5.4 deel 1

§5.4 Halveringstijd en activiteit
Aan het einde van deze paragraaf kan je 
  • m.b.v. de halveringstijd de activiteit van een bron na een bepaalde tijd berekenen;
  • de activiteit vanuit een N,t-diagram bepalen. 

1 / 18
suivant
Slide 1: Diapositive
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, vwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 18 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 5 min

Éléments de cette leçon

§5.4 Halveringstijd en activiteit
Aan het einde van deze paragraaf kan je 
  • m.b.v. de halveringstijd de activiteit van een bron na een bepaalde tijd berekenen;
  • de activiteit vanuit een N,t-diagram bepalen. 

Slide 1 - Diapositive

Halveringstijd en activiteit
Aan het einde weet je hoe met de activiteit en halveringstijd bepaald kan worden hoe oud Ötzi is.

Slide 2 - Diapositive

Enig idee hoe bepaald kan worden of Ötzi een bergbeklimmer of oermens was?

Slide 3 - Question ouverte

Kernverval is een toevalsproces
Kernverval is een toevalsproces

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive


De halveringstijd van deze stof is ...
A
5 uur
B
10 uur
C
20 uur
D
60 uur

Slide 6 - Quiz

Activiteit
A (Bq)

Het aantal kernen dat per seconde vervalt.

Slide 7 - Diapositive

Activiteit
A (Bq)

Het aantal kernen dat per seconde vervalt.

Slide 8 - Diapositive


Halveringstijd
De tijd waarin de activiteit en het aantal instabiele kernen
van een radioactieve stof gehalveerd is.

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

Een radioactieve bron heeft een activiteit van
4,5 * 10³ Bq en een grote halveringstijd.
Bereken hoeveel kernen vervallen in 10 minuten.
A
4500
B
45 000
C
270 000
D
2 700 000

Slide 11 - Quiz

Een radioactieve bron heeft een activiteit van 
4,5 * 10³ Bq en een grote halveringstijd. 
Bereken hoeveel kernen vervallen in 10 minuten.
  • A = 4,5 * 10³ Bq 
    Er vervallen dus 4,5 * 10³ kernen per seconde.
  • 10 minuten = 600 s
  • N = A * t 
    N = 4,5 * 10³ * 600
    N = 2 700 000 
  • Er vervallen 2,7 * 10⁶ kernen

Slide 12 - Diapositive

Een radioactieve bron heeft een activiteit van 4,5 * 10 ³ Bq en een grote halveringstijd.
Waarom wordt er in de vraag beschreven dat de halveringstijd groot is?

Slide 13 - Question ouverte


Aan de slag
Tot 5 minuten voor het einde van de les.
  • Afronden §5.3
  • Vaardighedendossier
  • Starten met §5.4 

Slide 14 - Diapositive

Lesdoel
Aan het einde van de les kan je rekenen met de formule voor halveringsdikte en halveringstijd.

Slide 15 - Diapositive

Een plaat laat 80% van de invallende straling door. Als de dikte van de loodplaat tweemaal zo groot wordt gemaakt is de intensiteit van de doorgelaten straling 40% van de invallende straling.
A
Waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

Opgave 13c

1 plaat   
20% afname intensiteit

2e plaat
afname van minder dan 20%

Slide 17 - Diapositive

Radioactief water (1918-1928)
Bevat radium-226 en radium-228
Wondermiddel dat moest helpen tegen o.a. euma, artritis, maagkanker en impotentie.
Een bekend verhaal is dat van de Amerikaanse Eben Beyers die zo erg in het drankje geloofde dat hij tijdens zijn leven bijna 1400 flesjes consumeerde. Onverrassend genoeg werd Beyers in 1930 ziek en stopte met drinken. Helaas overleed hij in 1932, nadat delen van zijn mond en kaak chirurgisch verwijderd moesten worden.

Bron: https://www.newscientist.nl/blogs/bizarre-radioactieve-producten-uit-het-begin-van-de-vorige-eeuw/
Chocolade met radium (1931-1936)
Het zou de consument volgens de reclames jonger kunnen maken. 

Slide 18 - Diapositive