Herhaling DD + JFK

B1a
Past simple: bevestigende, ontkennende en vragende vorm
Herhaling grammar Donald Duck + JFK
Past Simple
Woordvolgorde
Present Continuous
Do / Does (Present Simple vragend)

1 / 42
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

Cette leçon contient 42 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min

Éléments de cette leçon

B1a
Past simple: bevestigende, ontkennende en vragende vorm
Herhaling grammar Donald Duck + JFK
Past Simple
Woordvolgorde
Present Continuous
Do / Does (Present Simple vragend)

Slide 1 - Diapositive

Lesson goals
Aan het einde van de les kun je de past simple, do / does, plaats / tijd, present continuous en 
goed toepassen

Slide 2 - Diapositive


Past Simple
1. Wanneer gebruik je de past simple?


2. Hoe maak je de past simple: regular?


3. Hoe maak je de past simple: irregular?

Slide 3 - Diapositive


Past Simple
1. Wanneer gebruik je de past simple?

Je gebruikt de ''past simple'' om te praten over het verleden. De actie of gebeurtenis is gestopt. Er is geen link nu. 

Slide 4 - Diapositive


Past Simple

2. Hoe maak je de past simple: regular verbs (regelmatige werkwoorden)? 

Je voeg -(e)d aan het werk woord 
ww+ed
I played football.  She opened her book. They visited Rome. 

Slide 5 - Diapositive

Spelling van regelmatige werkwoorden
- Als een werkwoord eindigt op -e, dan komt er in de past simple alleen een -d achter:
I live - I lived



- In de past simple wordt de laatste medeklinker verdubbeld als er één klinker voor staat:
I drop - I dropped
they plan - they planned

Slide 6 - Diapositive

Spelling van regelmatige werkwoorden
Als een werkwoord eindigt op -y, dan komt er in de past simple een -ied achter:
I carry- I carried
you study- you studied

In de past simple komt er een -ed achter als er een klinker voor staat:
I play - I played

Slide 7 - Diapositive

Vragen en ontkenningen
Bij alle werkwoorden (regelmatig en onregelmatig) hetzelfde:

Vragen:                         Did + onderwerp + hele werkwoord
                                         Did you see the rainbow?
Ontkenningen:          Onderwerp + didn't + hele werkwoord
                                          I didn't see the rainbow.

(met ''didn't'' geef je al aan dat je het over de verledentijd hebt)

Slide 8 - Diapositive

Klopt! 
Klopt niet! 
Een regelmatige past simple eindigt altijd op -ed
Onregelmatige vormen moet je uit je hoofd leren
Je gebruikt de past simple voor dingen die altijd waar zijn. 
Je gebruikt de past simple voor dingen die al geweest zijn.
De verleden tijd van be is beed

Slide 9 - Question de remorquage

Past Simple:

Wat zijn de signaalwoorden van de Past Simple?
A
Tomorrow, next week, in 2025,
B
Last month, yesterday, a month ago, in 2012
C
Today, now,
D
again, always, constantly

Slide 10 - Quiz

Past Simple:

Wat is de regel van de past simple?
A
hele ww+ - ed
B
hele ww+-s
C
vorm van to be + hele ww+ -ing
D
have/has + voltooid deelwoord (3e rijtje)

Slide 11 - Quiz

Past Simple of
''work''?

Slide 12 - Question ouverte

Past Simple of
''live''?

Slide 13 - Question ouverte

Past Simple of
''cry''?

Slide 14 - Question ouverte

Past Simple of
''plan''?

Slide 15 - Question ouverte

I _____ (change) my flight yesterday.

Slide 16 - Question ouverte

The boys _____ (call) the police last week.

Slide 17 - Question ouverte

word order 
eerste deel

Slide 18 - Diapositive

Vul plaats en tijd op de juiste plaatsen in:
We like to go to ….A..... on ….. B.....
A
A. church B. Sunday
B
A. Sunday B. church

Slide 19 - Quiz

Vul plaats en tijd op de juiste plaatsen in:
My friends ride their bikes ….A.... ….B ….
A
A. every Saturday B. in the woods
B
A. in the woods B. every Saturday

Slide 20 - Quiz

wie
doet
wat
waar
wanneer
The parents
bring
to football training

every Sunday

their son

Slide 21 - Question de remorquage

Zet de woorden op de juiste volgorde.
at the carwash / work / on Sunday / I
Vergeet hoofdletters en punten niet.

Slide 22 - Question ouverte

Welke zin is fout
A
I always go to work on Monday.
B
She never has gone to the club on workdays.
C
We often work at the supermarket on Tuesday.
D
She has never worked on Mondays.

Slide 23 - Quiz

Welke zin is juist?
A
I do my homework in the evening.
B
I do in the evening my homework.

Slide 24 - Quiz

1
2
3
4
on Saturday
I
go 
to the mall

Slide 25 - Question de remorquage

Present continuous
Present continuous

Slide 26 - Diapositive

Present continuous
Waar gebruik je de present continuous voor?
A
Bij gewoonte, feit en regelmaat.
B
Wanneer iets nu bezig is of aan de gang is.

Slide 27 - Quiz

Present continuous:

Wat is de regel van de present continuous?
A
hele ww+ -ed
B
shit = hele ww+ -s
C
vorm van to be (am/are/is) + hele ww+ -ing

Slide 28 - Quiz

present continuous:
She ............ (walk)

Slide 29 - Question ouverte

Present Continuous
I .... (think).

Slide 30 - Question ouverte

Present Continuous
I .... (read).

Slide 31 - Question ouverte

DO / DOES

Slide 32 - Diapositive

Vragen met do & does

Slide 33 - Diapositive

Vragen met Do/Does

Slide 34 - Diapositive

Kies tussen: do & does
Jose likes pizza.
... Jose like pizza?
A
Do
B
Does

Slide 35 - Quiz

Kies tussen: do & does
The boys play football.
... the boys play football?
A
Do
B
Does

Slide 36 - Quiz

Kies tussen: do & does
Benji goes to school.
... Benji go to school?
A
Do
B
Does

Slide 37 - Quiz

Kies tussen: do & does
They take the bus?
... they take the bus?
A
Do
B
Does

Slide 38 - Quiz

Kies tussen: do & does
James plays tennis.
... James play tennis?
A
Do
B
Does

Slide 39 - Quiz

Schrijf de vragend zin:
They watch tv.

Slide 40 - Question ouverte

Schrijf de vragend zin:
He takes the bus to school.

Slide 41 - Question ouverte

Schrijf de vragend zin:
Ryan likes to shop.

Slide 42 - Question ouverte