le verbe aller

LE VERBE ALLER
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

LE VERBE ALLER

Slide 1 - Tekstslide

avoir
être
aller
gaan
hebben
zijn

Slide 2 - Sleepvraag

Le verbe aller

Je vais à Paris.

Je vais à l'école.


Slide 3 - Tekstslide

aller
je vais
tu vas
il va
elle va
on va
nous allons
vous allez
ils vont
elles vont
gaan
ik ga
jij gaat
hij gaat
zij gaat
wij gaan
wij gaan
jullie gaan, u gaat
zij gaan (m)
zij gaan (v)

Slide 4 - Tekstslide

Kies de juiste vertaling:
... à Paris (jij gaat)
A
tu vas
B
tu va

Slide 5 - Quizvraag

Kies de juiste vertaling:
... à l'école (ik ga)
A
elle va
B
je vais

Slide 6 - Quizvraag

Vul de juiste vertaling in:
Elle ... au restaurant.

Slide 7 - Open vraag

Vul de juiste vertaling in:
Mon frère ... à la boulangerie.

Slide 8 - Open vraag

Le verbe aller
Un peu plus difficile:

Tu vas au cinéma? 
- Oui, ... au cinéma.

Oui, je vais au cinéma.

Slide 9 - Tekstslide

Elle va en ville?
Oui, ... en ville.
A
tu vas
B
elle va

Slide 10 - Quizvraag

Le verbe aller
Je vais visiter Paris. 
Ik ga Parijs bezoeken.

Mon ami va acheter un livre.
Mijn vriend gaat een boek kopen.

Slide 11 - Tekstslide

Vul de juiste vertaling in:
(Jij gaat eten) ... une pizza.
eten = manger

Slide 12 - Open vraag

Vul de juiste vertaling in:
Ce weekend (ik ga dansen).
dansen = danser

Slide 13 - Open vraag

Je peux le faire!
Dit gaat me lukken!
-1100

Slide 14 - Poll