6 mrt - zinsdeelzinnen

Grammatica
Zinsdeelzinnen
1 / 15
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Grammatica
Zinsdeelzinnen

Slide 1 - Diapositive

  • Je weet wat een zinsdeelzin is.
  • Je kunt in een samengestelde zin de verschillende zinsdeelzinnen benoemen.
Lesdoelen

Slide 2 - Diapositive

Zinsdeelzinnen
Als een samengestelde zin bestaat uit een hoofdzin en een bijzin,  heeft de bijzin een bepaalde functie in de hoofdzin: dat noem je een zinsdeelzin. De vier belangrijkste zinsdeelzinnen zijn:
  • onderwerpszin (ow-zin)
  • lijdendvoorwerpszin (lv-zin)
  • meewerkendvoorwerpszin (mv-zin)
  • bijwoordelijkebepalingszin (bwb-zin), ook wel bijwoordelijke bijzin

Slide 3 - Diapositive

Stappenplan zinsdeelzinnen

1. Bepaal wat de hoofdzin is door de zin vragend te maken: de hoofdzin komt dan vooraan te staan.
2. Geef het begin en het einde van de bijzin aan.
3. Vervang de bijzin door één woord(groep).
4. Ontleed de hoofdzin en stel vast welk zinsdeel dit woord is.
5. De bijzin is hetzelfde zinsdeel als de ingevulde woordgroep. 

Slide 4 - Diapositive

Stappenplan zinsdeelzinnen
Een zinsdeel is pas een zinsdeelzin als er een persoonsvorm in staat. 
1. Als er geen dijken zijn, zou meer dan de helft van Nederland onder water staan. 
2. (Als er geen dijken zijn), zou meer dan de helft van van Nederland onder water staan.
                 bijzin                                                               hoofdzin
3. Zonder dijken zou meer dan de helft van Nederland onder water staan.
4. pv = zou 
    ow = meer dan de helft van Nederland
    wg = zou staan
    bwb = zonder dijken, onder water
5. Dus: 'Als er geen dijken zijn' = bwb-zin

Slide 5 - Diapositive

Stappenplan zinsdeelzinnen
Een zinsdeel is pas een zinsdeelzin als er een persoonsvorm in staat. 
1. Gisteren bekende Melanie ons dat ze bij ZARA iets gestolen had.

2. Gisteren bekende Melanie ons / dat ze bij ZARA iets gestolen had.
                 hoofdzin                                               bijzin
3. Gisteren bekende Melanie ons haar diefstal bij ZARA.
4. pv = bekende
    ow = Melanie
    wg = bekende
    lv = haar diefstal bij Zara
5. Dus: 'Dat ze bij Zara iets gestolen had' = lv-zin

Slide 6 - Diapositive

Bepaal de zinsdeelzin, kies uit:
ow-zin, lv-zin, mv-zin, bwb-zin.

De zanger beloofde dat zijn tour door Amerika
ditmaal zou doorgaan.
timer
2:00

Slide 7 - Question ouverte

Wat is de hoofdzin in onderstaande zin?

Omdat hij alleen plankton eet, vormt de reuzenhaai geen gevaar voor de mens.

Slide 8 - Question ouverte

Wat is de hoofdzin in onderstaande zin?

De NS gaat treinen renoveren, zodat ze weer een paar jaar meekunnen.

Slide 9 - Question ouverte

Wat is de hoofdzin in onderstaande zin?

In de krant stond dat de renovatie van de Notre Dame in Parijs gestart is.

Slide 10 - Question ouverte

(Wie de pubquiz wint), ontvangt een snackpakket.
A
hoofdzin
B
ow-zin
C
lv-zin
D
mv-zin

Slide 11 - Quiz

Je moet de huid niet verkopen (voordat de beer geschoten is).
A
hoofdzin
B
bwb-zin
C
lv-zin
D
mv-zin

Slide 12 - Quiz

(Aan iedereen die het wilde zien), showde Mart zijn nieuwe telefoon.
A
hoofdzin
B
bwb-zin
C
lv-zin
D
mv-zin

Slide 13 - Quiz

Frida heb ik verteld (dat zij een regenjas moet meenemen).
A
hoofdzin
B
bwb-zin
C
lv-zin
D
mv-zin

Slide 14 - Quiz

Aan de slag! 
Opdracht 1 t/m 5 (blz. 226-227)

Slide 15 - Diapositive