Cette leçon contient 25 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.
Éléments de cette leçon
Cellen van de niet-specifieke immuniteit
Slide 1 - Diapositive
Macrofagen
Lees in het boek p. 222 het onderdeeltje "macrofagen".
Slide 2 - Diapositive
Slide 3 - Vidéo
Waar komen macrofagen voor?
Slide 4 - Question ouverte
Wat zijn de juiste functies van macrofagen?
A
Het produceren van antilichamen
B
Vrijstellen cytokines
C
Opruimen pathogenen
D
Herkennen van pathogenen
Slide 5 - Quiz
Sleep het juiste eiwit naar de juiste functie.
Presentatie intracellulaire antigenen
Presentatie extracellulaire pathogenen
MHC II eiwit
MHC I eiwit
Slide 6 - Question de remorquage
Het aanbieden van de antigenen op et celmembraan van de macrofagen voor het informeren van de lymfocyten noemen we:
Slide 7 - Question ouverte
Neutrofielen
Lees in het boek p. 222 het onderdeeltje "Neutrofielen".
Slide 8 - Diapositive
Waar komen neutrofielen voor?
Slide 9 - Question ouverte
Wat is het verschil bij de fagocytose tussen macrofagen en neutrofielen?
Slide 10 - Question ouverte
Geef de twee functies van een neutrofiel.
Slide 11 - Question ouverte
Immuunreactie van een neutrofiel
Neutrofielen kunnen een NET (Neutrophile Extracellular Trap) vormen. Daarbij stoot de cel een netwerk van chromatinedraden bedekt met eiwitafbrekende enzymen uit. De enzymen breken de gevangen pathogenen af, terwijl het chromatinenetwerk zorgt voor een fysische barrière die verdere verspreiding voorkomt.
Op de afbeelding zie je de verschillende immuunreacties van een neutrofiel.
Slide 12 - Diapositive
Dendritische cel
Lees in het boek p. 223 het onderdeeltje "Dendritische cel".
Slide 13 - Diapositive
Waar komt de dendritische cel voor?
Slide 14 - Question ouverte
Sleep het juiste eiwit naar de juiste functie.
Presentatie intracellulaire antigenen
Presentatie extracellulaire pathogenen
MHC II eiwit
MHC I eiwit
Slide 15 - Question de remorquage
Dendritische cellen zijn:
A
Lymfocyten
B
Granulocyten
C
Fagocyten
D
Trombocyten
Slide 16 - Quiz
Natural Killer cellen
Slide 17 - Diapositive
Hoe doden NK-cellen hun doelwitcellen?
A
Door fagocytose, net als macrofagen
B
Door cytokines vrij te laten, waardoor de cel in apoptose gaat
C
Door de cel te omringen
D
Door ze te markeren voor de granulocyten
Slide 18 - Quiz
NK-cellen moeten eerst een specifiek antigeen herkennen voordat ze een cel kunnen doden.
A
Waar
B
Niet-Waar
Slide 19 - Quiz
Extra oefeningen
Slide 20 - Diapositive
Welke van de volgende cel(len) is/zijn niet in staat om antigenen te presenteren aan andere immuuncellen?
A
Macrofaag
B
Dendritische cel
C
Neutrofiel
Slide 21 - Quiz
Fagocytose en antigenpresentatie
Snelle respons bij infecties, fagocytose en granule-afgifte
Antigenpresentatie en migratie naar lymfeknopen
Herkennen en vernietigen van cellen met weinig MHC-I
Neutrofiel
Dendritische cel
Macrofaag
Natural Killer cel
Slide 22 - Question de remorquage
Welke cel herkent en vernietigt geïnfecteerde of kankercellen zonder dat ze eerst een specifiek antigeen moeten herkennen?
A
Neutrofiel
B
Natural Killer cel
C
Macrofaag
D
Dendritische cel
Slide 23 - Quiz
Welke van de volgende beweringen over neutrofielen zijn/is niet juist?
A
Ze worden snel gerekruteerd naar ontstekingshaarden
B
Ze kunnen schadelijk zijn voor het lichaam als ze in grote aantallen aanwezig zijn en veel weefselschade veroorzaken.
C
Ze kunnen ziekteverwekkers vernietigen via fagocytose en granule-afgifte