Beweging

 Beweging
1 / 32
suivant
Slide 1: Diapositive
KunstbeschouwingSecundair onderwijs

Cette leçon contient 32 diapositives, avec diapositives de texte et 2 vidéos.

Éléments de cette leçon

 Beweging

Slide 1 - Diapositive

Soorten beweging
1. Statische/dynamische kunst
2. Composities
3. Symmetrie/asymmetrie
4. Renaissance/Barok

Slide 2 - Diapositive

1. Statische/dynamische kunst

Slide 3 - Diapositive

Statische kunst
Statische kunst

Slide 4 - Diapositive

Dynamische kunst
 Dynamische kunst

Slide 5 - Diapositive

2. Soorten composities
  • Driehoekscompositie
  • Diagonale compositie 
  • Verticale compositie 
  • Horizontale compositie 
  • Overall compositie  

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

3. Symmetrie/Assymmetrie
Symmetrische compositie: de massa wordt in gelijke delen verdeeld door een denkbeeldige verticale en/of horizontale as. Je ziet de ene helft van de compositie dan gespiegeld in de andere helft.

Asymmetrische compositie: er is geen evenredige verdeling van de massa. Het midden van het beeld kan op geen enkele manier worden verdeeld in twee gelijke delen.

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

4. Barok/Renaissance
Renaissance = Omstreeks 1500 streefden kunstenaars in de renaissance ernaar om een harmonieus beeld weer te geven dat evenwichtig en symmetrisch is opgebouwd. Dat geeft rustige statische beelden. 

Barok = De barok legt de nadruk op de emoties, die een gebeurtenis dramatisch maken. Figuren worden in de hevigheid van een beweging afgebeeld, alsof er op de pauzeknop is gedrukt. Dat resulteert in een dynamische momentopname

Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Diapositive

2. illusie van beweging
Al heel lang proberen tekenaars, schilders en beeldhouwers de illusie van beweging op een tweedimensionaal of driedimensionaal vlak te creëren. 

Slide 14 - Diapositive

Slide 15 - Diapositive

Futurisme 
Het futurisme is een stroming die in 1909 ontstond in Italië en de toenmalige nieuwe moderne wereld weerspiegelde. De futurist gaat de beweging analyseren in een aaneenschakeling van momentopnames die hij combineert in één beeld. Kenmerkend is de schoonheid van ritme, energie en snelheid. Umberto Boccioni (1882-1916) was de leider van de Italiaanse futuristen, die tijdens zijn korte leven het kleurrijke dynamisme van de nieuwe moderne wereld wist te vangen in zijn schilderijen en sculpturen.

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Diapositive

Zoöpraxiscoop 
Gemaakt door Muybridge 
Machine kon hij stilstaande beelden snel na elkaar projecteren. op die manier creëerde Muybridge een korte film van onder andere een galopperende paard. 

= de eerste filmprojector 

Slide 20 - Diapositive

5. Beweging op de planken 
Een kunstdiscipline waar beweging essentieel is, is dans!

• Welke dansstijlen ken je?
• Wie danst zelf? Zo ja, welke stijl of vorm?
• Is dans een kunstvorm? Waarom wel/niet?
• Is dans ook een sport? Of net niet?



Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Vidéo

Universal Tongue - Anouck Kruithof - Vooruit Gent
• Welke verschillende soorten dans merk je op?
• Op welke manier gebruiken de dansers de ruimte?
• Op welke manier gebruikt de kunstenares de ruimte?

Slide 23 - Diapositive

Choreografie 
Wie - wat - hoe 
We kijken naar een fragment. Lees alvast de vragen bij opdracht 18. 

Slide 24 - Diapositive

Slide 25 - Lien

Ballet
Een van de oudste en bekendste vormen van dans is het ballet, dat in de 15e eeuw in Italië ontstond. Het woord ballet is trouwens afgeleid van het Italiaanse woord ballo, wat ‘dans’ betekent. Als statige, elegante hofdans was het de manier om te laten zien dat je welopgevoed, beschaafd en voornaam was.

Slide 26 - Diapositive

° Ballet
In de 17e eeuw ontwikkelde zich onder de Franse koning Lodewijk XIV het klassieke ballet. De danstechniek die toen werd vastgelegd vormt nog altijd de basis van het hedendaagse ballet.
Veel beroemde sprookjesballetten ontstonden in de 19e eeuw, de periode van de romantiek, waarin o.a. de verbeelding en de emotie een belangrijke plaats kregen. Het gevoelsleven stond centraal als reactie tegen het rationalisme. De mens voelde zich niet langer thuis in de wereld en trachtte eraan te ontsnappen. Een balletvoorstelling vormde een ideale vlucht.

Slide 27 - Diapositive

Het klassieke ballet wil het verhaal verheffen tot een ander niveau. Door hun gevoelens uit te drukken, romantiseren de dansers de expressie van het verhaal. Dat combineren ze met beheerste lichaamsbewegingen die bepaald worden door strenge vormelijke regels.

Het klassieke ballet vereist een uitdagende techniek met aandacht voor de positie van de tenen, de houding van de romp, de stand van het hoofd, de gecontroleerde lijn of pose van de armen en de manier van draaien. De balletdanser moet oog hebben voor elk detail van de lichaamsbeheersing, zoals de
houding van de vingers in het verlengde van de armbeweging. 

Slide 28 - Diapositive

Romeo en Julia
De componist Sergei Prokofiev (1891-1953) componeerde in 1935 de balletmuziek Romeo en Julia naar het beroemde theaterstuk van William Shakespeare. 

Na een uitvoering van slechts enkele suites in 1938 in Brno, Tsechië, vond in 1940 de première van het volledige stuk plaats in Leningrad (Sint-Petersburg). 

Slide 29 - Diapositive

Leonid Lavrorsky tekende voor de choreografie en veranderde zelfs, tot grote ergernis van Prokofiev,
stukjes van de partituur om de muziek beter af te stemmen op de bewegingen van de balletdansers.

Andere grote choreografen creëerden hun eigen producties op de muziek van Romeo en Julia, zoals
Rudolf Nureyev in 1977 en Jean-Christophe Maillot in 1996.

Slide 30 - Diapositive

Slide 31 - Vidéo

Slide 32 - Lien