04-05 Samenhang en Hoofd- en bijzaken (combinatie)

Lezen/Luisteren
NED Periode 3
1 / 27
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 27 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Lezen/Luisteren
NED Periode 3

Slide 1 - Diapositive

Theorie van de vorige lessen oefenen

Slide 2 - Diapositive



Je wilt weten welk hoofdstuk over microfoons gaat. Welke leesstrategie gebruik je?
A
Verkennend
B
Globaal
C
Gericht
D
Intensief

Slide 3 - Quiz



Welke onderdelen zie je hier?
A
Titel
B
Inleiding
C
Middenstuk
D
Slot

Slide 4 - Quiz



Wat voor tekstvorm is dit?
A
informatief
B
Gebruiksaanwijzing
C
Recept
D
garantie

Slide 5 - Quiz



Waar staat de aanleiding voor een tekst?
A
Titel
B
Inleiding
C
Middenstuk
D
Slot

Slide 6 - Quiz


Wat geeft de belangrijkste boodschap
van een tekst weer?
A
Onderwerp
B
Hoofdgedachte

Slide 7 - Quiz



Wat is niet het doel van deze app?
A
Advies geven
B
Overhalen
C
Informeren
D
Instructie geven

Slide 8 - Quiz


Waar staat deze zin:

VVD is tegen woningwet De Jonge
A
Titel
B
Inleiding
C
Middenstuk
D
Slot

Slide 9 - Quiz

Lezen/Luisteren 
01 Tekstsoorten en leesstrategieën 
02 Onderwerp en hoofdgedachte
03 Tekstopbouw
04 Samenhang
05 Hoofd- en bijzaken
Eindtoets Hoofdstuk 5
Volgende week!

Slide 10 - Diapositive

Lezen/Luisteren 
04 Samenhang
Je gebruikt in een tekst signaalwoorden

Het geeft een verband tussen meerdere stukken tekst weer

Een signaalwoord geeft iets aan (geeft 'een signaal') over de relatie tussen die twee stukken tekst

Slide 11 - Diapositive

Lezen/Luisteren 
05 Hoofd- en bijzaken
Hoofdzaken zijn de belangrijkste dingen in een tekst

Bijzaken zijn minder belangrijk
&
Een bijzaak hoort bij een hoofdzaak en kan niet bestaan zonder hoofdzaak

Slide 12 - Diapositive

Vragen over hoofd- en bijzaken
12 vragen | 30 of 45 seconden per vraag

Slide 13 - Diapositive



Als je alle hoofdzaken in één zin samenvat, dan heb je ......
A
Het onderwerp van een tekst
B
De hoofdgedachte van een tekst
C
De samenvatting van een tekst
D
De conclusie van een tekst

Slide 14 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'vroeger' aan?
A
Opsomming
B
Tegenstelling
C
Tijdsbepaling
D
Voorbeeld

Slide 15 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'ten slotte' aan?
A
Conclusie
B
Oorzaak-gevolg
C
Tijdsbepaling
D
Opsomming

Slide 16 - Quiz


Om hoofd- en bijzaken te scheiden kun je een mindmap maken. Wat staat er in de cirkel op het plaatje?
A
Onderwerp
B
Hoofdzaken
C
Bijzaken
D
Hoofdgedachtes

Slide 17 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'mits' aan?
A
Voorwaarde
B
Conclusie
C
Opsomming
D
Argument

Slide 18 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'en' aan?
A
Tegenstelling
B
Oorzaak-gevolg
C
Opsomming
D
Argument

Slide 19 - Quiz


'Er worden steeds meer overvallen gepleegd in Zoetermeer. De meeste overvallen worden met een hamer gepleegd.'

Welke zin is de bijzaak?
A
De eerste zin
B
De tweede zin

Slide 20 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'daardoor' aan?
A
Voorbeeld
B
Oorzaak-gevolg
C
Conclusie
D
Argument

Slide 21 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'anderzijds' aan?
A
Voorbeeld
B
Tijd
C
Samenvatting
D
Tegenstelling

Slide 22 - Quiz


'Als het stoplicht op groen staat mogen alle auto's doorrijden, ook de stilstaande auto's mogen gaan rijden'

Wat is de bijzaak?
A
Als het stoplicht op groen staat mogen alle auto's doorrijden
B
Ook de stilstaande auto's mogen gaan rijden

Slide 23 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'ten derde' aan?
A
Tegenstelling
B
Oorzaak-gevolg
C
Opsomming
D
Argument

Slide 24 - Quiz



Wat geeft het signaalwoord 'nadat' aan?
A
Tijdsbepaling
B
Oorzaak-gevolg
C
Voorbeeld
D
Vergelijking

Slide 25 - Quiz

Lezen/Luisteren 
Ga naar Taalblokken > Bouwstenen
2F
Maak 05 Hoofd- en bijzaken > Lezen/Luisteren
3F
Maak 05 Hoofd- en bijzaken > Lezen/Luisteren
Maak de opdrachten in het geel eerst, daarna die in het groen. 

Slide 26 - Diapositive


'Kortom, het idee van de minister is slecht: telefoons moeten gewoon de klas in mogen'
A
titel
B
inleiding
C
middenstuk
D
slot

Slide 27 - Quiz