Grammar: To be ontkennend

.
1 / 13
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

.

Slide 1 - Diapositive

Today ...
Vandaag gaan we verder met het werkwoord to be

Doel: aan het eind van de les kunnen we de vorm van to be gebruiken zowel in vragende als ontkennende vorm.

Slide 2 - Diapositive

Weet je het nog?? :)
Welke (3)vormen van to be zijn er?
A
am/have /are
B
am/is/are
C
have/has/are
D
he/she/it

Slide 3 - Quiz

Herhaling ...
Er valt weinig uit te leggen je moet dit rijtje gewoon goed onthouden!!

Slide 4 - Diapositive

Uitleg zin ontkennend maken met to be...
Als je wilt zeggen dat iets niet zo is, maak je een ontkenning. In het Engels gebruik je hier het woordje not voor. Ontkenningen met am/are/is maak je door not achter am/are/is te zetten.

I am ready.                           I am not ready.                 
You are a soccer fan.          You are not a soccer fan.  
He is a nice person.            He is not a nice person.
They are ill.                         They are not ill.

 

Slide 5 - Diapositive

Uitleg zin ontkenned maken met to be...

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Lien

Slide 8 - Lien

Maak onderstaande zin ontkennend
I am sick.
A
I am not sick.
B
Are am sick?
C
Is I sick?
D
Am I sick?

Slide 9 - Quiz

Maak onderstaande zin ontkennend.
My sister is at school.
A
My sister is not at school.
B
Am I at school?
C
Are my sister at school?
D
At school is my sister.

Slide 10 - Quiz

Maak onderstaande zin ontkennend.
I am cleaning my room.
A
Are I cleaning my room?
B
Cleaning my room am I?
C
I am not cleaning my room?
D
Is I cleaning my room ?

Slide 11 - Quiz

Dus.....Hoe maak ik een zin met de vorm van to be ontkennend?

Slide 12 - Question ouverte

Ik kan de ontkennende vorm van to be toepassen.
A
ja
B
nee
C
een beetje
D
misschien

Slide 13 - Quiz