H7 P1.1

Koopkracht
1 / 11
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 11 diapositives, avec diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Koopkracht

Slide 1 - Diapositive

Rente en inflatie
Je wilt een ps4 spel voor €100, maar besluit eerst te sparen.

Stel, je spaart €100 met 2% rente. Na een jaar staat er €102. 
Stel dat de prijzen in dat jaar 4% stijgen (= inflatie)

Het ps4 spel kost dus na een jaar €104, terwijl jij maar €102 hebt. Mooi shit dus! --> Koopkracht daalt

Slide 2 - Diapositive

Nominale groei
Als je rente krijgt, groeit je spaargeld., dan spreken we van nominale groei.

De groei van jouw geld, zonder rekening te houden met inflatie.

Stel, de rente is 5%, dan groeit jouw spaargeld nominaal met 5%.  

Slide 3 - Diapositive

Reële groei = koopkracht
Als je de nominale groei corrigeert voor de inflatie, spreken we van reële groei. 
Je kijkt dus of je meer of minder kunt kopen. Reële groei zegt dus iets over de stijging of daling van de koopkracht.

Als je rente 5% is, en de prijzen stijgen 3%, kun je dus 2% meer kopen

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Vidéo

Leren:
Reële groei = Nominale groei - inflatie

Slide 6 - Diapositive

Opdrachten hierbij
Hfst 7, paragraaf 1, vraag 8 en 12

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Vidéo

Reële rente
Reële rente is positief als de rente bij de bank hoger is dan de inflatie in %.


Reële rente is negatief als de inflatie hoger is dan de groei van het inkomen (of spaargeld)

Slide 9 - Diapositive

Indexcijfer berekenen
Waarde verslagjaar : waarde basisjaar x 100

Basisjaar is altijd 100

Cijfervoorbeeld overnemen in schrift 

Slide 10 - Diapositive

Slide 11 - Vidéo