Associeren

Associëren
verbinden, in verband brengen
1 / 39
suivant
Slide 1: Diapositive
Culturele en kunstzinnige vormingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

Cette leçon contient 39 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Associëren
verbinden, in verband brengen

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Associaties zijn heel krachtig. Een geur doet je herinneren aan een vakantieland. Een bijzondere foto brengt je zo weer terug in dat moment. Of je komt misschien liever niet meer op een bepaalde plek, omdat je er een keer iets verdrietigs meemaakte. Kortom: associaties zijn sterk én werken lang door. Niet zo gek dus dat veel brainstormtechnieken teruggrijpen op ons associatievermogen. 

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Divergeren
Stel je oordeel uit.
Surf mee op de ideeën van anderen. 
Focus op kwantiteit. 
Schrijf op!

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Oefenen
Je wilt dat niemand in Nederland zich meer eenzaam voelt.

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Eenzaamheid

Slide 8 - Carte mentale

Hoe Zorgen we ervoor dat niemand in Nederland zich eenzaam voelt?
Woord dat het minst te maken heeft met het onderwerp?
Associeer daar over verder

Slide 9 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Woord dat het minst te maken heeft met het onderwerp?
Associeer daar over verder

Slide 10 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat kun je doen om een probleem op te lossen?
  • Kruip in de huid van...
  • Denk vanuit een bedrijf als IKEA of BOL (superorganisatiekaarten)
  • Kies een land uit...
  •  @random techniek
  • Trend(kaarten)



Slide 11 - Diapositive

https://stormpunt.nl/2021/02/11/associeren-kun-je-leren-slimme-brainstormtechnieken/ 
Een voorbeeld:
Je wilt een oplossing voor een probleem.

Bijvoorbeeld: Je ouders zeuren over iets als opruimen, gezond eten, op tijd komen, op tijd thuis moeten zijn enz.

Slide 12 - Diapositive

Als je verschillende manieren kent om op ideeën te komen kan dit helpen om iets te doen wat het probleem kan verhelpen.
Eens kijken of het wel klopt wat ik zeg:
Zeuren jouw ouders wel eens over iets?
Iedere dag
Wel eens
Bijna nooit
Nooit

Slide 13 - Sondage

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe zou prinses Amalia dit oplossen?

Slide 14 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Ketting-associatie

Slide 15 - Diapositive

Begin met een woord en associeer daarop. de volgende associeert dan weer op dat nieuwe woord. 
Waar kom je uit bij bijvoorbeeld het woord koe?
Associëren is ...
A
Mooie dingen maken..
B
Verbindingen zoeken.
C
Creatief denken.
D
Goed kunnen tekenen

Slide 16 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Geeltjes
Schrijf een willekeurig woord op

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Associëren met plaatjes

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Idee-killers
Ga allemaal staan en vorm duo’s. De opdracht is om samen een vakantie te bedenken. Persoon 1 doet steeds een voorstel: “Laten we op vakantie gaan naar…”. Vervolgens mag persoon 2 daarop reageren, als elke zin maar begint met de woorden “ja, maar”. 

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

 ‘als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg’.

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Negatieve brainstorm
Wat is de slechtste oplossing voor het probleem?

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Omschrijf een fantasie en laat een plaatje maken. Maak het zo gek en origineel mogelijk!

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat zie je?

Slide 25 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Waar lijken de vlinders op?
A
water
B
een bos
C
een zeil
D
niets

Slide 26 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarom lijkt de boom op het haar?
A
De vorm is vergelijkbaar.
B
De vorm is verschillend.
C
Ik weet het niet.

Slide 27 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is er surrealistisch aan het schilderij van Dali?
A
Het is raar en ongewoon.
B
Het is realistisch en echt.

Slide 28 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 29 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 30 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

30 minuten 
Stuur de foto's op via Padlet!

Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 36 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 37 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 38 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

30 minuten 
Stuur de foto's op via Padlet!

Slide 39 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions