Vragende, ontkennende zinnen en irregular verbs

Is the use correct or false?
He doesn't likes school.
A
Correct
B
False
1 / 12
suivant
Slide 1: Quiz
EngelsMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 12 diapositives, avec quiz interactifs.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

Is the use correct or false?
He doesn't likes school.
A
Correct
B
False

Slide 1 - Quiz

Is the use correct or false?
I didn't go to school on Monday.
A
Correct
B
False

Slide 2 - Quiz

Is the use correct or false?
I go to work every Sunday.
A
Correct
B
False

Slide 3 - Quiz

Is the use correct or false?
I likes to do my homework.
A
Correct
B
False

Slide 4 - Quiz

Zet de volgende zin om in een vraag zin.
I make dinner for my family every day.

Slide 5 - Question ouverte

Zet de volgende zin om in een vraagzin.
I went to the Efteling on Sunday.

Slide 6 - Question ouverte

Zet de volgende zin om in een ontkennende zin.
I go to the gym every week.

Slide 7 - Question ouverte

Zet de volgende zin om in een ontkennende zin.
I went to school yesterday.

Slide 8 - Question ouverte

Geef de verleden tijd voor het onregelmatige werkwoord fall.

Slide 9 - Question ouverte

Geef de verleden tijd voor het onregelmatige werkwoord keep.

Slide 10 - Question ouverte

Geef de verleden tijd voor het onregelmatige werkwoord make.

Slide 11 - Question ouverte

Geef de verleden tijd voor het onregelmatige werkwoord give.

Slide 12 - Question ouverte