Farma H11, H12 H16 en H22

Midde

Diabetes mellitus
aandoeningen van het maag-darmkanaal
1 / 41
suivant
Slide 1: Diapositive
FarmacotherapieMBOStudiejaar 3

Cette leçon contient 41 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Midde

Diabetes mellitus
aandoeningen van het maag-darmkanaal

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Mevrouw de Wit is naar de huisarts geweest en heeft te horen gekregen dat hooikoorts heeft. Ze gaat naar de apotheek met een recept voor cetirizine tabletten. 

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is NIET waar over hooikoorts?
A
je bent overgevoelig voor stuifmeel van bomen en/of grassen
B
als je voor het eerst in aanraking komt met stuifmeel van bomen heb je direct klachten
C
hooikoorts is een seizoensgebonden allergie

Slide 3 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is een goed advies bij hooikoorts?

Slide 4 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Tot welke geneesmiddelgroep hoort cetirizine?
A
antihistaminica
B
histamine afgifteremmende stoffen
C
corticosteroïden

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Dhr Jansen heeft te horen gekregen dat hij diabetes mellitus type 2 heeft. Hij is geschrokken en heeft veel vragen.

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Diabetes patiënten hebben:
A
een tekort aan insuline
B
een teveel aan insuline

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Diabetes type 1
Diabetes type 2
Komt op jonge leeftijd voor
Symptomen beginnen vrij plotseling
aangewezen op insuline spuiten/pompje
1 op 10 mensen heeft dit type diabets
komt vnl op oudere leeftijd voor
symptomen beginnen langzaam
9 op 10 mensen heeft dit type diabetes

Slide 8 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat zijn lange termijncomplicaties bij diabetes mellitus?
A
dorst, honger,
B
oogproblemen, problemen aan bloedvaten
C
trillen, hartkloppingen

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat betekent de uitdrukking humane insuline?
A
Dit is menselijke insuline
B
Dit insuline die gelijk is aan de insuline van de mens (humaan insuline via recombinant- DNA-techniek door bacteriën geproduceerd)
C
Dit is varkensinsuline

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

In welk orgaan wordt insuline gemaakt?

Slide 11 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

glucagon
alfa-cellen 
beta-cellen
insuline

Slide 12 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

alvleesklier maakt
alvleesklier maakt
glucagon
insuline

Slide 13 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

alvleesklier maakt:
alvleesklier maakt:
insuline
glucagon

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe kun je DM2 behandelen?
A
alleen met insuline
B
met tabletten en insuline
C
met een voedingsadvies, tabletten en insuline
D
met voedingsadvies en insuline

Slide 15 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

wat is hyperglycemie?

Slide 16 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de belangrijkste bijwerking van insuline?

Slide 17 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Dorst, veel plassen, droge tong, slaperigheid zijn symptomen van
A
hypoglykemie
B
hyperglykemie

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

metformine behoort tot de
A
sulfonureumderivaten
B
insulines
C
biguaniden
D
incretine-mimetica

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

de werking van sulfonureumderivaten is
A
verhoogt de gevoeligheid van spiercellen voor insuline en remt de glucoseproductie in de lever
B
stimuleert de alvleesklier om meer insuline te maken
C
ze remmen de heropname van glucose in de nieren

Slide 20 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

noem een geneesmiddel uit de groep sulfonureumderivaten

Slide 21 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

wat is het verschil tussen insuline aspart en insuline glargine?
A
insuline aspart is langwerkend en insuline glargine is kortwerkend
B
insuline aspart is kortwerkend en insuline glargine is langwerkend
C
insuline aspart is kortwerkend en insuline glargine is middellangwerkend

Slide 22 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Meneer de Groot gebuikt: Heeft meneer DM1 of DM2?
- metformine 500mg 3d1t Leg uit.
- gliclazide retard 30mg 1d1t
- insuline novomix 2d16IE

Slide 23 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke orale antidiabetica stimuleren de productie van insuline?
A
biguaniden en DPP4-remmers
B
thiazolidinedionen en SGLT2-remmers
C
Sulfonureumderivaten en incretinemimetica

Slide 24 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk hormoon wordt gemaakt in de schildklier?
A
levodopa
B
levothyroxine
C
levocetirizine

Slide 25 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Noem een geneesmiddel wat bij hyperthyreoidie wordt gebruikt?

Slide 26 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

SGLT2-remmers
Biguaniden
GLP-1 analoga
metformine
dapagliflozine
semaglutide
remmen glucoseheropname in de nieren
vertraagt de glucoseproductie in de lever en vergroot de gevoeligheid van spiercellen voor insuline
alvleesklier gaat meer insuline produceren

Slide 27 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Mevr. de Vries heeft de laatste tijd veel last van haar maag. De huisarts weet het niet zo goed meer. Mevr. heeft al de nodige dingen geprobeerd zoals bv leefregels volgen. 

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Noem 2 leefregels bij maagklachten:

Slide 29 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions


wat zijn refluxklachten?
A
beschadiging van het maagslijmvlies
B
misselijkheid en opgeblazen gevoel
C
de zure maaginhoud vloeit terug naar de slokdarm

Slide 30 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is ulcus pepticum?

Slide 31 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Waardoor kan ulcus pepticum ontstaan?

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling: motiliteitsstoornissen worden meestal veroorzaakt door een versnelde
maaglediging door een te trage peristaltiek. Is deze stelling:

A
juist
B
onjuist

Slide 33 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Mucosaprotectiva
Bescherming maagwand tegen inwerking maagzuur
Secretieremmende middelen
Remming van de vorming van maagzuur
antacida
Neutraliseren maagsap

Slide 34 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de meest voorkomende oorzaak van diarree?
A
Door veel drinken
B
Stress en spanning
C
Virus infectie
D
Bacterie infectie

Slide 35 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is het werkingsmechanisme van loperamide?

Slide 36 - Carte mentale

remt de darmperistaltiek
Diarree bij jongere kinderen en ouderen die >24u aanhoudt geef je:
A
loperamide
B
geactiveerde kool
C
ORS
D
domperidon

Slide 37 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

contactlaxantia
osmotisch laxans
volumevergrotende middelen
lactulose
psyliumvezels
bisacodyl
macrogol en electrolyten

Slide 38 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

een voorbeeld van een osmotisch laxans is:
A
bisacodyl
B
lactulose
C
metamucil

Slide 39 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe vond je het om op deze manier de te leren stof te oefenen?

Slide 40 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

leren voor na de vakantie
Farmacotherapieboek  H15, H17 H18 

Slide 41 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions