Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
Éléments de cette leçon
Instaptoets werkwoordspelling
Succes!
Slide 1 - Diapositive
Hoe werkt het?
Als je meer dan 1 antwoord moet invullen, doe dat dan als volgt: werkwoord 1, werkwoord 2
voorbeeld: liep, gegeten
Slide 2 - Diapositive
Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Slide 3 - Diapositive
Ik (vinden) .................................................................. het belachelijk dat de scheidsrechter onze club (benadelen)...........
Slide 4 - Question ouverte
(Worden) …………………. je daar zelf niet ongerust van?
Slide 5 - Question ouverte
De goochelaar (bekennen) ........................... dat hij het publiek altijd met allerlei gebaren (misleiden)………………….......................
Slide 6 - Question ouverte
Persoonsvorm verleden tijd
Slide 7 - Diapositive
Terwijl jij je gisteren na gym als een gek (omkleden) ...................., (spoeden) .......... de rest van de klas zich al naar wiskunde.
Slide 8 - Question ouverte
De scheidsrechter (fluiten) …………… toen de voetballers hun ongenoegen hardop (uiten) ……………………
Slide 9 - Question ouverte
Het (verbazen) …………………. ons dat hij zich toen zo (misdragen) ……………………
Slide 10 - Question ouverte
Noteer de juiste spelling. Als zowel pvtt als pvvt kan, kies dan pvtt
Slide 11 - Diapositive
Sinds zij van haar tante een som geld heeft (erven) ............., (spenderen) ................... ze het aan onzinnige zaken.
Slide 12 - Question ouverte
Zo (verwennen) ...................... zij zichzelf gisteren nog met een dure jas van (verven) .................... bont.
Slide 13 - Question ouverte
Direct na haar aankoop (doen) ....................... de vrouw zich tegoed aan een vers(bereiden) .................... maaltijd.
Slide 14 - Question ouverte
De vrouw had spijt dat ze zich had (volproppen) ...................... : ze paste niet meer in ‘de zojuist (aanschaffen) ........................ galajurk.