Onderdeel 3 Cursus 5 Paragraaf 3: Lidwoord en zelfstandig naamwoord

Onderdeel 3 Cursus 5
Paragraaf 3 lidwoord en zelfstandig naamwoord
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Onderdeel 3 Cursus 5
Paragraaf 3 lidwoord en zelfstandig naamwoord

Slide 1 - Diapositive

Start van de les!
Bij de start van de les heb je op tafel:
- Je boek Nieuw Nederlands (blz. 202 en 203)
- Je schrift 
- Je pen/etui


timer
1:30

Slide 2 - Diapositive

Doelstellingen:
  • Je leert lidwoorden en zelfstandige naamwoorden herkennen.

Slide 3 - Diapositive

Wat is een lidwoord?

Slide 4 - Question ouverte

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Slide 5 - Question ouverte

Lidwoorden
– De agent glimlacht

In deze zin staan naast een werkwoord nog twee woordsoorten: een lidwoord (De) en een zelfstandig naamwoord (agent).

Er zijn drie lidwoorden (lw): de, het en een
Een lidwoord hoort altijd bij een zelfstandig naamwoord: de prijs – een prijs. 
Soms staat tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord nog een ander woord:
de lage prijs.

Slide 6 - Diapositive

Zelfstandig naamwoord
Een zelfstandig naamwoord (zn) is een woord voor een mens, dier, plant of ding.
Bijvoorbeeld: buurvrouw, schildpad, gras, telefoon.

naam is ook een zelfstandig naamwoord: Tim, Schuurmans, Flipper, Trias College, Nijmegen, Rijn.

Zo herken je een zelfstandig naamwoord:
  • Een zelfstandig naamwoord heeft meestal een enkelvoud en een meervoud (vriend – vrienden).
  • Je kunt er vaak een verkleinwoord van maken (vriend – vriendje).
  • Je kunt er meestal een lidwoord voor zetten (de vriend, een vriendschap).




Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Lien

Wat is hier het zelfstandig naamwoord?
A
Dollar
B
een
C
verdrietig
D
verdienen

Slide 9 - Quiz

Wat is hier het zelfstandig naamwoord?
A
Hans
B
heeft
C
kerstboom
D
versierd

Slide 10 - Quiz

Welke woorden kun je een lidwoord (de, het of een) voorzetten?
In 1903 was Ford de eerste autofabriek op de wereld.

Slide 11 - Question ouverte

Welke woorden kun je een lidwoord (de, het of een) voorzetten?
De holocaust is een moeilijk woord voor het uitroeien van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Slide 12 - Question ouverte

Welke woorden kun je een lidwoord (de, het of een) voorzetten?
Volgens Apple verkopen zij jaarlijks 200 miljoen iphones.

Slide 13 - Question ouverte

Taylor Swift staat met haar nieuwe hit op nummer een in de lijst?
een is.....
A
een lidwoord
B
geen lidwoord

Slide 14 - Quiz

Roman krijgt een Playstation voor zijnverjaardag?
een is.....
A
een lidwoord
B
geen lidwoord

Slide 15 - Quiz

Aan de slag!
Boek: opdracht 1 t/m 7 (blz. 202 en 203)

Niet af? Dan is het huiswerk!

Ben je klaar? Kom voor extra oefenbladen!


timer
20:00

Slide 16 - Diapositive

Volgende les
  • Huiswerk controleren
  • Herhaling theorie
  • Nakijken opdracht 1 t/m 7

Slide 17 - Diapositive

Noem de drie lidwoorden?

Slide 18 - Question ouverte

Hoe kun je een zelfstandig naamwoord herkennen?

Slide 19 - Question ouverte

Vond je deze paragraaf moeilijk of makkelijk?
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Sondage

Waarom vind je dat?

Slide 21 - Question ouverte

Vragen?

Slide 22 - Question ouverte