... FRITUUR
Slide 6 - Question ouverte
Lees het artikel op p 299 - 300 en beantwoord de vragen.
Slide 7 - Diapositive
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
hyponiemen
Slide 8 - Diapositive
SYNONIEM: LANGZAAM
A
TRAAG
B
SNEL
C
GAUW
D
RAP
Slide 9 - Quiz
SYNONIEM: VUIL
A
REIN
B
SCHOON
C
VIES
D
PROPER
Slide 10 - Quiz
Een synoniem is :
A
een woord met een tegengestelde betekenis
B
Een woord dat qua betekenisinhoud hetzelfde betekent als een ander woord.
C
Een woord dat hetzelfde geschreven wordt als een ander woord, maar niet dezelfde betekenis heeft.
D
een woord dat bestaat uit een grondwoord en één of meer voor- of achtervoegsels heeft
Slide 11 - Quiz
het antoniem van aanmoedigen is:
A
stimuleren
B
ontmoedigen
C
demotiveren
D
bevorderen
Slide 12 - Quiz
ANTONIEM: JONG
A
PRIL
B
JEUGDIG
C
OUD
D
KLEIN
Slide 13 - Quiz
ANTONIEM: LEEG
A
VOL
B
VERLATEN
C
BEZET
D
ONBEZET
Slide 14 - Quiz
Wanneer twee woorden dezelfde betekenis hebben, spreken we van...
A
synoniemen
B
antoniemen
C
hyperoniemen
D
hyponiemen
Slide 15 - Quiz
Wanneer een woord de betekenis van een ander woord helemaal omvat, spreken we van ...
A
synoniemen
B
antoniemen
C
hyperoniemen
D
hyponiemen
Slide 16 - Quiz
Wanneer een woord een onderliggend begrip is ten opzichte van een ander woord, spreken we van ...
A
synoniemen
B
antoniemen
C
hyperoniemen
D
hyponiemen
Slide 17 - Quiz
Wanneer een woord een tegengestelde betekenis heeft, spreken we van ...
A
synoniemen
B
antoniemen
C
hyperoniemen
D
hyponiemen
Slide 18 - Quiz
Kledij is een ... van broek.
A
hyperoniem
B
hyponiem
Slide 19 - Quiz
'Tomaat' is een ... van 'groenten'.
A
hyperoniem
B
hyponiem
Slide 20 - Quiz
'Sneaker' is een ... van 'schoen'.
A
hyperoniem
B
hyponiem
Slide 21 - Quiz
'Gebouw' is een ... van 'kasteel'.
A
hyperoniem
B
hyponiem
Slide 22 - Quiz
Bedenk een hyperoniem voor je favoriete sport.
Slide 23 - Question ouverte
Verklaar de woorden uit de tekst. Noteer tussen haakjes welke strategie je gebruikt hebt.
Slide 24 - Diapositive
'Die zitten niet netjes van a tot z in een soort MENTAAL woordenboek.'
Slide 25 - Question ouverte
De gevoelswaarde van een woord is blijkbaar het allerbelangrijkste PRINCIPE om te ordenen.
Slide 26 - Question ouverte
Vraag je mensen naar de associaties van synoniemen, zoals 'begrijpen' en 'verstaan', dan hebben die woorden een groot aantal ASSOCIATIES met elkaar gemeen.