Grammatica: verleden tijd zwak + haben, sein, werden

Verben im Imperfekt und Partizip Perfekt


Du kannst das schwache Verb und haben, sein, werden im Imperfekt verbeugen und das Perfekt machen. 
Wir starten mit einer Wiederholung!



1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Verben im Imperfekt und Partizip Perfekt


Du kannst das schwache Verb und haben, sein, werden im Imperfekt verbeugen und das Perfekt machen. 
Wir starten mit einer Wiederholung!



Slide 1 - Tekstslide

- Imperfekt (verleden tijd)
- Partizip Perfekt (voltooid deelwoord)
- schwache Verben (regelmatige werkwoorden)
- haben - sein - werden

Wir starten mit einer Wiederholung!

Slide 2 - Tekstslide

ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/ Sie
-e
-st
-t
-en
-t
-en
Ken je de feesttenten regel nog?

Slide 3 - Sleepvraag

Wat is bijzonder bij de zwakke werkwoorden met een stam op een d/t?
A
extra e
B
bij du, er/sie/es, ihr een extra e
C
bij du+er/sie/es een extra t
D
bij de du-vorm valt de s weg

Slide 4 - Quizvraag

Hoe vorm je het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden
A
ge + stam + t
B
stam + t
C
ge + hele werkwoord
D
ge+stam+en

Slide 5 - Quizvraag

Wanneer voltijd deelwoord zonder
ge- ?
A
werkwoorden op -ieren
B
bij een sterk werkwoord
C
werkwoorden met ÊÊn lettergreep
D
werkwoorden die met ver-, ge- be-, ent- beginnen

Slide 6 - Quizvraag

Wiederholung (klas 1)

Slide 7 - Tekstslide

Nu naar de verleden tijd (Imperfekt!))

Slide 8 - Tekstslide

ich
du
er/sie/es
wir
ihr
Sie/sie
Welke uitgang komt achter de stam in de verleden tijd?
te
ten
test
ten
tet
te

Slide 9 - Sleepvraag

Slide 10 - Tekstslide

Verleden tijd
Sleep de uitgangen naar de juiste plek
ich
du
er/sie/es/man

wir 
ihr
sie/Sie
red
red
red

red
red
red
-ete
-etest
-ete
-eten
-eten
-etet

Slide 11 - Sleepvraag

Hoe zeg je "hij leerde" lernen?
A
er lernen
B
er lernte
C
er lernete
D
sie liernten

Slide 12 - Quizvraag

Hoe zeg je "jij studeerde" lernen?
A
du studiere
B
du studierst
C
du studiertest
D
du studieren

Slide 13 - Quizvraag

Hoe zeg je "het regende"
A
es regnen
B
es regnet
C
es regent
D
es regnete

Slide 14 - Quizvraag

Haben, sein & werden

Slide 15 - Tekstslide

Verleden tijd sein
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
war
warst
war
waren
wart
waren

Slide 16 - Sleepvraag

Verleden tijd haben
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
hatte
hattest
hatte
hatten
hattet
hatten

Slide 17 - Sleepvraag

Verleden werden
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
wurde
wurdest
wurde
wurden
wurdet
wurden

Slide 18 - Sleepvraag

Verleden tijd haben
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
hatte
hattest
hatte
hatten
hattet
hatten

Slide 19 - Sleepvraag

Het voltooid deelword van 'werden'
A
ich bin gewesen
B
ich bin gewest
C
ich bin gewurst
D
ich bin geworden

Slide 20 - Quizvraag

Het voltooid deelword van
'sein' & 'haben'
A
gewest, gehaben
B
gewest, gehabt
C
gewesen, gehaben
D
gewesen, gehabt

Slide 21 - Quizvraag

Haben wir das Lernziel errreicht?

Ik kan de werkwoorden in de verleden tijd vervoegen en ik kan het voltooid deelwoord maken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll