H3.3 Serie en Parallel

§3.3 Schakelingen
2 kader
Schakelingen tekenen, serieschakeling en parallelschakeling
1 / 31
suivant
Slide 1: Diapositive
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

Cette leçon contient 31 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

§3.3 Schakelingen
2 kader
Schakelingen tekenen, serieschakeling en parallelschakeling

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Zet het juiste symbool erachter!

Slide 3 - Question de remorquage

Schakelschema's tekenen:
  • Teken met potlood en liniaal
  • Alleen rechte hoeken (geen bochten in draden)
  • Geen symbolen op hoeken
  • Gebruik de afgesproken symbolen

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Vidéo

Maak een schakelschema waarbij je een lampje aansluit op een batterij.

Slide 6 - Question de remorquage

Slide 7 - Diapositive

Serie- en parallelschakeling:
Serieschakeling:
  • 1 stroomkring
  • 1 lampje uit > alles uit
  • Stroom overal gelijk
Parallelschakeling:
  • meerdere stroomkringen
  • 1 lampje uit > rest blijft aan
  • Stroom wordt verdeeld over de vertakkingen

Slide 8 - Diapositive

7. Wat voor schakelingen zijn dit?
A
A = parallelschakeling B = serieschakeling,
B
A = serieschakeling B = parallelschakeling
C
A & B zijn serieschakelingen
D
A & B zijn parallelschakelingen

Slide 9 - Quiz

Maak een schakelschema  van een serieschakeling
met 2 lampjes die aangesloten zijn op één batterij.

Slide 10 - Question de remorquage

Maak een schakelschema van een serieschakeling
met 2 lampjes die aangesloten zijn op één batterij.

Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Diapositive

Maak een schakelschema  van een parallelschakeling
met 2 lampjes die aangesloten zijn op één batterij.

Slide 13 - Question de remorquage

Maak een schakelschema van een parallelschakeling
met 2 lampjes die aangesloten zijn op één batterij.

Slide 14 - Diapositive

Hoe noemt het volgende symbool:
A
schakelaar
B
Voltmeter
C
Amperemeter
D
Lamp

Slide 15 - Quiz

Wat betekent dit symbool?
A
Ampèremeter
B
Voltmeter
C
Motor
D
LED

Slide 16 - Quiz


A
3. voltmeter & 4. amperemeter
B
3. voltmeter & 4. aanschakelaar
C
3. drukschakelaar & 4. amperemeter
D
3. drukschakelaar 4. aanschakelaar

Slide 17 - Quiz

Dit symbool betekend?
A
Accu
B
voltmeter
C
Batterij
D
stopcontact

Slide 18 - Quiz

Is dit een parallelschakeling of een serieschakeling?
A
Parallelschakeling
B
Serieschakeling

Slide 19 - Quiz

Is dit een parallelschakeling of een serieschakeling?
A
Parellelschakeling
B
Serieschakeling

Slide 20 - Quiz

Is het een serieschakeling
of een parallelschakeling?
A
Serie
B
parallel

Slide 21 - Quiz

Op de afbeelding
zie je een
A
Serieschakeling
B
Parallelschakeling

Slide 22 - Quiz

Welke schakeling heeft meerdere takken?
A
parallelschakeling
B
serieschakeling

Slide 23 - Quiz

een serieschakeling is een ... stroomkring
A
vertakte
B
onvertakte

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Diapositive

Brandt de lamp in de wisselschakeling?
A
JA
B
NEE

Slide 26 - Quiz

Welke 3 schakelingen zijn er?
A
parallelschakeling
B
stroomschakeling
C
wisselschakeling
D
serieschakeling

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Diapositive

Teken op papier en maak hier een foto van...
Een schakeling waarbij je 2 lampjes parallel schakelt, gebruik als spanningsbron een batterij. Beide lampjes moeten met 1 schakelaar aan/uit gezet kunnen worden.

Slide 29 - Question ouverte

Slide 30 - Diapositive

Kijk goed op de studiewijzer!!!
- filmpjes met uitleg
- online proeven
- volgende week alles t/m §3.4 af !!!

Slide 31 - Diapositive