THEORIE + OPDRACHTEN 10.2 SOMGRAFIEK en VERSCHILGRAFIEK

Bij deze les heb je het werkblad 
SOMGRAFIEK en VERSCHILGRAFIEK nodig

(zie werkblad ook in Magister)
1 / 27
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 27 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Bij deze les heb je het werkblad 
SOMGRAFIEK en VERSCHILGRAFIEK nodig

(zie werkblad ook in Magister)

Slide 1 - Diapositive

Wat heb je geleerd?



Par. 10.1

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

LEERDOELEN
  •  Ik kan een somformule maken van twee of meer
         gegeven formules.
  •  Ik kan een verschilformule maken van twee of meer
         gegeven formules.
  •  Ik kan een somtabel bij een somformule maken.
  •  Ik kan een verschiltabel bij een verschilformule
         maken.
  •  Ik kan een somgrafiek tekenen bij een somtabel.
  •  Ik kan een verschilgrafiek tekenen bij een
         verschiltabel.
  •  Ik weet wanneer ik een somgrafiek of verschilgrafiek
         moet gebruiken.

Slide 5 - Diapositive

INSTRUCTIE somgrafiek en verschilgrafiek

Slide 6 - Diapositive

Som-en verschilformule
  • Formules met dezelfde variabelen kun je bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken.
  • Je krijgt dan een somformule of een verschilformule.
  • De grafiek bij een somformule is een somgrafiek.


      
somformule 
getallen worden 
bij elkaar opgeteld.
dezelfde variabelen
Berekent de huurprijs van
twee tenten samen

Slide 7 - Diapositive

Som-en verschilformule
  • Formules met dezelfde variabelen kun je bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken.
  • Je krijgt dan een somformule of een verschilformule.
  • De grafiek bij een verschilformule is een verschilgrafiek.


 
verschilformule 
getallen worden van 
elkaar afgetrokken.
dezelfde variabelen
Berekent het prijsverschil
 tussen de twee tenten.

Slide 8 - Diapositive

VERSCHILGRAFIEK

Slide 9 - Diapositive

VERSCHILGRAFIEK
Wat kun je in de verschilgrafiek zien?
  • In de verschilgrafiek kun je zien hoeveel euro tent 2 duurder is dan tent 1. 
  • Als het verschil 0 is zijn de tenten even duur. Dit is bij 3 weken.
  • Als het verschil positief is, is tent 2 duurder. (bij 0 weken €60 duurder)
  • Als het verschil negatief is, is tent 2 goedkoper. (bij 4 weken €20 goedkoper)
Waar de verschilgrafiek de verticale as snijdt. zijn de tenten even duur.
Tent 1 is goedkoper als je korter dan 3 weken huurt. Bij langer dan 3 weken wordt tent 2 goedkoper. 

Slide 10 - Diapositive

Zonder formules
Je kunt ook som- en verschilgrafieken bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken als ze in één assenstelsel getekend zijn.
  • Teken de verschilgrafiek 
     omzet - kosten. Je weet dan de winst. 
 



Slide 11 - Diapositive

Verschilgrafiek tekenen zonder formules
Je kunt ook som- en verschilgrafieken bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken.
  • Teken de verschilgrafiek omzet - kosten. Je weet dan de winst. 
 



De winst is een aantal dagen negatief. Wat betekent dat?
Als de winst negatief is, is er een verlies.

Slide 12 - Diapositive

Somgrafiek en verschilgrafiek
5 opgaven met deelvragen

Slide 13 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 1
a.  Je wilt weten wat de serveerster en de kok samen verdienen. Maak de somformule.

b. Hoeveel verdienen ze samen na 6 uur?

c. Teken de somgrafiek.



timer
5:00

Slide 14 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 1
a.  Je wilt weten wat de serveerster en de kok samen verdienen. Maak de somformule.

b. Hoeveel verdienen ze samen na 6 uur?

c. Teken de somgrafiek.



Slide 15 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 2
a.  Je wilt weten wat het verschil in verdiensten is. Maak de verschilformule.

b. Teken de verschil grafiek.

c. Wie verdient er meer na twee uur werken, de kok of de serveerster?

d. Beschrijf wat er met het verschil in verdiensten gebeurt.








timer
5:00

Slide 16 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 2
a.  Je wilt weten wat het verschil in verdiensten is. Maak de verschilformule.

b. Teken de verschil grafiek.

c. Wie verdient er meer na twee uur werken, de kok of de serveerster?

d. Beschrijf wat er met het verschil in verdiensten gebeurt.








Slide 17 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 3
a.  Teken op je werkblad de grafiek van de hoeveelheid water in de vijver (zonder bijvullen).

b De hoeveelheid water in de vijver kun je beschrijven met de somformule.
Schrijf de somformule voor de vijver op.

 c Teken de somgrafiek.

d Beschrijf wat er met de vijver gebeurt.








timer
5:00

Slide 18 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 3
a.  Teken op je werkblad de grafiek van de hoeveelheid water in de vijver (zonder bijvullen).

b De hoeveelheid water in de vijver kun je beschrijven met de somformule.
Schrijf de somformule voor de vijver op.

 c Teken de somgrafiek.

d Beschrijf wat er met de vijver gebeurt.








Slide 19 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 4
a. Vul de tabel in.





b. Teken de grafiek van echt alarm.

c. Heb je nu de somgrafiek of de
   verschilgrafiek getekend?



timer
5:00

Slide 20 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 4
a. Vul de tabel in.





b. Teken de grafiek van echt alarm.

c. Heb je nu de somgrafiek of de
   verschilgrafiek getekend?



Slide 21 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 5
timer
5:00

Slide 22 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 5

Slide 23 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 5
timer
5:00

Slide 24 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 5

Slide 25 - Diapositive

Maak op het werkblad 
opgave 5
timer
5:00

Slide 26 - Diapositive

Slide 27 - Diapositive