Plural Substantive (Grammatik C)

Das Programm
Inhoud: het meervoud van zelfstandige naamwoorden

Als je dit nog moeilijk vindt, gebruik je handboek als hulpmiddel (Nummer 21)

Let op: Het lidwoord schrijf je met een kleine letter, het zelfstandig naamwoord met een hoofdletter!!! 


1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Das Programm
Inhoud: het meervoud van zelfstandige naamwoorden

Als je dit nog moeilijk vindt, gebruik je handboek als hulpmiddel (Nummer 21)

Let op: Het lidwoord schrijf je met een kleine letter, het zelfstandig naamwoord met een hoofdletter!!! 


Slide 1 - Diapositive

UMLAUT (puntjes) of ß, hoe doe je dat? 
Ringel-s : je drukt in alt gr (rechts naast de spatiebalk) + s 
alt gr + s (tegelijkertijd) = ß 

Umlaut : je maakt een " (shift + aanhalingsteken, links van de enter), daarna typ je de letter waar de Umlaut op moet, bijvoorbeeld a -->  " + a = ä / " + u = ü / " + o = ö

Slide 2 - Diapositive

Mannelijke woorden
Mannelijke woorden zijn te herkennen aan het lidwoord ‘der’. Het meervoud werkt als volgt: op de a, o of u komt een umlaut en er komt een –e achter het zelfstandig naamwoord.
Een voorbeeld is: der Arzt, dat wordt nu die Ärzte.
Mannelijke woorden die eindigen op –el, -er of –en krijgen geen uitgang!

Slide 3 - Diapositive

Vrouwelijke woorden

Vrouwelijke woorden zijn te herkennen aan het lidwoord ‘die’ of ‘eine’. Bij het meervoud komt er de uitgang –en achter het zelfstandig naamwoord. Dus: die Frau wordt die Frauen.
Vrouwelijke woorden die eindigen op –e, -el of –er krijgen een –n als uitgang in het meervoud. Daarnaast krijgen vrouwelijke woorden die eindigen op –in (bijv. die Lehrerin) –nen als uitgang in het meervoud (die Lehrerinnen).

Slide 4 - Diapositive

onzijdige woorden


Onzijdige woorden
Onzijdige woorden zijn te herkennen aan het lidwoord ‘das’. Normaal gesproken krijgt een onzijdig woord in het meervoud de uitgang –e (das Papier wordt die Papiere). Er zijn echter wel wat uitzonderingen:
Onzijdige woorden die eindigen op –el, -er, -en, -chen of –lein krijgen geen andere uitgang in het meervoud.

Slide 5 - Diapositive

woorden die op een -y of klinker eindigen krijgen in het meervoud een -s

bv. der Opa, die Opas
das Baby, die Babys

Let op de -s schrijf je aan het woord vast (geen komma!)

Slide 6 - Diapositive

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Esel

Slide 7 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: die Antwort

Slide 8 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Zahn (de tand)

Slide 9 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: das Zeichen

Slide 10 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Fuß

Slide 11 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: die Schere

Slide 12 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: das Lager

Slide 13 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: die Heldin

Slide 14 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: das Zelt

Slide 15 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: die Tante

Slide 16 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: das Taxi

Slide 17 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: das Kapitel

Slide 18 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: das Haar

Slide 19 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Bahnhof

Slide 20 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Lolly

Slide 21 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: die Mappe

Slide 22 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Onkel

Slide 23 - Question ouverte

Maak van het volgende woord een meervoudsvorm: der Raum

Slide 24 - Question ouverte