5.2 Chromosomen

Thema 5 Erfelijkheid en evolutie
1. Genotype en fenotype
2. Chromosomen
3. Genen en allelen
4. De evolutie theorie
5. Geschiedenis van het leven op aarde
8. Dominant en recessief
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 5 Erfelijkheid en evolutie
1. Genotype en fenotype
2. Chromosomen
3. Genen en allelen
4. De evolutie theorie
5. Geschiedenis van het leven op aarde
8. Dominant en recessief

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
5.2.3 Je kunt uitleggen hoe elk van de ouders 50% van de chromosomen levert.
5.2.4 Je kunt aangeven dat bij mensen het geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen.
5.2.5 Je kunt uitleggen hoe door geslachtelijke voortplanting variatie in genotypen ontstaat.
15 Je kunt omschrijven wat homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief betekenen.

Slide 2 - Tekstslide

  • Alle lichaamscellen bevatten 46 chromosomen, 23 paar
  • Geslachtscellen bevatten 23 enkele chromosomen
Geslachtschromosomen
Intersekse: meisje met xy chromosomen of jongen xx of van beide geslachten kenmerken aanwezig

Slide 3 - Tekstslide

De 2 chromosomen bevatten informatie voor dezelfde erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld de oogkleur. De chromsomen kunnen dezelfde variant (beide blauw) van een gen bevatten of een verschillende variant (blauw en bruin). 

Slide 4 - Tekstslide

Geslachtscellen
  • Geslachtscel bevat 23 enkele chromosomen
  • Ontstaan door meiose 
  • Elke geslachtscel krijgt 1 chromosoom van elk paar
  • Veel variatie in genotypen
  • Toeval bepaalt

Slide 5 - Tekstslide

Homo/hetero
  • Homozygoot: 2 dezelfde allelen voor de eigenschap
  • Heterozygoot: 2 verschillende allelen voor de eigenschap

Slide 6 - Tekstslide

Dominant/ recessief

  • Dominant: sterker
  • Dominant allel wordt zichbaar in fenotype
  • Recessief: zwakker
  • recessief allel niet zichtbaar in fenotype, tenzij er 2 recessiefe allelen zijn

Slide 7 - Tekstslide

Gensymbolen
  • Allelen worden met letters aangegeven
  •  Voor 1 erfelijke eigenschap, 1 letter
  • Hoofdletter: dominant allel
  • Kleine letter: recessief allel

Slide 8 - Tekstslide

Oefenen
Malmberg maken alle opdrachten van 4.1 De puberteit

Slide 9 - Tekstslide

timer
1:00

Slide 10 - Tekstslide

Volgende les
2.2 Verteringsstelsel

Slide 11 - Tekstslide