Poezie en fictie 3 - D Identiteit

Poëzie en fictie D identiteit
1 / 29
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 29 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Poëzie en fictie D identiteit

Slide 1 - Diapositive

Fictie D Identiteit
Voorbereiding
Pak je boek erbij! Blz. 222 - 226

Slide 2 - Diapositive


Opdr. 1.1 De Franse filosoof Montaigne (1533-1592) zei: ‘Het is in het maatschappelijk leven vaak noodzakelijk om zich anders voor te doen dan men werkelijk is.’ Geef een voorbeeld waaruit blijkt dat Montaigne gelijk heeft.
Wanneer doe jij je anders voor dan je werkelijk bent?

Slide 3 - Question ouverte

Opdr. 1.2 Waarom is het vaak (of weleens) noodzakelijk om je anders voor te doen dan je bent?

Slide 4 - Question ouverte

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Lees tekst 1 (blz. 222), dit is de flaptekst van het boek 'Er is geen vorm waarin ik pas' (Erna Sassen)
Tot en met de vierde ging alles eigenlijk vanzelf, maar sinds ik in de vijfde zit is er een hoop veranderd.
Volgens mijn mentor heb ik TE lange tijd TE hard gewerkt en volgens mijn moeder ben ik TE perfectionistisch. 
Jajaja. 
Dat is een van de grootste nadelen van volwassenen: ze denken altijd beter te weten dan jijzelf wat er met jou aan de hand is. Daarbij vergeten ze voor het gemak even dat tachtig procent van ons leven zich afspeelt buiten hen om. En dat ze dus meestal geen flauw idee hebben. 
Dat laatste ligt ook een beetje aan ons. Want wij vertellen niks. 
Maar dan nog.
Er zijn dingen die je niet kan vertellen. Aan niemand.
Over liefde bijvoorbeeld.
En hoe stom je bent geweest.

Slide 8 - Diapositive

We hebben nu tekst 1 gelezen (blz. 222). Dit is de flaptekst van het boek.
2.1 + 2.2 Wat verwijt de ik-persoon volwassenen en ben jij het daarmee eens?

Slide 9 - Question ouverte

We hebben nu tekst 1 gelezen (blz. 222). Dit is de flaptekst van het boek.
2.3 'Er zijn dingen die je niet kan vertellen.' Waarom is dat zo?

Slide 10 - Question ouverte

Fictie D Identiteit
Lees tekst 2 + 3
Maak opdracht 3 + 4 

Pak je boek erbij! Blz. 222 - 224

Slide 11 - Diapositive

Nakijken opdracht 3
1 Waarschijnlijk voelt Tessel trots. Uit dertig gegadigden wordt zij gekozen en dat maakt dat ze zich bijzonder voelt. Zeker omdat de keuze gemaakt wordt door ‘het stuk van de school’.
2 Werkzaamheden die wel passen bij een regieassistente
- meedenken over de keuze van het toneelstuk
- organiseren van de audities
- adviseren bij het verdelen van de rollen Werkzaamheden die niet passen bij een regieassistente
- adviseren over cadeaus voor zwangere vriendin van leraar
- adviseren over wat de leraar moet koken voor zijn vriendin
- privéboodschappen doen voor de leraar



Slide 12 - Diapositive

Nakijken opdracht 3
3 Tessel verricht alle extra werkzaamheden graag voor haar leraar, omdat ze waarschijnlijk niet wil dat hij teleurgesteld raakt in haar. Belangrijk daarbij is waarschijnlijk ook dat de leraar gezien wordt als ‘het stuk van de school’. Zijn oordeel over haar is dus belangrijk, omdat dat ook invloed heeft op hoe de rest van de school haar ziet.
4 In deze context verwijst ‘Parcical’ naar een soort prins (ridder) op het witte paard.
5 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Het is wel duidelijk dat Tessel erg ver ging in wat ze deed voor haar leraar. Misschien is ze nog wel veel verder gegaan dan beschreven is in tekst 2. Achteraf vindt ze dat stom van zichzelf.



Slide 13 - Diapositive

Nakijken opdracht 4
1 Tessel leert makkelijk. Ze is plichtsgetrouw en ze vindt het belangrijk om hoge cijfers halen.
2 Mogelijke verklaringen die Tessel geeft voor het feit dat ze in de vijfde meer moeite heeft met leren zijn: stof is moeilijker, ze heeft er geen zin meer in, ze heeft een concentratieprobleem.
3 Gezien tekst 1 en 2 speelt er ook nog een ander probleem. Tessel heeft misschien iets meegemaakt met de leraar Nederlands waardoor ze nu leerproblemen heeft.
4 Tessel is bang om slechte cijfers te halen. Daardoor zou namelijk blijken dat ze helemaal niet zo geniaal is als iedereen altijd dacht. Die gedachte is ondraaglijk voor haar.

Slide 14 - Diapositive

Nakijken opdracht 4
5 Eigen antwoord.
6 Tessel is typisch een hoofdpersoon uit een YA-verhaal, omdat ze nadenkt over de vragen wie ze is en wie ze wil zijn. Concreter: ze vraagt zich af of ze overal altijd de beste in moet zijn. Doordat ze zichzelf deze vraag stelt en door wat ze meemaakt, leert ze zichzelf beter kennen.
7 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Tessel moet leren dat het oordeel van anderen over haar niet het allerbelangrijkste is in het leven. Het beeld dat anderen en zijzelf van haar hebben moet niet afhangen van de cijfers die ze haalt. Ze moet leren dat ze veel meer is dan dat. Dan zal ze misschien weer meer plezier in leren krijgen. Nu staat er zoveel druk op de leerresultaten dat ze elk plezier in het leren verloren is. / Dat ze niet middelmatig is als ze een keer een wat lager cijfer haalt. Je hoeft niet altijd overal de beste in te zijn.

Slide 15 - Diapositive

Young Adult 
Young adult betekent letterlijk: jonge volwassene. Verzamelnaam voor boeken over jongeren voor jongeren. In de meeste YA-verhalen is identiteit (wie ben je en wie wil je zijn) een belangrijk thema. De hoofdpersoon leert zichzelf beter kennen, doordat hij voor een belangrijke keuze komt te staan. Andere woorden voor dit genre zijn bildungsroman en 
coming-of-age.

Slide 16 - Diapositive

Young Adult 
- Identiteit (wie ben je en wie wil je zijn) 
- De hoofdpersoon leert zichzelf beter kennen (ontwikkeling)
- De hoofdpersoon leert zichzelf beter kennen, doordat hij voor een belangrijke keuze komt te staan
- Wordt ook wel bildungsroman en coming-of-age roman genoemd

Slide 17 - Diapositive

Waarom is Tessel typisch een hoofdpersoon uit een Young Adult verhaal?

Slide 18 - Question ouverte

Slide 19 - Diapositive

Lezers over Het grote misschien

Slide 20 - Diapositive

Young Adult 
Lees tekst 4 en 5
Maak opdracht 5 en 6
Blz. 226 - 229

Slide 21 - Diapositive

Nakijken opdracht 5
1 Miles haalt de laatste woorden van Rabelais aan. Hij zou gezegd hebben: ‘Ik ga op zoek naar een Groot Misschien.’ Miles wil bij leven al op zoek naar dit ‘grote misschien’. Niet pas als hij doodgaat.
2 Miles vindt het grote misschien niet bij mensen als Will en Marie, omdat ze nogal saai zijn.
3 Eigen antwoord.
4 Eigen antwoord.

Slide 22 - Diapositive

Nakijken opdracht 6
1 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Een bijnaam krijg je vaak van mensen in je omgeving. Ze zeggen iets over hoe je omgeving jou ziet. Zo is Chip blijkbaar nogal dominant en is het hoofd van de school iemand die vanaf grote afstand alles in de gaten houdt (hij heeft ‘adelaarsogen’).
2 De Kolonel, Alaska, Takumi en Lara verkennen veel meer dan bijvoorbeeld Will en Marie grenzen van wat kan en niet kan. Miles maakt hierdoor gebeurtenissen mee waarin hij met Will en Marie nooit terecht zou komen. En wellicht zit in die gebeurtenissen het ‘grote misschien’.


Slide 23 - Diapositive

Nakijken opdracht 6
3 In de tekst staat: ‘Het Grote Misschien was hier en nu, en we waren onoverwinnelijk.’ Het ‘grote misschien’ lijkt hier dus over een bepaald gevoel te gaan. Miles voelt zich even heel stoer en zelfverzekerd. Een gevoel dat je niet vindt tussen je vader en moeder op de bank, maar wel tussen vrienden.
4 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ja, het gevoel dat Miles ervaart van zelfverzekerdheid ontstaat op de kostschool door de vriendschappen die hij sluit. In de beschermde omgeving van zijn thuis had Miles dit gevoel waarschijnlijk niet zo sterk ervaren.


Slide 24 - Diapositive

Nakijken opdracht 6
5 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Mensen moeten van hun plaats komen om het ‘grote misschien’ in hun leven te vinden. Daardoor doen ze nieuwe ervaringen op en die kunnen weer leiden tot allerlei inzichten.
6 Eigen antwoord.



Slide 25 - Diapositive

7.2 Beide boeken in deze paragraaf spelen zich af op school. Waarom past school zo goed bij YA-boeken? Leg je antwoord uit.

Slide 26 - Question ouverte

7.3 Wat zou (voor jou) een reden kunnen zijn om Young Adult boeken te lezen?








Wat zou (voor jou) een reden kunnen zijn om YA-boeken te lezen?

















Slide 27 - Question ouverte

Boekopdracht 2
Bij het onderdeel ‘Lezen’ heb je geleerd dat fictie bedoeld is om te amuseren. Maar, boeken doen vaak veel meer dan dat. Ze zorgen ervoor dat je bepaalde gevoelens kunt plaatsen of onder woorden kunt brengen, ze zetten je aan het denken over bepaalde kwesties, bieden troost etc. Kies minstens drie fragmenten uit je boek en leg uit welk effect die op jou hebben
gehad behalve dat ze je (misschien) geamuseerd hebben. Gebruik tussen de 200 en 300 woorden. Maak een foto van de fragmenten of neem de fragmenten over in de opdracht (inclusief paginanummers).

Slide 28 - Diapositive

Boekopdracht 2
- Inleverdatum woensdag 27 januari (via Opdrachten in Magister) 

- Beoordeling: feedback (eventueel verbeteren) > formatief 

- Opdracht staat in de Studiewijzer (Literatuur)

Slide 29 - Diapositive