Alle vormen van RNA spelen een rol bij de productie van eiwitten in een cel volgens de informatie in het DNA.
mRNA (messenger / boodschapper RNA): brengt informatie van DNA sequentie (kopie) over naar ribosoom.
tRNA (transfer RNA): bindt aminozuren uit het cytoplasma en vervoert die naar een ribosoom.
rRNA (ribosomaal RNA): bestanddeel van ribosomen.
Slide 6 - Diapositive
Ontvouwing DNA
1) Compact DNA moet eerst worden ontvouwd,
anders kunnen er geen transcriptiefactoren binden die de genexpressie starten
2) Histonen worden geacetyleerd (COCH3),
waardoor DNA toegankelijk wordt voor
transcriptiefactoren.
Slide 7 - Diapositive
Start transcriptie
Binas 71 F
Transcriptiefactoren binden aan TATA-box (TATAAA) 10 basenparen vanaf coderend DNA (-10).
RNA-polymerase kan door transcriptiefactoren binden aan DNA (de promotor).
Slide 8 - Diapositive
transcriptiefactoren nodig voor het starten van transcriptie
Slide 9 - Diapositive
Stap 1 Binas 71E
De twee DNA-strengen breken gedeeltelijk van elkaar af.
Hierdoor kan het RNA-polymerase koppelen aan de promotor, de TATA-box, dit is het begin van de promotor.
De promotor voor transcriptie zit altijd aan de matrijsstreng/template streng.
Andere streng = coderende streng
Slide 10 - Diapositive
Stap 2
Het RNA-polymerase schuift langs het DNA in de afleesrichting 3’ > 5’.
Het gevormde mRNA heeft dezelfde code als de coderende streng, alleen zijn de T’s vervangen door U’s.
Ieder gen begint op de matrijsstreng met de volgorde TAC. Het coderende deel in mRNA begint daardoor altijd met AUG.
In dit plaatje is te zien dat RNA-polymerase langs de DNA-streng schuift in de richting 3' > 5', dit is de afleesrichting. mRNA wordt dus gevormd in de 5' > 3' richting. In het groene vierkant zie je het startcodon van mRNA.
Slide 11 - Diapositive
Stap 3
De transcriptie stopt bij het eindsignaal: 3’-TTATTT-5’.
Door dit eindsignaal wordt RNA-polymerase en de mRNA-keten losgekoppeld van de matrijsstreng.
Er is nu een compleet gen overgeschreven naar mRNA.
Op deze afbeelding zie je een schematische weergave van het begin van de promotor, de TATA-box, en wat er voor zrogt dat de trincriptie stopt. Het eindsignaal wat er voor zorgt dat de transcriptie stopt is 3'-TTATTT-5'. Hierdoor koppelen RNA-polymerae en de mRNA-keten van de matrijsstreng en uiteindelijk is er een compleet gen overgeschreven naar mRNA.
Slide 12 - Diapositive
Bewerking van pre-mRNA tot mRNA (Binas 71H)
Binas 71H
Het gevormde mRNA door transcriptie is nu nog pre-mRNA.
Poly-A-staart: aan het 3'-einde (helpt bij binden aan ribosoom,transport uit celkern, beschermt tegen exonucleasen).
5'-cap: CH3-groep aan het 5'-einde (stabiliteit)
Splicing: verwijderen introns. Alleen exons over.
Slide 13 - Diapositive
Slide 14 - Diapositive
Slide 15 - Diapositive
1 = A' =
2 = B' =
3= C' =
4 =
5 =
6 =
7 =
8 =
Slide 16 - Diapositive
1 = Transcriptiefactoren A' = 5' einde
2 = Promotor B' = 3' einde
3= pre-mRNA C' = 5' einde
4 = Coderende streng
5 = Template streng
6 = RNA-polymerase
7 = Eindsignaal
8 = Dubbelstrengs DNA
Slide 17 - Diapositive
Aan de slag!
Wat?
Maak opdracht 17 t/m 21
Hulp nodig?
Meer hulp nodig?
Lees basisstof 3
Steek je vinger omhoog
Klaar?
Lees basisstof 4: translatie en eiwitsynthese
Aan de slag!
timer
10:00
Slide 18 - Diapositive
Slide 19 - Vidéo
Slide 20 - Vidéo
Welk stukje mRNA is complementair aan het volgende stukje DNA? ATTACGCAGATACG
A
UAAUGCGUCUAUGC
B
TAATGCGTCTATGC
C
ATTACGCAGATACG
D
GCATAGACGCATTA
Slide 21 - Quiz
Wat is het verschil tussen pre-mRNA en mRNA?
A
mRNA is nog niet bewerkt, pre-mRNA wel
B
Pre-mRNA bevat intronen, mRNA niet
C
pre-mRNA bevat exonen, mRNA niet
D
pre-mRNA bevat uracil, mRNA bevat thymine
Slide 22 - Quiz
https:
Slide 23 - Lien
Slide 24 - Diapositive
Translatie
Binas 71J schema translatie, eiwitsynthese
Translatie is het aflezen en vertalen van een mRNA-molecuul naar een eiwit.
Dit gebeurt aan de ribosomen buiten de celkern.
Uiteindelijk vormt er een polypeptideketen van aminozuren in een volgorde die door mRNA-codons wordt bepaald.
Slide 25 - Diapositive
Stap 1
Het ribosoom koppelt aan mRNA en schuift vervolgens in de 5' > 3' richting.
Het startcodon (AUG) is het eerste codon van een mRNA-molecuul dat codeert voor het eerste aminozuur, hier begint de translatie.
Op dit plaatje zie je dat een ribosoom gekoppelt is aan het mRNA. Ook zie je het startcodon, AUG, dat codeert voor het aminozuur methionine. Hier begint de translatie.
Slide 26 - Diapositive
Stap 2
tRNA transporteert aminozuren naar het ribosoom.
Aan het startcodon (AUG) van het mRNA koppelt een tRNA met een anticodon (UAC).
Door middel van een anticodon koppelt tRNA aan een passend mRNA-codon.
Hier zie je dat een ander tRNA koppelt aan het codon GUU, dit codeert voor het aminozuur Val. Methionine vormt nu een dipeptide met het nieuwe aangevoerde aminozuur. Op deze manier groeit de peptideketen / het eiwit.
Slide 27 - Diapositive
Stap 3
Het ribosoom schuift op langs het mRNA.
Er hecht een nieuw tRNA aan mRNA. Het ribosoom koppelt het aminozuur los van het vorige tRNA en verbindt het met het nieuwe aangevoerde aminozuur.
Zo schakelen aangevoerde aminozuren aan elkaar door de mRNA-codons bepaalde volgorde.
Een nieuw tRNA met een aminozuur hecht aan het volgende mRNA-codon. In het plaatje is dat codon GGG. Het tRNA heeft het passende anticodon, CCC. Dit nieuwe tRNA brengt het nieuwe aminozuur, Gly, naar het mRNA en zo wordt de polypeptideketen langer.
Slide 28 - Diapositive
Stap 4
Het lege tRNA laat los van het ribosoom en kan een nieuw aminozuur koppelen. Het ribosoom schuift vervolgens drie nucleotiden op.
Dit proces herhaald zich en er wordt een polypeptideketen/eiwit gevormd.
Zodra een van de stopcodons afgelezen wordt bindt een ontkoppelingseiwit aan het mRNA. Hierdoor komen het polypeptideketen en het mRNA los van het ribosoom.
Het ribosoom schuift elke keer drie nucleotiden op, dit gebeurt in de 5' > 3' richting. Elke keer laat een leeg tRNA los van het ribosoom en koppelt er weer een nieuwe tRNA aan dat een nieuw aminozuur met zich meebrengt. Uiteindelijk wordt er een stopcodon bereikt, hier bindt een ontkoppelingseiwit aan het mRNA. De translatie stopt en er is een eiwit gevormd.