TC A1 thema 3 (3.7-3.8-3.9)

Taalcompleet A1 thema 3
Wonen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Taalcompleet A1 thema 3
Wonen

Slide 1 - Tekstslide

Les 3.7: De kleuren

Slide 2 - Tekstslide

Welke kleur is dit?

Slide 3 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 4 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 5 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 6 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 7 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 8 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 9 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 10 - Open vraag

Welke kleur is dit?

Slide 11 - Open vraag

Les 3.8: De buurt

Slide 12 - Tekstslide

Wat is dit?

Slide 13 - Open vraag

Wat is dit?

Slide 14 - Open vraag

Wat is dit?

Slide 15 - Open vraag

Wat is dit?

Slide 16 - Open vraag

Wat is dit?
(niet de stad!)

Slide 17 - Open vraag

Wat is dit?
(niet het dorp!)

Slide 18 - Open vraag

Extra vragen

  • Ben je klaar? Begrijp je alles goed? Dan mag je de zinnen maken op de volgende dia's (slides)

  • Vind je het moeilijk? Dan ga je verder naar 3.9 (slide 33)

Slide 19 - Tekstslide


Maak een zin met het woord:
aardig

Slide 20 - Open vraag


Maak een zin met het woord:
hoog

Slide 21 - Open vraag


Maak een zin met het woord:
weinig

Slide 22 - Open vraag


Maak een zin met het woord:
groen + park

Slide 23 - Open vraag


Maak een zin met de woorden: 
mooi + winkel

Slide 24 - Open vraag

Les 3.9: Eerste, tweede, derde

Slide 25 - Tekstslide

Schrijf als woord:
zes --> 6e?

Slide 26 - Open vraag

Schrijf als woord:
een (1)--> 1ste

Slide 27 - Open vraag

Schrijf als woord:
drie (3)--> 3de

Slide 28 - Open vraag

Schrijf als woord:
acht(8)--> 8ste

Slide 29 - Open vraag

Een jaar heeft 12 maanden.
Augustus is de ...................maand.

Slide 30 - Open vraag

Vul in:
Een week heeft zeven dagen. Maandag is de ......................dag

Slide 31 - Open vraag

Klaar met alles?
Goed gewerkt! Je mag ook de volgende oefeningen maken.

Slide 32 - Tekstslide

Mijn vriend .... in Amsterdam
A
woon
B
woont
C
woonen
D
wonen

Slide 33 - Quizvraag

...... jij in Leeuwarden?
A
won
B
woon
C
wont
D
woont

Slide 34 - Quizvraag

Mijn familie ... in Duitsland.
A
woon
B
won
C
woont
D
wonen

Slide 35 - Quizvraag

...... jullie in Utrecht?
A
woon
B
woont
C
woonen
D
wonen

Slide 36 - Quizvraag

..... u in Drachten?
A
woon
B
wont
C
woont
D
wonen

Slide 37 - Quizvraag

.... jij Nederlands?
A
ler
B
leer
C
leert
D
leren

Slide 38 - Quizvraag


Hij ... een nieuwe taal.
A
spreek
B
sprekt
C
spreekt
D
spreken

Slide 39 - Quizvraag

Mijn buren ... Arabisch.
A
leer
B
leert
C
leren
D
leeren

Slide 40 - Quizvraag

.... zij Engels?
A
spreek
B
spreekt
C
sprekt
D
spreeken

Slide 41 - Quizvraag