Past Simple (Negative + questions and short answers)
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1
Cette leçon contient 19 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 50 min
Éléments de cette leçon
Slide 1 - Diapositive
Slide 2 - Diapositive
Slide 3 - Diapositive
Slide 4 - Diapositive
How are you feeling? Sunny, cloudy, stormy, spring, autumn...
Slide 5 - Sondage
Schedule
- Check in
- All goals for testweek 3
- Practical information
- Grammar: The past simple (Negative & questions)
- Individual work time
- Homework!
Slide 6 - Diapositive
Goals for testweek 3
- Ik kan de verleden tijd vervoegen in het Engels
- Ik kan de verleden tijd van “be” (was/were) vervoegen.
- Ik kan uitleggen hoe ik de regelmatige werkwoorden in de verleden tijd moet vervoegen
- Ik kan uitleggen hoe ik vragen en ontkenningen maak in de verleden tijd.
- Ik kan uitleggen hoe ik “short answers” moet geven in de verleden tijd.
- Ik kan de onregelmatige werkwoorden op de juiste manier toepassen.
Slide 7 - Diapositive
Practical information
Testweek 3:
- Vocabulary: Unit 6 & Unit 7.
- Grammar: The past simple + irregular verbs
* Past simple = Positive, negative, questions + answers.
Slide 8 - Diapositive
Hoe maak je de Past Simple? (What is the rule?)
Slide 9 - Question ouverte
Hoe maak je de Past Simple?
Regel: Schrijf -ed achter de stam.
- I talk..... to Jimmy yesterday.
- We watch... the match this morning.
- Last week, they walk... towards the forest.
Het maakt niet uit of je het over I, you, we of they hebt: je schrijft altijd -ed achter de stam.
Slide 10 - Diapositive
Benoem minimaal 3 signaalwoorden van de Past Simple.
Slide 11 - Question ouverte
Wanneer gebruiken we de past simple?
- I play hockey - Present Simple
Maar hoe zeggen we dit in de verleden tijd?
- I played hockey last week. - Past Simple
Signaalwoorden:
yesterday, last week, last year,
three days ago, a long time ago, in 1989, etc.
I played football three days ago.
- A long time ago, I visited my grandmother.
- I wanted to meet him yesterday.
Slide 12 - Diapositive
Take notes: Ontkenningen maken in de verleden tijd.
Als je een hulpwerkwoord hebt: could, was/ were: dan zet je deze vooraan bij vraagzinnen en zet je NOT erachter bij ontkenningen.
Bijvoorbeeld:
We were at school yesterday. (positive + )
Were we at school yesterday? (Question ? )
We weren’t at school yesterday. (negative - )
Slide 13 - Diapositive
Take notes: Vraagzinnen in de verleden tijd.
Bij alle andere werkwoorden begin je de vraag met DID + helewerkwoord en maak je de ontkenning met DIDN’T + hele werkwoord. Let op! Het werkwoord verandert dan weer in de tegenwoordige tijd!
Bijv: I saw her yesterday > Did I see her yesterday?
I walked to school yesterday > I didn’t walk to school yesterda
Slide 14 - Diapositive
Workbook
Grammar exercises: page 80 + 82
timer
15:00
Slide 15 - Diapositive
What were the lesson aims of today?
Slide 16 - Question ouverte
Homework
WB p. 80 + 82
WB p. 87, 88, 89
Slide 17 - Diapositive
Thank you for participating!
See you next week!
Slide 18 - Diapositive
Practice test
You have 15 minutes to do the test.
Goodluck!
After the test you can check your neighbours answers.