Lessonstudy 2Hc BO7

1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 19 diapositives, avec diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Nederlands
2Hc
11 maart 2025

Slide 2 - Diapositive

Vandaag:
Gaan we aan de slag met fragmenten uit het boek 
'Misschien moet je iets lager mikken' van Milio van de Kamp.
 

Slide 3 - Diapositive

Lesdoelen:
Aan het einde van de les kun je:            
  • beargumenteren hoe de hoofdpersoon Milio zich voelt zoals hij zich voelt én waarom;
  • uitleggen wat je vindt van Milio's keuzes;
  • uitleggen hoe jij zelf zou handelen in vergelijkbare situaties.

Slide 4 - Diapositive

Filmpje:
We gaan zo kijken naar een filmpje. 

Pak je schrift en pen erbij en let goed op. Na het filmpje krijg je een vraag.

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Vidéo

Vragen in denken-delen-uitwisselen

Milio noemt een aantal gevolgen van armoede. 
Vraag:
  1. Welke heb jij gehoord? 
  2. Hoe denk jij dat jij zich daarover voelt? Noem een emotie.

  • Beantwoord de vraag eerst zelf (= denken) 1 minuut
  • Bespreek je antwoord met je buur (= delen) 1 minuut
  • Bespreek de antwoorden klassikaal (=uitwisselen) 3 minuten
timer
5:00

Slide 7 - Diapositive

Lesdoelen:
Aan het einde van de les kun je:            
  • beargumenteren hoe de hoofdpersoon Milio zich voelt zoals hij zich voelt én waarom;
  • uitleggen wat je vindt van Milio's keuzes;
  • uitleggen hoe jij zelf zou handelen in vergelijkbare situaties.

Slide 8 - Diapositive

Docent leest voor
Pak fragment 1 erbij en lees mee.




Slide 9 - Diapositive

Vragen fragment 1
Schrijf de vragen over op de placemat en schrijf je antwoord eronder.

1. Hoe zou jij de gevoelens van de hoofdpersoon omschrijven? 
Je formuleert je antwoord als volgt: 'Ik denk dat Milio zich … voelt, omdat …'

Voorbeelden van emoties zijn: verdrietig, somber, teleurgesteld, eenzaam, angstig, onzeker, nerveus, bang, gespannen, blij, opgelucht, tevreden, trots..

2. Wat raakt je? En waarom?  
Je formuleert je antwoord als volgt: 'Wat mij raakt, is …  omdat … '
timer
2:00

Slide 10 - Diapositive

Docent leest voor
Pak fragment 2 erbij en lees mee.




Slide 11 - Diapositive

Vragen fragment 2
Schrijf de vragen over op de placemat en schrijf je antwoord eronder.

1. Hoe zou jij de gevoelens van de hoofdpersoon omschrijven? 
Je formuleert je antwoord als volgt: 'Ik denk dat Milio zich … voelt, omdat …'

Voorbeelden van emoties zijn: verdrietig, somber, teleurgesteld, eenzaam, angstig, onzeker, nerveus, bang, gespannen, blij, opgelucht, tevreden, trots..

2. Wat raakt je? En waarom?  
Je formuleert je antwoord als volgt: 'Wat mij raakt, is …  omdat … '
timer
2:00

Slide 12 - Diapositive

Overleg met je groepje
  • Iedereen heeft nu een individueel antwoord gegeven op de vragen.
  • Zorg ervoor dat jullie nu tot een gezamenlijk (groeps)antwoord komen. 
  • Dit antwoord schrijf je in het midden van de placemat.
  • Drie minuten per vraag!
timer
10:00

Slide 13 - Diapositive

Uitkomsten
De woordvoerders van de groepjes delen de groepsantwoorden met de klas.

  • Groep 1: Noah
  • Groep 2: Justin
  • Groep 3: Menel
  • Groep 4: Jill
  • Groep 5: Dara
  • Groep 6: Finn

Slide 14 - Diapositive

Lesdoelen:
Aan het einde van de les kun je:            
  • beargumenteren hoe de hoofdpersoon Milio zich voelt zoals hij zich voelt én waarom;
  • uitleggen wat je vindt van Milio's keuzes;
  • uitleggen hoe jij zelf zou handelen in vergelijkbare situaties.

Slide 15 - Diapositive

Wat hebben we gedaan?
Bespreek kort met je groepje: Wat ging goed? Wat vonden/vinden jullie (nog) lastig? 
  • Groep 1: Noah
  • Groep 2: Justin
  • Groep 3: Menel
  • Groep 4: Jill
  • Groep 5: Dara
  • Groep 6: Finn


Slide 16 - Diapositive

Exitticket
Geef aan op de post-it hoe goed jij de keuzes van de hoofdpersoon begrijpt, die hij maakt in de twee fragmenten. 
Dit geef je aan met een cijfer tussen de 1 en 10,  
waarbij 1 betekent dat je hem totaal niet begrijpt en 10 totaal wel.

Leg in een aantal woorden uit waarom je dit cijfer hebt gegeven.  
Je formuleert je antwoord als volgt:
'Ik geef een … omdat … '


Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Diapositive

Einde les
Bedankt voor jullie inzet!

Slide 19 - Diapositive