14.3-1 Gezichtszintuig V5 2223

1 / 36
suivant
Slide 1: Vidéo
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

Cette leçon contient 36 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 4 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Vidéo

Slide 2 - Vidéo

Slide 3 - Vidéo

Dus, hoe ziet de rust toestand van de celmembraan van een haarcel in het slakkenhuis eruit?
A
binnen positief geladen, buiten negatief
B
binnen negatief geladen, buiten positief
C
neutraal binnen en buiten, het is immers 'rust' toestand
D
beide positief geladen door de Na / K ionen

Slide 4 - Quiz

Instroom van welk ion leidt tot instroom van Ca2+ (en daarna dus afgifte van neurotransmitter) in haarcellen? Welk ion is dat bij de andere zenuw- en zintuigcellen?
A
Na+ in haarcellen; K+ in andere cellen
B
K+ in haarcellen; Na+ in andere cellen
C
Ca+ in haarcellen; Na+ in andere cellen
D
Cl- in haarcellen; Ca2+ in andere cellen

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Diapositive

Waardoor kan je in een drukke omgeving toch nog iemand verstaan, hoewel het geluid van zijn/haar stem niet harder is dan het omgevingsgeluid?
A
Omdat de thalamus werkt als een filter voor achtergrondruis
B
Omdat de grote hersenen je laten concentreren op één stem
C
Omdat het basilair membraan sommige frequenties minder doorlaat
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 7 - Quiz

Opdracht - Oor

1. Beschrijf de impulsweg van het geluid vanaf de gehoorgang t/m de registratie van het geluid in de hersenen met een pijlendiagram.
2. Leg uit, m.b.v. de bouw van het slakkenhuis, het ontstaan van impulsen in dit deel. (dus omschrijf het depolarisatieproces in de gehoorzintuigcel).
3. Beschrijf waarom ouderen hoge tonen niet meer kunnen horen.

Slide 8 - Diapositive

1. impulsweg vanaf oor
1. Geluid—gehoorgang—trommelvlies—hamer—aanbeeld—stijgbeugel-ovale venster-endolymf wordt in trilling gebracht-orgaan van Corti met zintuigcellen-haartjeverbuigen-natriumpoortenopenen-depolarisatie-impuls gaat via de gehoorzenuw naar het auditief centrum in de hersenen 

3 punten

Slide 9 - Diapositive

2. impuls 
Natriumpoorten openen -depolarisatie-impuls gaat via de gehoorzenuw. Boven op de haarcellen ligt de membrana tectoria, een relatief onbeweeglijk dekvlies dat op de haren rust. De top van elke haarcel heeft stereocilia, die de membrana tectoria raken. Bij beweging van de basilaire membraan ten opzichte van de membrana tectoria worden de trilharen omgebogen, waardoor een receptorpotentiaal wordt opgewekt. (Kalium instroom)
Opwaartse beweging van het basilaire membraan veroorzaakt depolarisatie van de haarcellen, terwijl neerwaartse beweging hyperpolariserend werkt.

Slide 10 - Diapositive

Slide 11 - Diapositive

3. 
Hoge tonen worden in het begin van het slakkenhuis waargenomen. Deze staat via het ovale venster heel je leven onder grote druk. Zeker bij harde geluiden. De haartjes van de Corti zijn verbogen wanneer je ouder bent en daarom kun je die tonen niet goed meer horen op oudere leeftijd.
2 punten

Slide 12 - Diapositive

14.3 Gezichts               zintuig
      Hoe werkt een bril?

Slide 13 - Diapositive

Inhoud hoofdstuk
14.1 Zintuigcellen (plus evenwichtszintuig)
14.2 Gehoorzintuig
14.3 Gezichtszintuig
14.4 Netvlies en de hersenen
14.5 Zintuigen en regeling

Slide 14 - Diapositive

Doel 14.3
Je leert de bouw van het oog met de verschillende onderdelen
Je leert hoe het oog de hoeveelheid binnenvallend licht regelt
Je leert hoe je je oog scherpstelt op voorwerpen dichtbij of veraf en hoe een bril afwijkingen kan corrigeren



Slide 15 - Diapositive

Slide 16 - Diapositive

De pupilreflex

Slide 17 - Diapositive

De pupilreflex

Slide 18 - Diapositive

De pupilreflex loopt via
A
het ruggenmerg
B
de hersenstam
C
de grote hersenen
D
de kleine hersenen

Slide 19 - Quiz

De lens

Slide 20 - Diapositive

Accomoderen = scherpstellen

Accomoderen doe je door de bolheid van de lens aan te passen aan de afstand van het voorwerp.

De bolheid van je lens pas je aan met het straalvormig lichaam en de lensbandjes.

Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Diapositive

Slide 23 - Vidéo

Accomoderen = scherpstellen

Accomoderen doe je door de bolheid van de lens aan te passen aan de afstand van het voorwerp.

Straalvormig lichaam ontspannen -> lensbandjes strak
-> lens plat -> veraf zien
Straalvormig lichaam gespannen -> lensbandjes los -> lens bol -> dichtbij zien

Slide 24 - Diapositive

Accomoderen

Slide 25 - Diapositive

Als ik naar buiten kijk en daarna naar binnen op mijn computerscherm dan
A
Ontspannen de spieren van het straalvormig lichaam en wordt de lens plat
B
Ontspannen de spieren van het straalvormig lichaam en wordt de lens bol
C
Spannen de spieren van het straalvormig lichaam aan en wordt de lens plat
D
Spannen de spieren van het straalvormig lichaam aan en wordt de lens bol

Slide 26 - Quiz

Lens - verziend
Verziend: beeld scherp áchter je 
netvlies.
Je kunt dichtbij niet scherp zien, 
je lens is niet bol genoeg of
je oog is te kort.
Je hebt een bolle lens/ + brillenglas nodig.
Convergerende lens

Slide 27 - Diapositive

Lens - bijziend
Bijziend: beeld scherp vóór je 
netvlies.
Je kunt veraf niet scherp zien, 
je lens is niet plat genoeg of
je oog is te lang.
Je hebt een holle lens/ - brillenglas nodig.
Divergerende lens 

Slide 28 - Diapositive

Lens - oudziend
Oudziend: de lens is niet flexibel genoeg meer en wordt niet bol genoeg meer om goed dichtbij de zien. 
Dan heb je een leesbril nodig.

Iemand die bijziend is kan dus op latere leeftijd tóch een leesbril nodig hebben.

Slide 29 - Diapositive

Iemand met een multifocale bril...
A
heeft min glazen voor verziendheid en plus voor oudziendheid
B
heeft min glazen voor bijziendheid en plus voor oudziendheid
C
heeft plus glazen voor verziendheid en min voor oudziendheid
D
heeft min glazen voor bijziendheid en min voor oudziendheid

Slide 30 - Quiz

Netvlies
Plaats waar de lichtgevoelige
zintuigcellen zitten, 
aan de achterkant van je 
oogbol.

Slide 31 - Diapositive

Blinde vlek
Op de plek waar de 
oogzenuw en de
bloedvaten het oog
binnenkomen/ uitgaan
zitten geen zintuigcellen. Hier kun je dus geen licht
opvangen.

Slide 32 - Diapositive

Doel 14.3
Je hebt de bouw van het oog met de verschillende onderdelen geleerd
Je hebt geleerd hoe het oog de hoeveelheid binnenvallend licht regelt
Je hebt geleerd hoe je je oog scherpstelt op voorwerpen dichtbij of veraf en hoe een bril afwijkingen kan corrigeren



Slide 33 - Diapositive

BINAS 14.3
BINAS 87C Oog

Slide 34 - Diapositive

Begrippen 14.3
netvlies, hoornvlies, ooglens, kamervocht, glasachtig lichaam, vaatvlies, harde oogrok, pupil, iris, pupilreflex, pigmentcellen, netvlies, oogspieren, oogzenuw, blinde vlek, straalvormig lichaam, oudziend, accomoderen, verziend, bijziend, divergeren, convergeren

Slide 35 - Diapositive

Huiswerk
14.3 opdracht 1, 4, 5

Slide 36 - Diapositive