1. Individuele benadering: Beide onderwijsvormen stemmen het onderwijs af op de individuele behoeften en het tempo van het kind. In Montessori-onderwijs krijgt elk kind ruimte om in zijn eigen tempo te leren, net zoals in het speciaal onderwijs, waar maatwerk en persoonlijke begeleiding centraal staan.
2. Ontwikkelingsgericht werken: Brede ontwikkeling van het kind: cognitief, sociaal-emotioneel en motorisch.
Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om verder te groeien, zonder strakke methodes of vaste leerpaden.
3. Kleine groepen en persoonlijke aandacht: kleine klassen om individuele begeleiding te kunnen bieden
4. Focus op zelfstandigheid: zelfstandig werken, zelfredzaamheid en eigen regie
Montessori stimuleert kinderen om zelfstandig te werken en verantwoordelijkheid te nemen voor hun leerproces.
5. Praktisch en ervaringsgericht leren
Montessori maakt veel gebruik van concrete materialen en ervaringsgericht leren.
In het speciaal onderwijs wordt ook vaak ingezet op praktische en sensorische leerervaringen, afhankelijk van de behoeften van de leerling.