Qu'est-ce que LessonUp
Rechercher
Canaux
Connectez-vous
S'inscrire
‹
Revenir à la recherche
Unit 5.5 Past simple -/?
Unit 5.4 and 5.5
1 / 15
suivant
Slide 1:
Diapositive
Engels
Middelbare school
vmbo t, havo
Leerjaar 1
Cette leçon contient
15 diapositives
, avec
diapositives de texte
.
La durée de la leçon est:
60 min
Commencer la leçon
Partager
Imprimer la leçon
Éléments de cette leçon
Unit 5.4 and 5.5
Slide 1 - Diapositive
Past simple
Slide 2 - Diapositive
Past Simple
Je gebruikt de Past Simple als iets gebeurd is in de verleden tijd en ook beëindigd is.
Wij noemen de Past Simple de Verleden Tijd.
Slide 3 - Diapositive
What did you do yesterday?
Slide 4 - Diapositive
Past Simple - Signaalwoorden
In de zin staan vaak een
tijdsbepaling van verleden tijd
.
yesterday
last week
ten minutes ago
in 2007
this morning
Slide 5 - Diapositive
Past simple (regular verbs)
Bij
regelmatige werkwoorden
maak je de verleden tijd als volgt:
Zet
-ed
achter de stam van het werkwoord.
Bijvoorbeeld:I work
ed
/they laugh
ed
/she walk
ed
Slide 6 - Diapositive
Past Simple - regular verbs
Een regulier werkwoord krijgt in de verleden tijd
-ed
work-worked
play - played
cook - cooked
Slide 7 - Diapositive
Past simple (regular verbs)
LET OP: soms verandert de spelling van het werkwoord!
Slide 8 - Diapositive
Past simple (regular verbs)
Als het werkwoord al eindigt op een -e-, dan plak je er alleen een -d achter.
Bijvoorbeeld
Bake
(=bakken)>>
he bake
d
a pie
.
Slide 9 - Diapositive
Past simple (regular verbs)
1) bij korte werkwoorden, zoals stop, plan, slip, etc..
Bijvoorbeeld:
She stop
ped
in front of the bus.
(dubbel P)
They plan
ned
the whole trip.
(dubbel N)
Slide 10 - Diapositive
Past simple (regular verbs)
2) bij werkwoorden die eindigen op -y
,met een medeklinker voorafgaand, zoals try, study, tidy,
Bijvoorbeeld:
She tr
i
ed
to make her homework.
We tid
ied
our rooms.
Slide 11 - Diapositive
Ontkennend / Vragend
Als in het verleden iets gebeurt, gebruik je de past simple
The past simple eindigt vaak op -ed.
Bevestigend
Ontkennend
Vragend
I played
You played
He/she/it played
We played
They played
You played
I
did
not
play
You
did
not
play
He/she/it
did
not
play
We
did
not
play
They
did
not
play
You
did
not
play
Did
I play?
Did
you play?
Did
he/she/it play?
Did
we play?
Did
they play?
Did
you play?
Slide 12 - Diapositive
Past Simple met '
to
be'
Hoe maak je de Past Simple met
'to be'?
EX: He was at school this morning.
I, He, She, It
was
You, they, we
Were
Slide 13 - Diapositive
To be
tegenwoordige tijd:
verleden
tijd
ik ben I am
I
was
jij bent you are you
were
hij/ zij/ het is he /she/ it is he/ she/ it
was
wij zijn we are we
were
jullie zijn you are you
were
zij (mv) zijn they are they
were
Slide 14 - Diapositive
Past simple 'to be'
Slide 15 - Diapositive
Plus de leçons comme celle-ci
Past Simple vs. Present Perfect
June 2022
- Leçon avec
38 diapositives
Engels
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Present Simple, Past Simple, Present Continuous, Past Continuous, Present Perfect
June 2022
- Leçon avec
52 diapositives
Engels
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Past simple (regular verbs + to be)
May 2023
- Leçon avec
18 diapositives
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1,2
Past simple - Regular verbs & to be/can
May 2023
- Leçon avec
27 diapositives
Engels
Middelbare school
vmbo k, g, t, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1,2
Lesson 49
July 2022
- Leçon avec
27 diapositives
Engels
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1
Past simple
October 2023
- Leçon avec
27 diapositives
Engels
Middelbare school
vmbo b, k, g
Leerjaar 2
was & were + gewone past simple 1KGT
June 2021
- Leçon avec
18 diapositives
Engels
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
Marktet Leader elementary unit 6
January 2022
- Leçon avec
36 diapositives
Retail
MBO
Studiejaar 1