Ik was ... --> Je ... lave
Jij wast ... --> Tu ... laves
Hij/zij/men wast ... --> Il/elle/on ... lave
Wij wassen ... --> Nous ... lavons
Jullie wassen ..../U wast .... --> Vous ... lavez
Zij wassen ... --> Ils/elles ... lavent
-> zie theorie op blz. 24 (boek B)