MTH DA3 - periode 3 - week 12 oefenles referentiewaarden en urinestrips

MTH DA3 week 12 oefenles referentiewaarden en urinestrips
DA3
Periode 3
Week 12
2024-2025
1 / 35
suivant
Slide 1: Diapositive
WelzijnMBOStudiejaar 3

Cette leçon contient 35 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 90 min

Éléments de cette leçon

MTH DA3 week 12 oefenles referentiewaarden en urinestrips
DA3
Periode 3
Week 12
2024-2025

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Programma
Welkom + Osiris
Regels online les
Vragen bij aanvang van de les?
Quiz
Afronden + huiswerk

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Referentiewaarden

Slide 3 - Diapositive

waar denk je aan?
Risico op hart&vaaktziekten verlagen door?
A
Verlagen bloeddruk
B
Verlagen bloedglucose waarden
C
Verlagen cholesterol
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 4 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de normaal waarde van een nuchtere glucose meting?
A
tussen de 4.8 en 8 mmol/L
B
tussen de 3.5 en 6.1 mmol/L
C
tussen de 3.0 en 6.1 mmol/L
D
7.5 en 10 mmol/L

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij een patiënt moet een nuchtere glucose geprikt worden. Welk advies moet je hierover aan de
patiënt geven?
A
Vóór het prikken ten minste acht uur geen alcohol gebruiken; verder is eten en drinken toegestaan
B
Vóór het prikken ten minste acht uur niets eten en drinken
C
Vóór het prikken ten minste acht uur niets eten en drinken met uitzondering van water.
D
Vóór het prikken ten minste acht uur niets eten; dranken zijn onbeperkt toegestaan.

Slide 6 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Meneer de Leeuw is 66 jaar en gaat naar de huisarts ivm dorst. De nuchtere glucose is 8.3 mmol/l, de kreatinine waarde is 159 umol/l, en de Hba1c waarde is 45 mmol/mol Hb.
U stelt de diagnose DM, maar start niet met behandeling want de HbA1c waarde is niet verhoogd.
Deze stelling is:

A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wanneer spreek je van een gestoorde glucosetolerantie?
A
Verhoogde nuchter glucose tussen 6,1-6,9mmol
B
Verhoogde nuchter glucose tussen 7,1-8,0mmol
C
Verhoogde nuchter glucose tussen 3,1-5,9mmol

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk bloedonderzoek wordt verricht wanneer je wil weten hoe het gemiddelde glucose van de afgelopen 8-12 weken was?
A
Nuchter glucose
B
HbA1c
C
Een glucose dagcurve
D
Dit kun je niet meten

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk cholesterol is het 'slechte' cholesterol?
A
HDL
B
LDL
C
Beide even slecht
D
Er is geen slecht cholesterol

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

De normaalwaarde waarschijnlijke diabetes.
A
Onder de 5,5 mmol glucose nuchter.
B
Boven de 7 mmol glucose nuchter.
C
Rond de 6 mmol nuchter.

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

cholesterol wordt...
A
via voedsel opgenomen
B
door het lichaam zelf aangemaakt
C
zowel A als B

Slide 12 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

cholesterol
A
goed voor je!
B
slecht voor je!

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk type cholesterol wordt beschouwd als 'goed cholesterol'?
A
Chylomicronen
B
VLDL
C
HDL
D
LDL

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe kun je er het beste achter komen of iemand diabetes heeft?
A
glucose dagcurve
B
glucose voor de nacht meten
C
nuchter glucose prikken
D
Insuline injecteren

Slide 15 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Dhr P(52jr) heeft met de glucosemeter van zijn vrouw bij zichzelf 2x nuGLC gemeten, 7,4 en 7,3
A
Dhr heeft diabetes
B
Dhr heef een gestoorde glucose tolerantie
C
Dhr heeft een gestoord nuchter glucose
D
Het is niet duidelijk wat dhr heeft

Slide 16 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Urine onderzoek

Slide 17 - Diapositive

Welke waarden denk je aan bij urine onderzoek?
Welke urine onderzoeken bestaan er? 
Wat betekent het als er glucose aanwezig is in de urine
A
Pyelonefritis
B
Blaasontseking
C
gastro-enteritis
D
Diabetes

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions


Mevrouw R plast veel. Dit komt doordat er glucose in haar urine komt. Om de glucose uit te kunnen scheiden, maakt haar lijf meer urine aan waardoor ze vaak moet plassen
A
Mw R heeft een blaasonsteking
B
Mw R heeft een nierbekkenonsteking
C
Mw R is incontinent
D
Mw R heeft diabetes

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Tijdens onderzoek van urine wordt er glucose gemeten. Dit is
A
normaal
B
afwijkend

Slide 20 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

bij iemand met diabetes kan er glucose in de urine zitten
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Eiwit in de urine kan wijzen op ...
A
Leverziekte
B
Hartaandoening
C
Nierziekte

Slide 22 - Quiz

Bij patiënten met suikerziekte en bij patiënten met langdurige hoge bloeddruk kan het nierweefsel na verloop van tijd beschadigd raken. Een uiting daarvan is dat de nieren eiwit gaan doorlaten. Om die reden wordt eenmaal per jaar bij suikerziekte en bij hoge bloeddruk de urine gecontroleerd op de aanwezigheid van eiwit om beginnende schade aan de nieren op te sporen.
Hoe worden eiwitten in de urine genoemd?
A
Nycturie
B
Proteinurie
C
Dysurie
D
Hematurie

Slide 23 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke kleur neemt de urine als er Bilirubine​ aanwezig is
A
Oranje
B
Geel
C
Rood
D
bruin

Slide 24 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waar of niet waar? De aanwezigheid van bilirubine in de urine kan wijzen op een probleem met de nieren
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Horen ketonen in de urine thuis?
A
Ja
B
Nee

Slide 26 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waar duiden ketonen in de urine op?
A
UWI
B
Zwangerschaps-vergiftiging
C
Diabetes mellitus
D
Hypertensie

Slide 27 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de HB referentie waarde van een vrouw
A
Tussen de 4 en 7
B
Tussen de 8,1 en 11
C
Tussen de 6,3 en 7
D
Tussen de 7,5 en 10

Slide 28 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bloed in de urine
A
nycturie
B
hematurie
C
dysurie
D
cystitis

Slide 29 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij welk urine wordt aangegeven of een stof wel/niet aanwezig is, zoals leukocyten of glucose.. maar er worden geen precieze getallen genoemd.
A
urinestrip
B
urinesediment
C
urinekweek
D
24 - uurs urine

Slide 30 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Urinestrip test: wanneer UWI?
A
verhoogd nitriet
B
erytrocyten aanwezig in urine
C
verhoogde leukocyten
D
antw. A, B en C

Slide 31 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarop duidt de aanwezigheid van leukocyten in de urine?
A
Vervuiling bij opvangen
B
Blaasontsteking
C
Aanwezigheid van kristallen
D
Een slechte nierfunctie

Slide 32 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij welke aandoening zien we erytrocyten in de urine?
A
Nierfalen
B
Darmtumoren
C
Blaasontsteking
D
Leverfalen

Slide 33 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Afronden DA3A
Vragen?
Huiswerk: presentaties donderdag 27 maart:
Groep 1: Rana, Nikkie, Manon, Britt, Ellis
Groep 2: Emy, Rhodé, Veerle, Babet, Fleur
Ongeveer 30 minuten, op tijd starten, gelijkwaardige verdeling






Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Afronden DA3B
Vragen?
Huiswerk: presentaties donderdag 27 maart:
Groep 1: Rana, Nikkie, Manon, Britt, Ellis
Groep 2: Emy, Rhodé, Veerle, Babet, Fleur
Ongeveer 30 minuten, op tijd starten, gelijkwaardige verdeling






Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions