Herhaling 1 verbranding en ecologie

Herhaling ordening, verbranding en ecologie
1 / 23
suivant
Slide 1: Diapositive

Cette leçon contient 23 diapositives, avec diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Herhaling ordening, verbranding en ecologie

Slide 1 - Diapositive

Ordenen
Biologen gebruiken de kenmerken van cellen om organismen te ordenen. 
  1. Kenmerken van cellen: celkern, celwand, bladgroenkorrels
  2. DNA

Slide 2 - Diapositive

Cellen van de 4 rijken
Bij het ordenen van de organismen is gekeken naar de bouw van de cellen:

Slide 3 - Diapositive

Verbranding
  • Voor verbranding is een brandstof en zuurstof nodig.
  • Brandstof > stof die kan verbranden
  • Bij verbranding komt energie vrij (bv. warmte en licht
  • Bij verbranding ontstaat water en koolstofdioxide. 
brandstof

Slide 4 - Diapositive

verbranding
Verbranden energie 

Slide 5 - Diapositive

Ecologie
  • Het onderzoeken van de relatie tussen dieren en hun milieu: Ecologie
  • In de natuur hebben we biotische en abiotische factoren:

Slide 6 - Diapositive

Wat is ecologie?
Niveaus 
van 
ecologie


Slide 7 - Diapositive

voedselketen/web

Slide 8 - Diapositive

Een voedselweb zijn
meerdere voedsel-
ketens die met el-
kaar samenhangen.

Slide 9 - Diapositive

Voedselrelaties zichtbaar maken in een ecosysteem
voedselketen
<------

voedselweb
------>
voedselweb: alle voedselrelaties in een ecosysteem
voedselketen: slechts 1 keten uit het voedsel web

Slide 10 - Diapositive

noem de verschillende ordes in een voedsel web.

Slide 11 - Diapositive

verschillende lagen
  • Producenten: Zijn alle organismen die van anorganische stoffen organische stoffen kunnen maken.  meestal onderaan de keten en waar het web begint.
  • Consumenten: dieren die leven van organische stoffen die andere organisme hebben gemaakt. 
  • Reducenten: Dat zijn de organisme die organische stoffen uit dode planten en dieren afbreken tot anorganische stoffen.

Slide 12 - Diapositive

Piramide van aantallen:
Heeft een niet altijd een echte  piramide vorm
Piramide van biomassa: 
Heeft een echte piramide vorm

Slide 13 - Diapositive

Kringloop

Slide 14 - Diapositive

Stikstofkringloop

Slide 15 - Diapositive

Koolstofkringloop

Slide 16 - Diapositive

de poten van vogels
de poot van een vogel is aangepast op waar je de vogel vind. zo hebben vogels die veel zwemmen zwemvliezen.

Slide 17 - Diapositive

de snavels
  1. een snavel voor zaden/nootjes
  2. een snavel voor insecten
  3. een snavel voor vlees
  4. een snavel voor bodemdieren
  5. een snavel voor waterbeestjes

zoals je ziet is er veel aangepast aan de snavel

Slide 18 - Diapositive

Voortbewegen
  • zoolgangers
  • teengangers
  • topgangers (hoefgangers)

Dit zijn aanpassing op de ondergrond.

Slide 19 - Diapositive

Waterdieren
  • leven in het water
  • hebben vinnen om te sturen, lichaamsvorm
  • zijn gestroomlijnd: kop, lijf & staart lopen in elkaar over daardoor glijden ze snel door het water

Slide 20 - Diapositive

Verdediging bij dieren
       Tegen vijanden:
  • stekels of gifstekels
  • schutkleur -> onzichtbaar
  • schild 
    Tegen de omgeving:
  • vacht tegen kou

Slide 21 - Diapositive

Aanpassing bij planten

Slide 22 - Diapositive

Genoeg water?
  • Aanpassingen tegen uitdroging
  • kleine dikke / grote dunne bladeren
  • veel / weinig wortels 
  • Grote bladeren veel fotosynthese
Veel water 
Weinig water

Slide 23 - Diapositive