Reizen naar het buitenland H4

 
REIZEN NAAR HET BUITENLAND

EEN REIS BUITEN EUROPA PLANNEN

1 / 27
suivant
Slide 1: Diapositive
BurgerschapsonderwijsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

Cette leçon contient 27 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

Éléments de cette leçon

 
REIZEN NAAR HET BUITENLAND

EEN REIS BUITEN EUROPA PLANNEN

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Doel

    Doel: 
    Aan het eind van de les weet je waar je op moet     
    letten als je een vakantiereis buiten Europa plant.



Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Inhoud
 Paspoort/Visum
Het vliegveld
  • inchecken
  • instapkaart
  • bagage
  • veiligheids- en grenscontrole
  • gate
  • aankomsthal
 Inentingen
 Geld

Slide 4 - Diapositive

De gebruikelijke informatie op een instapkaart is:
identiteit van de passagier
het vluchtnummer
het nummer van de gate
de datum en tijd waarop de vlucht vertrekt of waarop de passagier bij de gate aanwezig dient te zijn
het nummer van de gereserveerde stoel

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Paspoort
  1. nodig voor reizen buiten Europa
  2. aanvragen bij de gemeente

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Visum
  • Toestemming binnen te komen.
  • Controle wie er in komt en uit gaat. 
  • Papier of stempel in je paspoort
  • Nodig voor de meeste landen buiten Europa 
  • Online aanvragen 

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions


Wat is juist?
A
Met een paspoort kun je alleen binnen Europa reizen.
B
Buiten Europa kun je alleen met een ID-kaart reizen.
C
Met een paspoort kun je over de hele wereld reizen.

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions


Wat is juist?
A
Er zijn maar een paar landen buiten Europa waar je een visum voor nodig hebt.
B
Voor landen binnen Europa heb je een visum nodig.
C
Met een visum controleert een land wie er in komt en uit gaat. .

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

HET VLIEGVELD 
  • inchecken
  • instapkaart
  • bagage
  • veiligheids- en grenscontrole
  • gate
  • aankomsthal

Slide 10 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Het vliegveld (luchthaven)

  • Vliegticket gekocht
  • vertrektijd en datum
  • Op tijd aanwezig 

Voor vertrek (meestal 3 uur) aanmelden = inchecken 

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Inchecken
boardingpass= instapkaart
  • stoelnummer
  • tijd hoe laat bij de gate
  • vertrektijd
  • vluchtnummer
  • Gate=instapplek vliegveld

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Opdracht
Wat staat er op de boarding pass?

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bagage
  • Koffer of tas
  • Afgeven bij de incheckbalie

Handbagage: 
  • 1 Handtas of kleine rugzak per persoon
  • Meestal niet te zwaar.
  • onder je stoel passen (check afmetingen)
  •  vloeistoffen max 100 ml per verpakking.

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Veiligheidscontrole en grenscontrole

  • handbagage controle
  • Bodyscan
  • soms gefouilleerd






Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Verboden in het vliegtuig

  • Wapens (ook geen speelgoedwapens)
  • Drugs
  • Beschermde dier- en of plantensoorten.
  • Chemische stoffen zoals pepperspray
  • messen en losse scheermesjes (< 6cm wel)
  • Knuppels


Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 17 - Lien

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 18 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe groot is de bagagekelder op schiphol ?
A
100 m2
B
zo groot als 15 voetbalvelden
C
zo groot als een voetbalveld
D
zo groot als onze school

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

waarom willen ze door je koffer heen kijken met een scan?
A
kijken hoe zwaar hij is
B
kijken of er geld in zit
C
kijken of er iets verdachts in zit
D
kijken of je niks vergeten bent

Slide 21 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

gate - inchecken - vliegticket kopen - bagage afgeven - boardingpass - veiligheidscontrole
Zet de volgende woorden in de juiste volgorde.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Gate en aankomsthal
  • Vertrekhal = Gate
  • Letter en nummer 
  • Vliegtuig bij de gate geparkeerd
  • Wachten tot je mag instappen
  • Instappen = boarden
  • boardingpass scannen
  • instappen
  • landen
  • bagagehal 
  • koffer van de bagageband
  • aankomsthal

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Inenting = vaccinatie
  • Navragen GGD welke vaccinaties je nodig hebt




Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Geld
  • meestal niet met euro's buiten Europa
  • Pinnen in het land
  • Geld wisselen (duurder dan pinnen)
  • Goed bewaren onder je kleding.

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Maak opdracht 7 in tweetallen
Maak een lijst met tips

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

       Wat betekent het woord?

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions