Lesson 7

Leave everything in your bag!
1 / 40
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 40 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

Leave everything in your bag!

Slide 1 - Diapositive

  • Het toilet gebruik je voor of na de les
  • Borstels, make-up en luchtjes blijven in de tas
  • Tijdens de les ben je alleen bezig met Engels
  • Je blijft van de spullen van een ander af
  • Laat anderen met rust
  • Hou het lokaal netjes
  • Laat alles in je tas todat de docent het zegt
Classroom Rules

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

  • Breaking News
  • Taking the register
  • Learning goals
  • What do you need?
  • Grammar recap

  • Practisetest
  • Email writing
  • Homework

Slide 4 - Diapositive

 Toets Unit 4
Wednesday 19 March 2025
vocab 4.1 t/m 4.4
phrases writing + speaking
passive
(irregular verbs)
comparisons
can <> be able to
will <> to be going to
who <> which

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

  • Practicetest: oefenen voor de toets

  • Email writing: Je weet hoe je een Email opstelt en kunt er één schrijven

Slide 7 - Diapositive

   Workbook 
          B
   Notebook
 Pen + pencil

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

  • Onderwerp
  • Aanhef
  • Inleiding
  • Bericht
  • Slot
  • afsluiting
  • Handtekening

Slide 10 - Diapositive

Onderwerp:

Geef met een paar woorden
aan waar de mail over gaat

Slide 11 - Diapositive

Aanhef:

Slide 12 - Diapositive

   Bericht - inleiding:

Slide 13 - Diapositive

Bericht - boodschap:

Slide 14 - Diapositive

             Bericht - slot:

Slide 15 - Diapositive

         Ondertekening:

Slide 16 - Diapositive

          Handtekening:
Eigen naam
(e-mail en telefoonnummer)

Slide 17 - Diapositive

Write an email of about 75 words

Slide 18 - Diapositive

passive

Slide 19 - Diapositive


  • Je gebruikt de 'passive' om aan te geven WAT er gebeurt
  • Het gaat er NIET om wie het doet
 
  • to be + voltooid deelwoord

  •                        w.w.+ed
  •                         3e rijtje
passive
lijdende vorm


  • Active: Mister Sebel plays badminton.


  • Passive: Badminton is played by Mister Sebel.

Slide 20 - Diapositive

can vs. be able to

Slide 21 - Diapositive

  • am able to + w.w. > I
  • are able to + w.w. > you / we / they
  • is able to + w.w. > he / she / it
  • vaardigheden of mogelijkheden
  • in alle andere tijden
  • can + hele werkwoord
  • vaardigheden of mogelijkheden
  • in de tegenwoordige tijd
can <> be able to
kunnen

Slide 22 - Diapositive

  • vaardigheden of mogelijkheden
  • in de tegenwoordige tijd
  • can + hele werkwoord
  • vaardigheden of mogelijkheden
  • in alle andere tijden
  • am/was able to + w.w. > I
  • are/were able to + w.w. > you / we / they
  • is/was able to + w.w. > he / she / it
can <> be able to
kunnen

Slide 23 - Diapositive

comparisons

Slide 24 - Diapositive

comparisons
vergelijken
  • één lettergreep
  • ... +er than
  • the ... +est
  • strong
  • stonger than
  • the strongest
  • drie of meer lettergrepen
  • more ... than
  • the most ...
  • complicated
  • more complicated than
  • the most complicated
  • twee lettergrepen
  •  ... +er than
  • the ... +est
  • leerowysome*
  • *Woorden die eindigen op: -le / -er / -ow / -y / -some
  •  ... +er than
  • the ... +est
  • overige woorden
  • iets is gelijk: as ... as
  • iets is niet gelijk: not as ... as
  • good - better - best
  • bad - worse - worst
  • many - more - most
  • little (weinig) - less - least

Slide 25 - Diapositive

will <> to be going to

Slide 26 - Diapositive

will <> to be going to
toekomst
  • aanbieding
  • aankondiging
  • belofte
  • besluit (spontaan)
  • voorspelling (geen bewijs)
  • plan (staat al vast)
  • voorspelling (wel bewijs)
  • will / won't
  • shall / shan't > vragen met I/we
  • am going to > I
  • are going to > you / we / they
  • is going to > he / she / it

Slide 27 - Diapositive

who <> which

Slide 28 - Diapositive

le
who <> which
betrekkelijke
voornaamwoorden
  •  verwijst naar personen
  • Mister Sebel is the one who gave us homework.
  •  verwijst naar dingen
  • I did my homework which wasn't very difficult.

Slide 29 - Diapositive

Slide 30 - Diapositive

le
who <> which
betrekkelijke
voornaamwoorden
  •  verwijst naar personen
  • Mister Sebel is the one who gave us homework.
  •  verwijst naar dingen
  • I did my homework which wasn't very difficult.

Slide 31 - Diapositive

Study: who <> which

Do: Exercise 46, page 46, workbook B

Slide 32 - Diapositive

Slide 33 - Diapositive

Exercise 45, page 46
  • 1. which
  • 2. who
  • 3. who
  • 4. which
  • 5. which
  • 6. who
  • 7. which
  • 8. who
  • 9. which
  • 10. who

Slide 34 - Diapositive

Do: practicetest
timer
30:00
Klaar? Catch up of Self-test online

Slide 35 - Diapositive

Slide 36 - Diapositive


vocab 4.1 + 4.2 + 4.3 + 4.4
phrases writing
phrases speaking
passive
can <> be able to
comparisons
will <> to be going to
who <> which

Slide 37 - Diapositive

      Wait for            Push your chair         Throw away
      the bell             under your desk          your litter
Thanks for your attention

Slide 38 - Diapositive

Study: vocabulary 4.4

Do: Exercise 44+45, page 45, workbook B
Exercise 44: Explain why it doesn't fit!

Slide 39 - Diapositive

Slide 40 - Diapositive